Verschenen getuige I-arrest


Onderwerpen ‐ Getuigen
Artikelen ‐ Artikel 287 Sv

De feiten

Op zitting bij het Gerechtshof werden de zaak van verdachte en medeverdachte gelijktijdig behandeld. De verdediging van verdachte had het Hof verzocht om medeverdachte op zitting te horen als getuige. Het Hof wijst dit verzoek af omdat medeverdachte reeds gehoord is in een eerder stadium van de procedure en de verdediging niet concreet aan heeft gegeven waarom medeverdachte opnieuw als getuige gehoord moet worden. De verdediging van verdachte stelt cassatie in en klaagt dat het Hof “bij de afwijzing van deze getuige een verkeerd criterium heeft aangelegd, omdat de getuige in kwestie moet worden gelijkgesteld aan een meegebrachte getuige.” (para. 10 Conclusie A-G).

Rechtsvraag

Moet medeverdachte gezien worden als verschenen getuige?

Overweging

In deze uitspraak gaat het vooral om de conclusie van de A-G aangezien de Hoge Raad geen inhoudelijke overwegingen heeft.

Er is een verschil in weigeringsgrond tussen het weigeren om een getuige op te roepen en weigeren om een ter terechtzitting verschenen getuige te horen. De eerste mag geweigerd worden op grond van het noodzaakcriterium, de tweede kan alleen geweigerd worden op één van de gronden genoemd in artikel 288 lid 1 sub b en c Sv.

De vraag is nu in welke categorie getuigen de medeverdachte valt en dus welke weigeringsgrond van toepassing is.

De Hoge Raad oordeelde in 1992 “dat bepaalde dat getuigen die niet op de getuigenlijst voorkomen maar wel ‘op de terechtzitting tegenwoordig zijn’ op vordering van de OvJ of op verzoek van de verdachte alsnog op de lijst werden gebracht…’ De Hoge Raad oordeelde dat de op de publieke tribune aanwezige hoofdagent op de zitting tegenwoordig was in de zin van genoemd artikellid.” (para. 15)

In 1998 werd de wet echter gewijzigd en het uitgangspunt van de nieuwe regeling was dat “verschenen getuigen worden gehoord. Het betreft dan zowel de daartoe opgeroepen, en de medegebrachte, niet opgeroepen getuigen.” (para. 16) Uit die omschrijving is af te leiden dat de medeverdachte niet als getuige verschenen is.

De A-G wijdt verschillende overwegingen aan het belang van het horen van een medegebrachte getuige. Het gaat om iemand die bereid is om een verklaring af te leggen en die dus iets te melden heeft, er is een belang betrokken bij het horen van die getuige.

De A-G pleit er voor om het begrip ‘verschenen getuige’ zo uit te leggen dat “daaronder alleen personen vallen die ‘als getuige’ verschenen zijn. Dat zijn, naast de opgeroepen getuigen, alleen de meegebrachte getuigen. Daarbij dient dan onder meegebrachte getuigen te worden verstaan: alle personen die ter zitting aanwezig zijn en die op verzoek van de verdachte of de OvJ bereid zijn aldaar als getuige op te treden.” (para 20)

Wanneer een verdachte een getuige wil laten horen op grond van artikel 287 lid 1 en 2 Sv moet hij kenbaar maken dat hij die getuige heeft meegebracht, “dat wil zeggen dat duidelijk stelt, niet alleen dat de persoon in kwestie ter zitting aanwezig is, maar ook dat hij bereid is als getuige optreden” (para. 24). Dat is juist wat in dit geval ontbreekt, nergens blijkt dat de raadsman heeft gesteld dat de medeverdachte bereid is om als getuige op te treden, hij is dus niet verschenen als getuige.

De A-G wijdt tot slot nog een aantal overwegingen aan het gevaar van het dwingen van een medeverdachte om te getuigen. Als verdachte mag hij liegen, maar als getuige moet hij de waarheid spreken. Wanneer hij gedwongen wordt om als getuige op te treden, kan hij zichzelf in een lastige positie brengen.

