Weigering handhaving reclameobjecten-arrest


Onderwerpen ‐ Belanghebbende begrip
Artikelen ‐ Artikel 1:2 lid 1 Awb, Artikel 1:3 Awb, Artikel 8:70 Awb, artikel 8:54 Awb

De feiten

In casu is het verzoek gericht op het handhavend optreden tegen diverse reclame-objecten in de stad. Het College van B&W gemeente Roermond (verweerder) heeft de eiser niet-ontvankelijk verklaard in het door hem ingediende bezwaar omdat hij niet als belanghebbende in de zin van art. 1:2 Awb kan worden aangemerkt.

Rechtsvraag

Indien de eiser geen belanghebbende in de zin van art. 1:2 Awb is kan dan niet-ontvankelijkheidsverklaring volgen van het beroep?

Overweging

De niet ontvankelijkverklaring van het bezwaar volgt omdat de eiser naar de mening van verweerder niet als belanghebbende als bedoeld in artikel 1:2 van de Awb kan worden aangemerkt. De rechtbank dient te beoordelen of het bestreden besluit van 18 augustus 2009 de rechterlijke toets kan doorstaan.

Rechtbank
De rechtbank volgt verweerder in de niet-ontvankelijkheidsverklaring van de eiser. De belangen van de eiser, waarbij hij stelt dat zijn aandacht als passant c.q. weggebruiker wordt getrokken door de reclame-objecten, onderscheiden zich onvoldoende van (die van) anderen.
Nu eiser geen belanghebbende is, was evenmin sprake van een aanvraag in de zin van art. 1:3 lid 3 Awb en was de reactie van verweerder geen besluit in de zin van de Awb.
Bezwaar is terecht niet-ontvankelijk verklaard. Het beroep wordt ongegrond verklaard.

Rechtsregel

Louter subjectief gevoel van betrokkenheid is onvoldoende om te kunnen spreken van belangen die rechtstreeks door het besluit worden geraakt.
Bij de rechterlijke toets door de rechtbank mag deze enkel beoordelen of verweerder terecht het bezwaar van eiser niet-ontvankelijk heeft verklaard en terecht niet is overgegaan tot inhoudelijke behandeling van het bezwaar.

Relevante artikelen

Art. 1:2 Awb
1. Onder belanghebbende wordt verstaan: degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken

Art. 1:3 Awb
3. Onder aanvraag wordt verstaan: een verzoek van een belanghebbende, een besluit te nemen.

Artikel 8:70 Awb
De uitspraak strekt tot:
a. onbevoegdverklaring van de rechtbansk
b. niet-ontvankelijkverklaring van het beroep,
c. ongegrondverklaring van het beroep, of
d. gegrondverklaring van het beroep.

Artikel 8:54 Awb
1: Totdat partijen zijn uitgenodigd om op een zitting van de rechtbank te verschijnen, kan de rechtbank het onderzoek sluiten, indien voortzetting van het onderzoek niet nodig is, omdat:
a. zij kennelijk onbevoegd is,
b. het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is,
c. het beroep kennelijk ongegrond is, of
d. het beroep kennelijk gegrond is.
2: In de uitspraak na toepassing van het eerste lid worden partijen gewezen op artikel 8:55, eerste lid .

Andere relevante jurisprudentie