ABN AMRO/X-arrest


Onderwerpen ‐ Derogerende werking van de redelijkheid en billijkheid
Artikelen ‐ art. 9 BBA, art. 6:248 BW.

Feiten

Een werknemer van ABN AMRO krijgt eind 2003 symptomen van schizofrenie. Vervolgens is overleg gevoerd met de werknemer zelf, diens moeder en de huisarts en de bedrijfsarts van werknemer. Na een vakantie is de werknemer echter niet meer komen opdagen, zelfs niet nadat hij opgeroepen was. In maart 2004 is hij (nadat zijn salaris was stopgezet) door ABN AMRO op staande voet ontslagen. De rechtbank Amsterdam heeft in 2005 een voorlopige machtiging verleend om de werknemer in een psychiatrisch ziekenhuis op te nemen voor drie maanden. Deze machtiging is daarna verlengd. Na ontslag uit het psychiatrisch ziekenhuis is hij nog elke werkdag onder behandeling geweest. Anderhalf jaar na zijn ontslag bij ABN AMRO roept de advocaat van de werknemer de nietigheid van het ontslag op staande voet in en stelt hij dat de werknemer zich beschikbaar houdt voor zijn werk nu hij weer van zijn ziekte hersteld is. De werknemer heeft een loonvordering ingesteld en heeft subsidiair schadevergoeding gevorderd. Volgens hem was er geen dringende reden voor het ontslag en heeft ABN AMRO onrechtmatig jegens hem gehandeld door hem niet als zieke werknemer te behandelen, door hem op staande voet te ontslaan en door zich op de vervaltermijn van art. 9 lid 3 BBA te beroepen.

Rechtsvraag

Is het beroep van de werkgever op de vervaltermijn van art. 9 lid 3 BBA gerechtvaardigd?

Overweging

De Hoge Raad oordeelt dat uit de tekst van art. 6:248 lid 2 BW, als uit de daarop gegeven toelichting, als uit de jurisprudentie, volgt dat de redelijkheid en billijkheid in het algemeen kunnen verhinderen dat een partij bij een overeenkomst een beroep doet op een tussen partijen geldende regel die voortvloeit uit die overeenkomst, voor zover dit beroep in de omstandigheden van het geval onaanvaardbaar zou zijn. Dat geldt tevens als het gaat om een regel van dwingend recht. De rechter dient wel terughoudendheid toe te passen bij de beoordeling van een beroep op de redelijkheid en billijkheid, en dat de omstandigheid dat het gaat om een regel van dwingend recht, brengt mee dat voor honorering van een dergelijk beroep nog meer terughoudendheid dient te worden getracht dan bij de toepassing van art. 6:248 lid 2 BW.

Rechtsregel

Na een ontslag op staande voet kan een werknemer zich binnen een termijn van zes maanden de nietigheid van het ontslag beroepen ex art. 9 lid 3 BBA. Een beroep van zijn werkgever op deze vervaltermijn kan onder omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zijn. Bij de honorering van een beroep op de derogerende werking van redelijkheid en billijkheid moet de rechter grote terughoudendheid betrachten; nog meer dan bij de toepassing van art. 6:248 lid 2 BW.

Relevante artikelen

Art. 9 BBA:

1.Een opzegging zonder de op grond van artikel 6 vereiste toestemming is vernietigbaar.

2.Handelingen in strijd met artikel 8, eerste lid, zijn vernietigbaar. 3.De werknemer kan gedurende zes maanden een beroep op deze vernietigingsgrond doen.

Art. 6:248 BW:

1. Een overeenkomst heeft niet alleen de door partijen overeengekomen rechtsgevolgen, maar ook die welke, naar de aard van de overeenkomst, uit de wet, de gewoonte of de eisen van redelijkheid en billijkheid voortvloeien.

2. Een tussen partijen als gevolg van de overeenkomst geldende regel is niet van toepassing, voor zover dit in de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn.

Andere relevante jurisprudentie

Hof Datum Vindplaats Naam Onderwerp
HR 12/09/1989 NJ 1987, 267 Westhoff/Spronsen Ontslagneming, onderzoekspl... +
HR 07/12/1990 AA 1991, 679-685 Vermoorde Bruid Redelijkheid en billijkheid... +
HR 19/05/1967 NJ 1967, 261 Saladin/HBU Beperkende werking redelijk... +
HR 18/06/2004 NJ 2004, 585 Kuunders/Swinkels Exoneratiebeding, redelijkh... +
HR 27/10/1995 NJ 1996, 254 Den Haan/Box Fashion Opzeggen arbeidsovereenkoms... +
HR 25/11/2005 NJ 2007, 141 Skeeler Aansprakelijkheid organisat... +
HR 14/06/2002 NJ 2003, 112 Bramer/Hofman Algemene voorwaarden, redel... +
HR 12/01/2007 NJ 2007, 371 Eindhoven/Allianz Derogerende werking van de ... +
HR 31/12/1993 NJ 1995/389 Matatag/De Schelde Exoneratiebeding algemene v... +
HR 12/12/1997 NJ 1998/208 Stein/Driessen Beroep op exoneratieclausul... +
HR 06/10/2000 NJ 2000, 691 Verzicht/Rowi Verzuim zonder ingebrekeste... +
HR 04/02/2000 NJ 2000, 562 Mol/Meijer Garanties, ontbinding +
HR 21/06/1991 NJ 1991, 742 Mattel/Borka Beëindiging duurovereenkoms... +
HR 20/01/2012 NJ 2012, 60 AgfaPhoto Finance/Foto Noort Samenhang tussen overeenkom... +
HR 05/04/2013 NJ 2013, 214 Lundiform/Mexx Uitleg van commerciële over... +
HR 05/01/2001 NJ 2001, 79 Multi-Vastgoed/Nethou (plaz... Tekortkoming: keuze tussen ... +
HR 17/09/2010 RvdW 2010, 1051 Van Mierlo/Onder de Groene ... Opschortingsrecht +
HR 09/12/2011 NJ 2013, 273 Schriftelijkheidsvereiste b... Schriftelijkheidseis van ar... +
HR 20/02/1976 NJ 1976, 486 Pseudo-vogelpest Exoneratiebeding, redelijkh... +
HR 14/11/1997 JAR 1997/263 Groen/Schoevers Arbeidsovereenkomst of over... +
HR 25/01/1980 NJ 1980, 264 Possemis/Hoogenboom Arbeidsovereenkomst, goed w... +
HR 08/04/2011 JAR 2011/135, L... Unieke Kinderopvang nawerking CAO +
HR 26/06/1998 NJ 1998, 199 Van der Lely/Taxi Hofman Wijziging arbeidsovereenkomst +
HR 12/02/1999 NJ 1999, 643 Man met de hamer Ontslag op staande voet, dr... +
HR 13/09/1991 NJ 1992, 130 Dingler Merkelbach Proeftijdbeding na opvolgen... +
HR 12/05/1989 NJ 1989, 801 Chelbi/Klene Wedertewerkstelling na onts... +
HR 17/06/1994 NJ 1994, 757 Imam Instructiebevoegdheid arbei... +
HR 14/04/2006 JAR 2006/119 Beurspromovendi Arbeidsovereenkomst +
HR 06/03/1992 JAR 1992/10 Mungra/Van Meir Arbeidsovereenkomst +
HR 21/01/2000 JAR 2000/45 HEMA I Ontslag op staande voet, dr... +