Criteria voor toepassing bewijsuitsluiting ex 359a Sv-arrest


Onderwerpen ‐ Bewijsuitsluiting ex art. 359a Sv
Artikelen ‐ art. 359a Sv

Feiten

Tijdens het vooronderzoek wordt de woning van een verdachte zonder zijn toestemming en zonder toestemming van een andere bewoner betreden door opsporingsambtenaren. Deze opsporingsambtenaren waren slechts voorzien van een machtiging (als bedoeld in artikel 2 van de Algemene wet op het binnentreden) afgegeven door een onbevoegde hulpofficier van justitie. De verdachte beroept zich op bewijsuitsluiting ex art. 359a Sv.

Rechtsvraag

Wanneer is bewijsuitsluiting ex art. 359a Sv aan de orde?

Overweging

r.o. 2.4.2:

“(…) Bewijsuitsluiting kan als op grond van art. 359a, eerste lid, Sv voorzien rechtsgevolg uitsluitend aan de orde komen indien het bewijsmateriaal door het verzuim is verkregen, en komt slechts in aanmerking indien door de onrechtmatige bewijsgaring een belangrijk (strafvorderlijk) voorschrift of rechtsbeginsel in aanzienlijke mate is geschonden (…).”

r.o. 2.4.4:

“(…) Toepassing van bewijsuitsluiting kan noodzakelijk zijn ter verzekering van het recht van de verdachte op een eerlijk proces in de zin van art. 6 EVRM, zoals daaraan mede door het EHRM uitleg is gegeven (…).”

r.o. 2.4.5:

“(…) Voorts kan in gevallen waarin het recht van de verdachte op een eerlijk proces in de zin van art. 6 EVRM niet (rechtstreeks) aan de orde is, maar sprake is van een ander belangrijk (strafvorderlijk) voorschrift of rechtsbeginsel dat in aanzienlijke mate is geschonden, toepassing van bewijsuitsluiting noodzakelijk worden geacht als middel om toekomstige vergelijkbare vormverzuimen die onrechtmatige bewijsgaring tot gevolg hebben te voorkomen en een krachtige stimulans te laten bestaan tot handelen in overeenstemming met de voorgeschreven norm. Een dergelijke toepassing van bewijsuitsluiting als rechtsstatelijke waarborg en als middel om met de opsporing en vervolging belaste ambtenaren te weerhouden van onrechtmatig optreden kan in beeld komen als sprake is van een vormverzuim dat resulteert in een zeer ingrijpende inbreuk op een grondrecht van de verdachte (…).”

r.o. 2.4.6:

“(…) Toepassing van bewijsuitsluiting is voorts niet onder alle omstandigheden uitgesloten als sprake is van de - zeer uitzonderlijke - situatie (waarin het verzekeren van het recht op een eerlijk proces in de zin van art. 6 EVRM de rechter niet noopt tot toepassing van bewijsuitsluiting en evenmin sprake is van een op zichzelf reeds zeer ingrijpende inbreuk op een grondrecht van de verdachte, maar) waarin het desbetreffende vormverzuim naar uit objectieve gegevens blijkt zozeer bij herhaling voorkomt dat zijn structureel karakter vaststaat en de verantwoordelijke autoriteiten zich, vanaf het moment waarop dit structurele verzuim hun bekend moet zijn geweest, onvoldoende inspanningen hebben getroost overtredingen van het desbetreffende voorschrift te voorkomen (…).”

Rechtsregel

Bewijsuitsluiting ex art. 359a Sv geldt slechts als door de onrechtmatige bewijsverkrijging een belangrijk strafvorderlijk voorschrift of rechtsbeginsel in aanzienlijke mate is geschonden en er sprake is van een van de volgende gevallen:

1.Als met de onrechtmatige bewijsverkrijging het recht op een eerlijk proces is geschonden.

2.Als een ander belangrijk strafvorderlijk voorschrift of rechtsbeginsel in aanzienlijke mate is geschonden en bewijsuitsluiting een noodzakelijk middel is om vergelijkbare vormverzuimen te voorkomen.

3.Uitzonderlijke situaties waarin blijkt van vormverzuimen met een structureel karakter, zonder dat de verantwoordelijke autoriteiten zich voldoende hebben ingespannen om overtredingen van het desbetreffende voorschrift te voorkomen.

Relevante artikelen

Art. 359a Sv:

1. De rechtbank kan, indien blijkt dat bij het voorbereidend onderzoek vormen zijn verzuimd die niet meer kunnen worden hersteld en de rechtsgevolgen hiervan niet uit de wet blijken, bepalen dat: a. de hoogte van de straf in verhouding tot de ernst van het verzuim, zal worden verlaagd, indien het door het verzuim veroorzaakte nadeel langs deze weg kan worden gecompenseerd;

b. de resultaten van het onderzoek die door het verzuim zijn verkregen, niet mogen bijdragen aan het bewijs van het telastegelegde feit;

c. het openbaar ministerie niet ontvankelijk is, indien door het verzuim geen sprake kan zijn van een behandeling van de zaak die aan de beginselen van een behoorlijke procesorde voldoet.

