Osman t. Verenigd Koninkrijk-arrest


Onderwerpen ‐ Positieve verplichtingen
Artikelen ‐ Art. 2 EVRM

De feiten

Ahmet Osman werd op school lastig gevallen door een docent, de docent toonde een ongezonde interesse in Ahmet die zich uitte in cadeaus, veel aandacht (ook buiten de les) en Ahmet na school naar huis volgen. Er is door het schoolhoofd gerapporteerd over deze gebeurtenissen naar de politie en de bevoegde onderwijs instantie. Verschillende incidenten doen zich voor en de situatie sleept voort gedurende twee jaar. De gebeurtenissen komen tot een climax wanneer de docent de vader van Ahmet doodschiet, Ahmet zwaargewond raakt, de directeur van Ahmet’s oude school zwaar gewond raakt en zijn zoon door de docent neergeschoten wordt. De nabestaanden van dhr. Osman, Ahmet en zijn moeder, klagen bij het Hof over schending van artikel 2 EVRM omdat de politie niet genoeg gedaan heeft om de schietpartij te voorkomen terwijl er voldoende signalen waren dat de docent gevaarlijk was.

Rechtsvraag

Heeft het Verenigd Koninkrijk haar verplichtingen onder artikel 2 EVRM geschonden door de familie Osman onvoldoende bescherming te geven?

Overweging

Het Hof begint met de stelling dat artikel 2 EVRM de staat niet alleen verplicht om af te zien van het onwettig doden van burgers, maar ook een verplichting oplegt om maatregelen te nemen die dienen ter bescherming van het leven van de personen binnen haar jurisdictie. Het is in dit opzicht niet genoeg dat de staat het recht op leven wil beschermen d.m.v. een wetboek van strafrecht en opsporingsapparaat. Artikel 2 bevat ook positieve verplichtingen voor de autoriteiten om preventieve maatregelen te nemen ter bescherming van personen die met hun leven bedreigd worden door andere burgers.

Omdat de bevoegde autoriteiten nu eenmaal geen onuitputtelijke bron van geld en mankracht hebben moeten zij prioriteiten stellen. Hieruit volgt dat niet iedere claim van een burger dat hij met zijn leven bedreigd wordt tot maatregelen van de overheid kan leiden. Ook moeten de autoriteiten verschillende procedures in acht nemen met het oog op andere rechten neergelegd in het Verdrag.

Positieve verplichtingen om het recht op leven te beschermen worden geschonden wanneer de autoriteiten wisten of hadden moeten weten dat de dreiging daadwerkelijk en direct was maar er niet in slaagden voldoende maatregelen te nemen om dat leven te beschermen. Het gaat er dan om, volgens het Hof, dat de klager aan kan tonen dat de autoriteiten niet alles deden wat redelijkerwijs van hen verwacht kon worden om een daadwerkelijke en directe bedreiging van het leven van het slachtoffer waarvan zij op de hoogte waren, of hadden moeten zijn, te voorkomen.

Het Hof overweegt dat de eisers niet aan kunnen tonen dat gedurende enig moment in de twee jaar dat het geschil sleepte de politie wist, of behoorde te weten, dat leden van de familie Osman direct en daadwerkelijk bedreigd werd met hun leven. Hoewel zich verschillende incidenten voorgedaan hebben waarbij de politie meer had kunnen doen, kan niet gezegd worden dat andere maatregelen de gebeurtenissen die volgden hadden kunnen voorkomen. De politie moet, zoals reeds aangegeven, haar taken vervullen op een manier die de rechten en vrijheiden van de verdachte respecteert. De politie kan niet bekritiseerd worden omdat zij vasthield aan de onschuldpresumptie of weigerde gebruik te maken van verschillende opsporingsbevoegdheden zonder concreet bewijs. Het Hof concludeert dan ook dat artikel 2 EVRM in dit geval niet geschonden was.

Rechtsregel

Het recht op leven brengt een positieve verplichting voor de staat mee die inhoudt dat burgers beschermd moeten worden door de autoriteiten wanneer een reële dreiging tegen hun leven bestaat.

Relevante artikelen

Artikel 2 lid 1 EVRM:

Het recht van een ieder op leven wordt beschermd door de wet. Niemand mag opzettelijk van het leven worden beroofd, behoudens door de tenuitvoerlegging van een gerechtelijk vonnis wegens een misdrijf waarvoor de wet in de doodstraf voorziet.

Andere relevante jurisprudentie

Hof Datum Vindplaats Naam Onderwerp
EHRM 06/05/2003 AB 2003, 211 Betuwelijn (Kleyn ea tegen ... Onpartijdigheid, dubbelrol ... +
HR 17/03/1953 NJ 1953, 389 APV Nuth Beperking grondrecht +
HR 10/11/1992 NJ 1993, 197 APV Den Bosch Beperking vrijheid van meni... +
HR 15/04/1994 NJ 1994, 608 Valkenhorst Beperking van het recht om ... +
EHRM 10/11/2005 44774/98 Leyla Sahin tegen Turkije Vrijheid van godsdienst +
HR 28/11/1950 NJ 1951, 117 APV Tilburg Beperking openbarings- en v... +
EHRM 28/09/1995 NJ 1995, 667 Procola Onpartijdigheid, Raad van S... +
HR 26/04/1996 NJ 1996, 728 Rasti Rostelli Privaatrechtelijk handelen ... +
EHRM 13/02/2002 EHRC 2003/28 Refah Partisi Vrijheid van vereniging, de... +
HR 30/03/1984 NJ 1985, 350 Turkse werkneemster (Suiker... Vrijheid van godsdienst, ho... +
KB 05/06/1986 Stb. 1986, 337 Vloekverbod Ermelo Grondrechten +
EHRM 26/04/1979 NJ 1980, 146 Sunday Times Beperking grondrechten +
ABRvS 28/08/1995 AB 1996, 204 Sluiting drugspand Grondrechten +
EHRM 21/06/1988 NJ 1991, 641 Ärzte für das Leben Vrijheid van vereniging, po... +
EHRM 26/02/2002 28525/95 Unabhangige Initiative Info... Vrijheid van meningsuiting +
EHRM 26/04/1979 NJ 1980, 146 Sunday Times t. UK Vrijheid van meningsuiting,... +
HR 12/12/2003 AB 2004, 93 Aidstest II Horizontale werking grondre... +
EHRM 11/07/2002 28957/95 Christine Goodwin t. Vereni... Private life, margin of app... +
HR 30/05/1986 NJ 1986, 688 NS/FNV (Spoorwegstaking) Een ieder verbindende bepal... +
HR 13/03/1960 BNB 1960/222 AOW gewetensbezwaren Vrijheid van godsdienst, be... +
EHRM 07/12/1976 5493/72 Handyside t. Verenigd Konin... Vrijheid van meningsuiting +
HR 18/06/1993 NJ 1994, 347 Verplichte aidstest Horizontale werking grondre... +