Foto Frost-arrest


Onderwerpen ‐ Bevoegdheid nationale instanties om EU-recht ongeldig te verklaren
Artikelen ‐ Artikel 263 VWEU

De feiten

Foto Frost is een bedrijf in de Bondsrepubliek Duitsland dat handelt in fotografische en optische artikelen. Op een gegeven moment koopt het prismakijkers, die zijn vervaardigd door een firma in de DDR, van een firma’s in Denemarken en het Verenigd Koninkrijk. Bij invoering van deze prismakijkers in de Bondsrepubliek werd steeds een verzoek tot vrijstelling van invoerrechten ingediend in overeenstemming met Europese regelgeving. In september 1981 wordt dit verzoek niet langer ingewilligd, omdat bleek dat er wel invoerrechten verschuldigd waren. De vraag rijst of navordering moet volgen. De Commissie oordeelde dat navordering inderdaad moet volgen. Foto Frost gaat tegen beslissing in beroep bij de nationale rechter.

Rechtsvraag

Is een nationale rechter bevoegd beslissingen van de Commissie ongeldig te verklaren? Is het antwoord ontkennend, is dan het Hof van Justitie van de EU bevoegd deze beslissingen ongeldig te verklaren?

Overweging

Het Hof van Justitie geeft eerst een bevoegdheid van de nationale rechters aan, het overweegt dat nationale rechters een onderzoek kunnen instellen naar de geldigheid van een Unie-handeling en, indien zij menen dat de door partijen aangevoerde middelen van ongeldigheid ongegrond zijn, deze verwerpen door vast te stellen dat de handeling volledig geldig is. Het HvJ overweegt dat door zo’n uitspraak het bestaan van de handeling immers niet in gevaar wordt gebracht.

Het Hof van Justitie stelt daar tegenover dat de nationale rechter niet bevoegd is, handelingen van de instellingen ongeldig te verklaren. De in artikel 267 VWEU aan het HvJ toegekende bevoegdheden hebben hoofdzakelijk ten doel, een uniforme toepassing van het Unierecht door de nationale rechterlijke instanties te verzekeren. Deze uniforme toepassing is inzonderheid geboden wanneer het gaat om de geldigheid van een gemeenschapshandeling.

Het Hof overweegt verder dat het voor de samenhang van het stelsel noodzakelijk is dat ook de bevoegdheid om de ongeldigheid van de handeling van de Unie vast te stellen wanneer daarop voor de nationale rechter een beroep wordt gedaan, alleen aan het Hof van Justitie toekomt.

Rechtsregel

De nationale rechter is enkel bevoegd handelingen van organen van de Europese Unie geldig te verklaren. De bevoegdheid deze handelingen ongeldig te verklaren berust exclusief bij het Hof van Justitie van de EU.

Relevante artikelen

Artikel 263 VWEU (ten tijde van dit arrest artikel 173 EEG verdrag)
Het Hof van Justitie van de Europese Unie gaat de wettigheid na van de wetgevingshandelingen, van de handelingen van de Raad, van de Commissie en van de Europese Centrale Bank, voor zover het geen aanbevelingen of adviezen betreft, en van de handelingen van het Europees Parlement en de Europese Raad die beogen rechtsgevolgen ten aanzien van derden te hebben. Het gaat ook de wettigheid na van de handelingen van de organen of instanties van de Unie waarmee rechtsgevolgen ten aanzien van derden worden beoogd.

Te dien einde is het Hof bevoegd uitspraak te doen inzake elk door een lidstaat, het Europees Parlement, de Raad of de Commissie ingesteld beroep wegens onbevoegdheid, schending van wezenlijke vormvoorschriften, schending van de Verdragen of van enige uitvoeringsregeling daarvan, dan wel wegens misbruik van bevoegdheid.

Het Hof is onder dezelfde voorwaarden bevoegd uitspraak te doen inzake elk door de Rekenkamer, de Europese Centrale Bank of het Comité van de Regio's ingesteld beroep dat op vrijwaring van hun prerogatieven is gericht.

Andere relevante jurisprudentie