Keuringsplaats Scheerwolde-arrest


Onderwerpen ‐ Marginale toetsing bestuursrechter
Artikelen ‐ Artikel 3:4 Awb

De feiten

Bij besluit heeft de gemeente de vergunning voor een keuringsplaats voor motoren ingetrokken. Hiertegen is de voormalig vergunninghouder in bezwaar gegaan, dit bezwaar werd ongegrond verklaard. De voormalig vergunninghouder heeft beroep ingesteld bij de rechtbank, dat is gegrond verklaard en het besluit en besluit op bezwaar zijn vernietigd. De gemeente (appellant) heeft daartegen hoger beroep ingesteld.

Rechtsvraag

Is de vergunning van vergunninghouder rechtsgelding ingetrokken door appellant?

Overweging

De Afdeling begint haar overweging met een korte samenvatting van het oordeel van de rechtbank. De Rechtbank oordeelde dat uit het besluit tot intrekking niet, althans niet voldoende, blijkt dat de belangenafweging plaatsgevonden heeft als voorgeschreven in artikel 3:4 Awb.

Vast staat dat vergunninghouder de wettelijke voorschriften niet nageleefd heeft en dat een mogelijke sanctie intrekking van de vergunning is. De Afdeling overweegt dat “[…] de bestuursrechter, bij het toetsen van de beslissing tot aanwending van een discretionaire bevoegdheid door een bestuursorgaan aan artikel 3:4, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht, zich [dient] te beperken tot de vraag of sprake is van een zodanige onevenwichtigheid van de afweging van de betrokken belangen, dat moet worden geoordeeld dat het bestuursorgaan niet in redelijkheid tot het bestreden besluit heeft kunnen komen.”

De Afdeling vervolgt met de overweging dat de bestuursrechter een uitzondering dient te maken op deze terughoudendheid in het geval “sprake is van het beoordelen van de oplegging van een sanctie waarbij het bevorderen van de naleving van rechtsnormen door middel van toevoeging van extra leed, ter afschrikking, voorop staat.” In dat geval moet de rechter beoordelen of de ernst van het verweten feit en de zwaarte van de opgelegde sanctie evenredig aan elkaar zijn.

De Afdeling oordeelt, net als de rechtbank, dat de opgelegde sanctie niet in verhouding staat tot de ernst van de overtreden norm. De Afdeling concludeert dan ook dat het hoger beroep ongegrond is en de uitspraak van de rechtbank moet worden bevestigd.

Rechtsregel

De terughoudende toetsing door de rechter kan achterwege blijven wanneer bevorderen van naleving van rechtsnormen door middel van toevoeging van extra leed voorop staat.

Relevante artikelen

Artikel 3:4 Awb:

1.Het bestuursorgaan weegt de rechtstreeks bij het besluit betrokken belangen af, voor zover niet uit een wettelijk voorschrift of uit de aard van de uit te oefenen bevoegdheid een beperking voortvloeit.

2.De voor een of meer belanghebbenden nadelige gevolgen van een besluit mogen niet onevenredig zijn in verhouding tot de met het besluit te dienen doelen.

Andere relevante jurisprudentie