Plaumann-arrest


Onderwerpen ‐ Locus standi individuen artikel 263 VWEU
Artikelen ‐ Artikel 263 VWEU

De feiten

Een importeur van clementines wilde de geldigheid van een handeling van de Commissie aanvechten. De Commissie had besloten dat de import van clementines uit niet EU-landen voor bepaalde tijd niet toegestaan was.

Rechtsvraag

Plaumann dient een verzoek tot nietigverklaring van de handeling van de Commissie in bij het Hof van Justitie

Overweging

De bevoegdheid om over wettigheid van handelingen te oordelen komt het HvJ toe op grond van artikel 263 VWEU. In de tweede en derde paragraaf van artikel 263 zijn de organen genoemd die bevoegd zijn een verzoek tot nietigheidsverklaring in te dienen. In paragraaf vier is die mogelijkheid ook opengesteld voor individuen, zij het dat dit enkel in twee gevallen kan. Iedere natuurlijke of rechtspersoon kan ten eerste beroep instellen tegen handelingen die tot hem gericht zijn. Hij kan ten tweede beroep instellen tegen handelingen die niet tot hem gericht zijn maar die hem rechtstreeks en individueel raken.

Het Hof overweegt dat nu in dit geval de handeling niet tot verzoeker gericht is, de verzoeker rechtstreeks en individueel geraakt moet zijn door de handeling.
Het Hof overweegt dat een verzoeker die niet de adressant van een beschikking was, slechts kan stellen dat hij individueel geraakt is, indien deze beschikking hem betreft uit hoofde van zekere bijzondere hoedanigheden of van een feitelijke situatie, welke hem ten opzichte van ieder ander karakteriseert en hem derhalve individualiseert op soortgelijke wijze als de adressant.

Het Hof concludeert dat in casu de bestreden beschikking verzoeker raakt in zijn hoedanigheid van importeur van clementines, dat wil zeggen uit hoofde van een commercieel beroep, hetwelk ten allen tijde door ieder individu kan worden uitgeoefend en hem derhalve ten opzichte van de bestreden beschikking niet karakteriseert op soortgelijke wijze als een adressant.

Rechtsregel

Een individu is enkel individueel geraakt wanneer de betreffende handeling hem betreft uit hoofde van een zekere bijzondere hoedanigheid of van een feitelijke situatie, die hem karakteriseert ten opzichte van ieder ander.

Relevante artikelen

Artikel 263 VWEU (ten tijde van dit arrest artikel 173 EEG verdrag)
Het Hof van Justitie van de Europese Unie gaat de wettigheid na van de wetgevingshandelingen, van de handelingen van de Raad, van de Commissie en van de Europese Centrale Bank, voor zover het geen aanbevelingen of adviezen betreft, en van de handelingen van het Europees Parlement en de Europese Raad die beogen rechtsgevolgen ten aanzien van derden te hebben. Het gaat ook de wettigheid na van de handelingen van de organen of instanties van de Unie waarmee rechtsgevolgen ten aanzien van derden worden beoogd.

Te dien einde is het Hof bevoegd uitspraak te doen inzake elk door een lidstaat, het Europees Parlement, de Raad of de Commissie ingesteld beroep wegens onbevoegdheid, schending van wezenlijke vormvoorschriften, schending van de Verdragen of van enige uitvoeringsregeling daarvan, dan wel wegens misbruik van bevoegdheid.

Het Hof is onder dezelfde voorwaarden bevoegd uitspraak te doen inzake elk door de Rekenkamer, de Europese Centrale Bank of het Comité van de Regio's ingesteld beroep dat op vrijwaring van hun prerogatieven is gericht.

Iedere natuurlijke of rechtspersoon kan onder de in de eerste en tweede alinea vastgestelde voorwaarden beroep instellen tegen handelingen die tot hem gericht zijn of die hem rechtstreeks en individueel raken, alsmede tegen regelgevingshandelingen die hem rechtstreeks raken en die geen uitvoeringsmaatregelen met zich meebrengen.

De handelingen tot oprichting van organen en instanties van de Unie kunnen voorzien in bijzondere voorwaarden en bepalingen inzake de beroepen welke door natuurlijke of rechtspersonen worden ingesteld tegen handelingen van deze organen of instanties waarmee rechtsgevolgen ten aanzien van hen worden beoogd.

Andere relevante jurisprudentie