Mungra/Van Meir-arrest


Onderwerpen ‐ Arbeidsovereenkomst
Artikelen ‐ Art. 7:610 BW

Feiten
Een arts (Mungra) is een overeenkomst aangegaan met een maatschap van artsen die hun werkzaamheden in een ziekenhuis verrichten. Deze overeenkomst wordt aangeduid als ‘waarnemingsovereenkomst’. Mungra vindt dat de werkverhouding een arbeidsovereenkomst is, de maatschap vindt van niet.

Rechtsvraag
Kan de onderhavige werkverhouding worden aangeduid als een arbeidsovereenkomst?

Overweging
Partijen zijn het eens over het feit dat Mungra arbeid verrichte voor de maatschap en daar een betaling voor ontving. Het gaat in dit arrest om de vraag of de arbeid verricht werd ‘in dienst van’ de maatschap. De rechtbank en later ook de Hoge Raad beantwoorden deze vraag bevestigend. Dit wordt afgeleid uit de inhoud van de ‘waarnemingsovereenkomst’ die partijen gesloten hebben waarin het volgende opgenomen is:
- ‘de werktijden en de werkroosters worden door de maatschap - in overleg met Mungra - vastgesteld;
- Mungra mag - behoudens toestemming van de maatschap - geen nevenfunkties vervullen of nevenwerkzaamheden verrichten;
- Mungra is verplicht de door de maatschap gestelde regels met betrekking tot een efficiënte bedrijfsvoering te volgen; en
- het opnemen van vrije dagen moet in overleg met de maatschap geschieden.
’

Uit het contract blijkt dat de maatschap de regels stelde of in ieder geval de mogelijkheid had om deze te stellen. Het feit dat Mungra zijn werk in zekere zelfstandigheid verrichte, doet hier niet aan af, want dat vloeit voort uit de aard van de werkzaamheden. Er is dus sprake van een arbeidsovereenkomst.

Rechtsregel
Ondanks het feit dat de arts zijn werkzaamheden in zekere zelfstandigheid verrichte, kan uit de ‘waarnemingsovereenkomst’ worden afgeleid dat de arts ‘in dienst’ van de maatschap is. De onderhavige werkverhouding kan derhalve worden aangeduid als een arbeidsovereenkomst.

Relevante artikelen
Artikel 7:610 BW.

Andere relevante jurisprudentie