Handyside t. Verenigd Koninkrijk-arrest


Onderwerpen ‐ Vrijheid van meningsuiting
Artikelen ‐ Artikel 10 EVRM

De feiten

De appellant, dhr. Handyside is eigenaar van een uitgeverij. Een van de boeken die uigegeven werd was “The Little Red Schoolbook”. Het boek bevatte een hoofdstuk over sex, homoseksualiteit, pornografie en aanverwante zaken. Na publicatie kwamen er klachten over het boek die ertoe leidde dat de politie verschillende boeken in beslag nam. Dhr. Handyside werd ook veroordeeld tot twee boetes voor het drukken en verkopen van de boeken en de boeken die in omloop waren gebracht werden vernietigd. Een nieuwe, minder expliciete druk van het boek zou wel in omloop mogen blijven. Dhr. Handyside diende een klacht in bij de Europese Commissie voor de Rechten van de Mens en beriep zich op artikel 10 EVRM, de Commissie concludeerde dat er geen schending van artikel 10 EVRM was geweest. Hierop diende dhr. Handyside een klacht in bij het Europees Hof voor de Rechten van de Mens.

Rechtsvraag

Leverden de veroordeling van dhr. Handyside en de vernietiging van de boeken een schending van artikel 10 EVRM op?

Overweging

Het Hof begint met de overweging dat deze zaak valt binnen het bereik van artikel 10 EVRM en dat de maatregelen een beperking van artikel 10 EVRM opleveren. Het Hof moet nu dus beoordelen of die beperking gerechtvaardigd is.

De beperking is gesteld bij wet, daar zijn beide partijen het over eens en dat is ook wat het Hof concludeert. De volgende vraag die het Hof dan moet beantwoorden is of de beperking noodzakelijk was in een democratische samenlevingen valt onder één van de beperkingsgronden van artikel 10 lid 2 EVRM. Het Hof is van oordeel dat het doel van de wet waaronder het boek verboden werd in het Verenigd Koninkrijk valt onder bescherming van de goede zeden. De vraag is dan of bescherming van de goede zeden in een democratische samenleving de genomen maatregelen rechtvaardigt.

Het is aan de nationale autoriteiten om een afweging te maken welke handelingen “noodzakelijk” zijn om de goede zeden te beschermen. De nationale autoriteiten hebben hier een margin of appreciation, deze wordt wel gecontroleerd door het Hof. In het beoordelen van de beperking moet het Hof zeer voorzichtig zijn, vrijheid van meningsuiting is een essentieel element in een democratische samenleving.

Vrijheid van meningsuiting geldt niet alleen voor meningen die geaccepteerd zijn en niet aanstoot gevend zijn, maar ook voor meningen die beledigen, schokken en verontrusten.

Het Hof oordeelt dat de genomen maatregelen zowel proportioneel als noodzakelijk waren om de goede zeden te beschermen. Door de uitgever te veroordelen en te dwingen het boek aan te passen zodat het minder expliciet zou zijn hebben de autoriteiten ervoor gezorgd dat de nieuwe uitgave van het boek gewoon in omloop kan blijven. Het Hof concludeert dan ook dat de beperking van artikel 10 EVRM toegestaan was.

Rechtsregel

Deze uitspraak is relevant door de overweging van het Hof over de wenselijkheid van meningen: “Article 10 it is applicable not only to "information" or "ideas" that are favourably received or regarded as inoffensive or as a matter of indifference, but also to those that offend, shock or disturb the State”.

Relevante artikelen

Artikel 10 EVRM:

1. Een ieder heeft recht op vrijheid van meningsuiting. Dit recht omvat de vrijheid een mening te koesteren en de vrijheid om inlichtingen of denkbeelden te ontvangen of te verstrekken, zonder inmenging van enig openbaar gezag en ongeacht grenzen. Dit artikel belet Staten niet radio- omroep-, bioscoopof televisieondernemingen te onderwerpen aan een systeem van vergunningen.

2. Daar de uitoefening van deze vrijheden plichten en verantwoordelijkheden met zich brengt, kan zij worden onderworpen aan bepaalde formaliteiten, voorwaarden, beperkingen of sancties, die bij de wet zijn voorzien en die in een democratische samenleving noodzakelijk zijn in het belang van de nationale veiligheid, territoriale integriteit of openbare veiligheid, het voorkomen van wanordelijkheden en strafbare feiten, de bescherming van de gezondheid of de goede zeden, de bescherming van de goede naam of de rechten van anderen, om de verspreiding van vertrouwelijke mededelingen te voorkomen of om het gezag en de onpartijdigheid van de rechterlijke macht te waarborgen.

Andere relevante jurisprudentie

Hof Datum Vindplaats Naam Onderwerp
EHRM 06/05/2003 AB 2003, 211 Betuwelijn (Kleyn ea tegen ... Onpartijdigheid, dubbelrol ... +
HR 17/03/1953 NJ 1953, 389 APV Nuth Beperking grondrecht +
HR 10/11/1992 NJ 1993, 197 APV Den Bosch Beperking vrijheid van meni... +
HR 15/04/1994 NJ 1994, 608 Valkenhorst Beperking van het recht om ... +
EHRM 10/11/2005 44774/98 Leyla Sahin tegen Turkije Vrijheid van godsdienst +
HR 28/11/1950 NJ 1951, 117 APV Tilburg Beperking openbarings- en v... +
EHRM 28/09/1995 NJ 1995, 667 Procola Onpartijdigheid, Raad van S... +
HR 26/04/1996 NJ 1996, 728 Rasti Rostelli Privaatrechtelijk handelen ... +
EHRM 13/02/2002 EHRC 2003/28 Refah Partisi Vrijheid van vereniging, de... +
HR 30/03/1984 NJ 1985, 350 Turkse werkneemster (Suiker... Vrijheid van godsdienst, ho... +
KB 05/06/1986 Stb. 1986, 337 Vloekverbod Ermelo Grondrechten +
EHRM 26/04/1979 NJ 1980, 146 Sunday Times Beperking grondrechten +
ABRvS 28/08/1995 AB 1996, 204 Sluiting drugspand Grondrechten +
EHRM 21/06/1988 NJ 1991, 641 Ärzte für das Leben Vrijheid van vereniging, po... +
EHRM 26/02/2002 28525/95 Unabhangige Initiative Info... Vrijheid van meningsuiting +
EHRM 26/04/1979 NJ 1980, 146 Sunday Times t. UK Vrijheid van meningsuiting,... +
HR 12/12/2003 AB 2004, 93 Aidstest II Horizontale werking grondre... +
EHRM 11/07/2002 28957/95 Christine Goodwin t. Vereni... Private life, margin of app... +
EHRM 28/10/1998 23452/94 Osman t. Verenigd Koninkrijk Positieve verplichtingen +
HR 30/05/1986 NJ 1986, 688 NS/FNV (Spoorwegstaking) Een ieder verbindende bepal... +
HR 13/03/1960 BNB 1960/222 AOW gewetensbezwaren Vrijheid van godsdienst, be... +
HR 18/06/1993 NJ 1994, 347 Verplichte aidstest Horizontale werking grondre... +