recracenter-arrest


Onderwerpen ‐ Heroverweging besluit
Artikelen ‐ Artikel 7:11 Awb

De feiten

Op 22 december 2006 heeft het college B&W aan Recracenter B.V. een kampeerexploitatievergunning onder voorschriften verleend. Tegen dit besluit is door Recracenter Parken B.V. en Recracenter B.V (hierna: Recracenter) alsmede door nog 4 belanghebbenden bezwaar gemaakt. Bij besluit op bezwaar heeft het college van B&W het besluit van 22 december 2006 herroepen en de kampeerexploitatievergunning alsnog geweigerd. Recracenter heeft beroep ingesteld tegen dit besluit op bezwaar, welk door de rechtbank ongegrond is verklaard. Recracenter betoogt in haar beroep als volgt (r.o. 2.4):

"Recracenter betoogt verder dat de rechtbank niet heeft onderkend dat het college met het nemen van het besluit op bezwaar, in strijd met artikel 7:11, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, is getreden buiten de grenzen van het geschil. Daartoe voert zij aan dat hetgeen belanghebbenden in hun bezwaarschriften hebben aangevoerd geen betrekking had op de vraag of voor het plaatsen van de recreatieobjecten een bouwvergunning is vereist. Het college heeft volgens Recracenter daarom ten onrechte bij de behandeling van de bezwaren ter zitting van de commissie voor de bezwaar- en beroepschriften op 19 maart 2007 aangevoerd dat, gelet op de in de rechtspraak neergelegde eis dat een caravan in de zin van artikel 1, derde lid, van de Wor regelmatig kan worden verplaatst, de te plaatsen objecten niet als caravan zijn aan te merken."

"Ten onrechte is het college van B&W bij besluit op bezwaar teruggekomen van het voor Recracenter begunstigende besluit van 22 december 2006. Volgens Recracenter heeft de rechtbank miskend dat het college daarmee heeft gehandeld in strijd met het verbod van "reformatio in peius"."


Rechtsvraag

Moet het bestreden besluit worden heroverwogen op grondslag van het bezwaar en is het in strijd met het verbod op reformatio in peius om bij besluit op bezwaar terug te komen op een begunstigende beschikking(besluit)?


Overwegingen

r.o. 2.4.1

"De bezwaarprocedure is bedoeld voor een volledige heroverweging. De omstandigheid dat het besluit op het bezwaar aldus een achteruitgang betekent voor een belanghebbende, in dit geval Recracenter, is eigen aan de aard van de bestuurlijke heroverweging. Met de rechtbank is de Afdeling van oordeel dat de gebondenheid van het bestuur aan de wet eraan in de weg staat dat het college gehouden zou zijn in weerwil van de bevindingen waartoe de heroverweging had geleid, de verleende vergunning te handhaven."


Rechtsregel

Het is niet in strijd met het verbod op reformatio in peius om bij besluit op bezwaar terug te komen op een begunstigende beschikking(besluit). Uit Recracenter volgt verder dat de bezwaarprocedure bedoeld is voor een volledige heroverweging, die niet is gebonden aan argumenten of omstandigheden die in het bezwaarschrift aan de orde zijn gesteld. Het bestuursorgaan moet niet alleen naar de rechtmatigheid, maar ook naar de doelmatigheid van het bestreden besluit kijken.


Relevante artikelen

Artikel 7:11 Awb

1. Indien het bezwaar ontvankelijk is, vindt op grondslag daarvan een heroverweging van het bestreden besluit plaats.

2. Voor zover de heroverweging daartoe aanleiding geeft, herroept het bestuursorgaan het bestreden besluit en neemt het voor zover nodig in de plaats daarvan een nieuw besluit.

Andere relevante jurisprudentie