Quelle-arrest


Onderwerpen ‐ Vergoeding non-conform product
Artikelen ‐ Artikel 3 van richtlijn 1999/44/EG

De feiten

In augustus 2002 heeft Quelle een fornuis bij Brüning geleverd. Begin 2004 (binnen de garantietermijn) komst vast te staan dat het fornuis een onherstelbaar gebrek vertoont. Brüning stuurt het fornuis terug naar Quelle, die haar een nieuw fornuis levert. Voor het gebruik van het eerste fornuis vraagt Quelle een vergoeding van €69,97.

Het Bundesverband heeft als mandataris van Brüning gevorderd dat Quelle het bedrag terugbetaalt aan Brüning en wil dat Quelle wordt veroordeeld om, in geval van vervanging van een niet-conform goed, geen bedragen meer in rekening te brengen voor het gebruik van dat goed.

De rechtbank wijst de vordering betreffende het terugbetalen van het bedrag toe, maar niet betreffende de vordering tot oplegging van een verbod voor Quelle. Er wordt hoger beroep ingesteld, maar deze worden verworpen. Nu het is het aan het Bundesgerichtshof een oordeel te geven. Hiertoe wordt er een prejucidiële vraag het Hof van Justitie van de EU gesteld.

Rechtsvraag

Moet art. 3 van de richtlijn 1999/44/EG van het Europees Parlement en de Raad van 25 mei 1999 betreffende bepaalde aspecten van de verkoop van en de garanties voor consumptiegoederen zo worden uitgelegd dat het in de weg staat aan een nationale regeling volgens welke de verkoper, in geval van levering van een niet-conform consumptiegoed, van de consument een vergoeding mag eisen voor het gebruik van het niet-conforme goed tot aan de vervanging ervan door een nieuw goed?

Overweging

Het Hof van Justitie overweegt dat zowel uit de tekst als uit de relevante voorstukken van de richtlijn blijkt dat voor de gemeenschapswetgever de kosteloosheid van het in overeenstemming brengen van het goed door de verkoper een wezenlijk element van de door deze richtlijn aan de consument verleende bescherming is. Op grond van deze gewilde kostenloosheid moet worden uitgesloten dat de verkoper financiële aanspraken geldend maakt in het kader van de nakoming van zijn verplichting om het goed waarop de overeenkomst betrekking heeft (punt 33 & 34).

Rechtsregel

Artikel 3 van richtlijn 1999/44/EG, moet aldus worden uitgelegd dat het in de weg staat aan een nationale regeling volgens welke de verkoper, in geval van levering van een niet conform consumptiegoed, van de consument een vergoeding mag eisen voor het gebruik van het niet conforme goed tot aan de vervanging ervan door een nieuw goed.

Relevante artikelen

Artikel 3 van Richtlijn 1999/44/EG

Recht van de consument
1. De verkoper is jegens de consument aansprakelijk voor elk gebrek aan overeenstemming dat bestaat bij de aflevering van de goederen.
2. In geval van gebrek aan overeenstemming, heeft de consument het recht dat de goederen kosteloos door herstelling of vervanging in overeenstemming worden gebracht, overeenkomstig lid 3, of dat de prijs op passende wijze wordt verminderd of dat de koopovereenkomst met betrekking tot deze goederen wordt ontbonden, overeenkomstig de leden 5 en 6.
3. In eerste instantie heeft de consument het recht om van de verkoper het kosteloze herstel of de kosteloze vervanging van de goederen te verlangen behalve as dat onmogelijk of buiten verhouding zou zijn. Een vorm van genoegdoening wordt geacht buiten verhouding te zijn indien zij voor de verkoper kosten meebrengt die, vergeleken met de alternatieve vorm van genoegdoening onredelijk zijn, gelet op:
- de waarde die de goederen zonder het gebrek aan overeenstemming zouden hebben;
- de ernst van het gebrek aan overeenstemming en
- de vraag, of de alternatieve vorm van genoegdoening concreet mogelijk is zonder ernstig overlast voor de consument.
Herstelling of vervanging moet, rekening houdend met de aard van de goederen en het gebruik van de goederen dat de consument wenste, binnen een redelijke termijn en zonder ernstige overlast voor de consument plaatsvinden.
4. De term ,,kosteloos” in de leden 2 en 3 heeft betrekking op de kosten die gemaakt moeten worden om de goederen in overeenstemming te brengen, met name de kosten van verzending, loon en materiaal.
5. De consument kan een passende prijsvermindering of de ontbinding van de koopovereenkomst verlangen:
- indien hij geen aanspraak kan maken op herstelling of vervanging, of
- indien de verkoper niet binnen een redelijke termijn tot genoegdoening is overgegaan, of
- indien de verkoper niet zonder ernstige overlast voor de consument tot genoegdoening is overgegaan.
6. Ontbinding van de overeenkomst kan niet worden verlangd indien het gebrek aan overeenstemming van geringe betekenis is.

Andere relevante jurisprudentie