Anonieme melding en redelijke verdenking II-arrest


Onderwerpen ‐ Redelijk vermoeden
Artikelen ‐ Artikel 49 Wet wapens en munitie

De feiten

In december 2005 kreeg de AIVD een anonieme tip dat op een bepaald adres wapens aanwezig zouden zijn, bedoeld om een aanslag te plegen in Utrecht. De AIVD geeft deze informatie aan de OvJ, die onderzoek instelt. De bewoner van de woning was niet bekend bij de politie en had geen strafblad. Er werd een huiszoeking gedaan waarbij één vuurwapen, één nepwapen en één busje pepperspray gevonden zijn. De anonieme tip was onvoldoende voor het redelijkerwijs kunnen vermoeden dat er wapens en munitie aanwezig waren op het adres, daarom viel de huiszoeking niet onder de Wet Wapens en munitie en moest het bewijs uitgesloten worden.

Rechtsvraag

Is er grond voor het redelijkerwijs vermoeden dat op het betreffende adres wapens of munitie aanwezig waren?

Overweging

De Hoge Raad begint met de overweging dat een anonieme tip grond kan zijn voor een redelijk vermoeden van de aanwezigheid van wapens en munitie. De Hoge Raad bevestigd vervolgens de uitspraak van het Gerechtshof dat had overwogen dat in dit geval de anonieme tip onvoldoende was voor een redelijk vermoeden. De Hoge Raad komt, evenals het Gerechtshof, tot dit oordeel omdat er geen aanvullende belastende informatie gevonden was tijdens het onderzoek dat voorafging aan de huiszoeking.

Noot Borgers

Het uitgangspunt van de Hoge Raad in deze uitspraak verschilt van de hoofdregel die lagere rechters doorgaans hanteren, zij overwegen dat “een anonieme melding in beginsel niet toereikend is voor het aannemen van een verdenking” (para. 2).

Of enkel de anonieme melding voldoende is voor een redelijk vermoeden is afhankelijk van de omstandigheden van het geval. Uit jurisprudentie blijkt dat dit mogelijk is wanneer de melding voldoende concreet en gedetailleerd is en politie en/of justitie naar aanleiding van de melding gedegen onderzoek doen voordat zij actie ondernemen.

Bij toetsing door de rechter of sprake was van een redelijk vermoeden spelen een aantal factoren een rol. Zo kan het zijn dat voor het toepassen van een bevoegdheid die zwaarder van aard is ook zwaardere eisen worden gesteld aan de verdenking. Ook de noodzakelijke spoed van het strafrechtelijk optreden kan een rol spelen, wanneer spoed geboden is kan onderzoek naar de anonieme melding minder verregaand plaatsvinden dan wanneer spoed niet geboden is.

“De invulling van het verdenkingscriterium zoals dat besloten ligt in artikel 27 lid 1 Sv alsmede in de bijzondere wetgeving, wordt hoofdzakelijk bepaald door de casuïstiek, ook waar het gaat om de bruikbaarheid en het gewicht van anoniem verstrekte informatie. Deze casuïstische invulling hangt nauw samen met de aard van het verdenkingscriterium, dat in essentie berust op een afweging van het belang op bescherming tegen willekeurig overheidsoptreden en het belang van strafrechtelijke handhaving…Relevant zijn de inhoud van de anonieme melding, een zelfstandige beoordeling van die inhoud door politie en/of justitie, de concrete mogelijkheden — mede gelet op de noodzakelijke spoed van strafvorderlijk optreden — tot verificatie van de informatie, de aard van de toegepaste bevoegdheid, de mogelijkheid van de voorafgaande inzet van minder verstrekkende bevoegdheden alsmede de eventuele alternatieven voor strafvorderlijk optreden.” (para. 6)

Rechtsregel

Een anonieme melding kan leiden tot een redelijk vermoeden van de aanwezigheid van wapens.

Relevante artikelen

Artikel 49 Wet wapens en munitie:

De opsporingsambtenaren kunnen te allen tijde op plaatsen waar zij redelijkerwijs kunnen vermoeden dat wapens of munitie aanwezig zijn, ter inbeslagneming doorzoeking doen.

Andere relevante jurisprudentie