De Hoge Raad concludeert net als de A-G dat de medeverdachte niet als getuige verschenen is, “de opvatting dat een medeverdachte die in verband met de gelijktijdige behandeling van zijn zaak ter terechtzitting aanwezig is, op grond van de enkele omstandigheid dat de verdediging verzoekt hem in de zaak van de verdachte als getuige te horen, moet worden aangemerkt als een ‘verschenen getuige’ in de zin van art. 287, tweede lid, Sv…is onjuist” (r.o. 2.3).

Rechtsregel

Een persoon die aanwezig is op de zitting en door de verdediging of het OM als getuige gehoord wil worden is niet om die reden een verschenen getuige.

Relevante artikelen

Artikel 287 lid 1 en 2 Sv:

1.De voorzitter stelt vast welke personen, al dan niet daartoe opgeroepen, als getuige ter terechtzitting zijn verschenen.

2.De verschenen getuigen worden gehoord, tenzij daarvan wordt afgezien met toestemming van de officier van justitie en van de verdachte dan wel op de gronden genoemd in artikel 288, eerste lid, onder b en c.

Andere relevante jurisprudentie

Hof Datum Vindplaats Naam Onderwerp
HR 06/12/1983 NJ 1984, 442 Damrak Redelijk vermoeden van schu... +
HR 20/12/1926 NJ 1927, 85 De auditu Testimonium de auditu, bewi... +
HR 30/03/2010 LJN BL2828 Telefoontap bij opzetheling bijzondere opsporingsbevoeg... +
Rechtb... 03/08/2012 LJN BX3554 Bewijsuitsluiting en vrijsp... Salduz, bewijsuitsluiting +
EHRM 17/12/1996 NJ 1997, 699 Saunders t. Verenigd Konink... Bewijs, zelfincriminatie, g... +
HR 26/01/2010 LJN BK2094 Unus testis nullus testis II bewijsminima getuigenverkla... +
HR 30/06/2009 LJN BG7746 Unus testis nullus testis I bewijsminima getuigenverkla... +
HR 27/05/2014 ECLI:NL:HR:2014... Fictieve 10-jarige strafbare voorbereiding zed... +
HR 03/06/1977 NJ 1978, 601 Hollende kleurling Redelijk vermoeden van schu... +
HR 07/05/1996 NJ 1996, 687 Dev Sol Bewijs, toevoegen processtu... +
HR 13/02/2013 LJN BY5321 Aanscherping toetsingskader... vormverzuim, afgegeven mach... +
HR 14/01/1975 NJ 1975, 207 Ruimte (coffeeshop de Ruimte) "Ernstige bezwaren", (on)re... +
HR 29/09/1981 NJ 1982, 258 Plastic boodschappentasje Verdachte, cautie +
HR 19/02/2013 NJ 2013, 308 Criteria voor toepassing be... Bewijsuitsluiting ex art. 3... +
HR 11/03/2008 NJ 2008, 329 Anonieme melding en redelij... Redelijk vermoeden +
HR 19/09/1988 NJ 1989, 379 Parkeerwachter Vertrouwensbeginsel, uitlat... +
HR 12/04/1900 W 6945 Muilkorf Formeel wettelijke grondsla... +
HR 02/12/1935 NJ 1936, 250 Geweer Bevoegdheden, voortzetting ... +
HR 25/06/1996 NJ 1996, 714 Zeeuwse motorrijder art. 12 Sr, beklag inhoud d... +
HR 04/05/2004 NJ 2005, 242 Partijdigheid rechter II partijdigheid rechter +
HR 11/04/2006 NJ 2006, 393 Responsieplicht motivering +
HR 10/10/2006 LJN AX9216 uitdrukkelijk onderbouwd st... motivering +