2. Bij de toepassing van het eerste lid, houdt de rechtbank rekening met het belang dat het geschonden voorschrift dient, de ernst van het verzuim en het nadeel dat daardoor wordt veroorzaakt.

3. Het vonnis bevat de beslissingen vermeld in het eerste lid. Deze zijn met redenen omkleed.

Andere relevante jurisprudentie

Hof Datum Vindplaats Naam Onderwerp
HR 06/12/1983 NJ 1984, 442 Damrak Redelijk vermoeden van schu... +
HR 20/12/1926 NJ 1927, 85 De auditu Testimonium de auditu, bewi... +
HR 30/03/2010 LJN BL2828 Telefoontap bij opzetheling bijzondere opsporingsbevoeg... +
Rechtb... 03/08/2012 LJN BX3554 Bewijsuitsluiting en vrijsp... Salduz, bewijsuitsluiting +
EHRM 17/12/1996 NJ 1997, 699 Saunders t. Verenigd Konink... Bewijs, zelfincriminatie, g... +
HR 26/01/2010 LJN BK2094 Unus testis nullus testis II bewijsminima getuigenverkla... +
HR 30/06/2009 LJN BG7746 Unus testis nullus testis I bewijsminima getuigenverkla... +
HR 27/05/2014 ECLI:NL:HR:2014... Fictieve 10-jarige strafbare voorbereiding zed... +
HR 03/06/1977 NJ 1978, 601 Hollende kleurling Redelijk vermoeden van schu... +
HR 07/05/1996 NJ 1996, 687 Dev Sol Bewijs, toevoegen processtu... +
HR 13/02/2013 LJN BY5321 Aanscherping toetsingskader... vormverzuim, afgegeven mach... +
HR 14/01/1975 NJ 1975, 207 Ruimte (coffeeshop de Ruimte) "Ernstige bezwaren", (on)re... +
HR 29/09/1981 NJ 1982, 258 Plastic boodschappentasje Verdachte, cautie +
HR 11/03/2008 NJ 2008, 329 Anonieme melding en redelij... Redelijk vermoeden +
HR 02/12/2008 NJ 2009, 10 Verschenen getuige I Getuigen +
HR 19/09/1988 NJ 1989, 379 Parkeerwachter Vertrouwensbeginsel, uitlat... +
HR 12/04/1900 W 6945 Muilkorf Formeel wettelijke grondsla... +
HR 02/12/1935 NJ 1936, 250 Geweer Bevoegdheden, voortzetting ... +
HR 25/06/1996 NJ 1996, 714 Zeeuwse motorrijder art. 12 Sr, beklag inhoud d... +
HR 04/05/2004 NJ 2005, 242 Partijdigheid rechter II partijdigheid rechter +
HR 11/04/2006 NJ 2006, 393 Responsieplicht motivering +
HR 10/10/2006 LJN AX9216 uitdrukkelijk onderbouwd st... motivering +
HR 21/10/2003 2007, 9 Tussendeur Machtiging tot binnentreden... +
HR 26/10/2010 LJN BN0004 Observatie voetbalkooi bijzondere opsporingsbevoeg... +
HR 31/10/1986 NJ 1987, 173 St. Walburga politie-onderzoek +
Europe... 29/06/2007 EHRC 2007, 104 Francis t. Verenigd Koninkrijk Nemo tenetur-beginsel +
Europe... 11/07/2006 NJ 2007, 226 Jalloh t. Duitsland Nemo tenetur-beginsel +
HR 05/03/2013 LJN BZ2190 CIE-info Verdenking, art. 49 WWM +
HR 13/08/2013 ECLI:NL:RBAMS:2... Art. 160 WVW Verdenking, controlebevoegd... +
HR 02/02/1988 Nj 1988, 920 Stormsteeg Redelijk vermoeden van schu... +
HR 04/04/2000 NJ 2000,735 Antillianen in Groningen Redelijk vermoeden van schu... +
HR 19/09/2006 NJ 2007, 39 BAWR-gegevens Nemo tenetur-beginsel +
HR 21/12/2010 NJ 2011, 425 Schriftelijke verklaringen Nemo tenetur-beginsel +
HR 17/12/2013 RvdW 2014, 144 Nijmeegse scooter Medeplegen +
Hof Ar... 07/07/2013 ECLI:NL:GHARL:2... Stealth-sms Gebruik BOB-middelen, bewij... +