Kas Associatie/Drying-arrest


Onderwerpen ‐ Art. 3:110 BW
Artikelen ‐ Art. 3:90, 3:93, 3:110 BW

Feiten

Een effectenkantoor heeft in opdracht van en ook op rekening van Drying 308.000 aandelen gekocht. De aankoopnota's zijn telkens aan zowel Kas Associatie als Drying verzonden. De aandelen zelf werden telkens bijgeschreven door de effectenrekening van Kas Associatie, waardoor zij gingen meerekenen in het aandeel van het effectenkantoor in Kas Associatie aangehouden verzameldepot. De koopprijs is namens Drying aan het effectenkantoor gedaan, waardoor Kas Associatie erbuiten blijft. Het effectenkantoor heeft alle effecten die op haar naam staan verpand aan Kas Associatie. Drying daagt hierop Kas Associatie voor de rechter. Hij vordert hierbij verklaring voor recht dat alle aandelen behoren tot het verzameldepot van Kas Associatie. Zij zijn niet ten behoeve van Kas Associatie bezwaard met pandrechten. Bovendien wilde zij een verklaring voor recht dat de toezegging van Kas Associatie om over te gaan tot onderhandse verkoop van bepaalde aandelen onrechtmatig was. Drying vordert ook nog schadevergoeding voor de wanprestatie/onrechtmatige daad. Er kon volgens Drying geen pandrecht rusten op aandelen die in opdracht van haar en voor haar gekocht waren door Effectenkantoor. Effectenkantoor was niet bevoegd deze aandelen aan Kas Associatie te verkopen, Drying had hier bovendien geen toestemming voor gegeven. Bovendien kon de beschikkingsbevoegdheid niet geheeld zijn, aangezien Kas Associatie niet te goeder trouw was. Kas Associatie wist, of behoorde te weten, dat de aandelen toebehoorden aan Drying en dat Effectenkantoor de aandelen hield voor Drying.

Rechtsvraag

Zijn de aandelen rechtsgeldig verpand?

Overweging

Effectenkantoor kantoor was beschikkingsonbevoegd. Of er toch een rechtsgeldige verpanding is, hangt af van de goede trouw van Kas Associatie. De rechtbank nam goede trouw aan, het Hof gaf een bewijsopdracht. Kas Associatie stelt cassatie in en hierbij ging het om de beschikkingsbevoegdheid.

De directe leer kan enkel worden toepast op goederen waarvan levering plaats vindt door de verkrijger het bezit te verschaffen. Zie hiervoor art. 3:90 en art. 3:93 BW. Art. 3:110 gaat immers enkel om de mogelijkheid om iemand rechtstreeks bezitter te maken middels een ander, die dan voor hem houdt. Deze regelen geldt niet, ook niet middels analogie, als een grondslag voor een directe levering van een recht op naam, zoals een aandeel in een verzameldepot. Het bezit is hier dan ook niet overgegaan.

Rechtsregel

Art. 3:110 BW heeft niet analogisch te gelden voor een directe levering van een recht op naam.

Relevante artikelen

Art. 3:90 BW

1. De levering vereist voor de overdracht van roerende zaken, niet-registergoederen, die in de macht van de vervreemder zijn, geschiedt door aan de verkrijger het bezit der zaak te verschaffen. 2. Blijft de zaak na de levering in handen van de vervreemder, dan werkt de levering tegenover een derde die een ouder recht op de zaak heeft, eerst vanaf het tijdstip dat de zaak in handen van de verkrijger is gekomen, tenzij de oudere gerechtigde met vervreemding heeft ingestemd.

Art. 3:93 BW
De levering, vereist voor de overdracht van een recht aan toonder waarvan het toonderpapier in de macht van de vervreemder is, geschiedt door de levering van dit papier op de wijze en met de gevolgen als aangegeven in de artikelen 90, 91 en 92. Voor overdracht van een recht aan order, waarvan het orderpapier in de macht van de vervreemder is, geldt hetzelfde, met dien verstande dat voor de levering tevens endossement vereist is.

Art. 3:110 BW
Bestaat tussen twee personen een rechtsverhouding die de strekking heeft dat hetgeen de ene op bepaalde wijze zal verkrijgen, door hem voor de ander zal worden gehouden, dan houdt de ene het ter uitvoering van die rechtsverhouding door hem verkregene voor de ander.

Andere relevante jurisprudentie

Hof Datum Vindplaats Naam Onderwerp
HR 25/01/2008 NJ 2008, 66 Ontvanger c.s./Brink Overdracht na faillietverkl... +
HR 26/03/1982 NJ 1982, 615 SOS/ABN (Viskotter Leon) Cessie van een toekomstige ... +
HR 25/03/1988 NJ 1989, 200 Staal Bankiers – Ambags q.q. Overdracht toekomstige vord... +
HR 25/01/1929 NJ 1929, 616 Bierbrouwerij De fiduciaire overeenkomst +
HR 21/03/2014 JOR 2014, 151 Coface Finanz/Intergamma Cessie, inkoopvoorwaarden +
HR 18/11/2005 NJ 2006, 151 BTL Lease B.V./Van Summeren Overdracht en verschaffing ... +
HR 20/06/1997 NJ 1998, 362 Wagemakers q.q. / Rabobank ... Bepaalbaarheid van een stil... +
HR 17/01/2003 NJ 2004, 281 Oryx/ Van Eesteren Goederenrechtelijke werking... +
HR 14/10/1994 NJ 1995, 447 Spaarbank Rivierenland/Gispen Bezwaring vorderingen, spec... +
HR 09/09/2011 NJ 2012, 312 Muller/Hoogheemraadschap Uitstellen van levering, ei... +
HR 18/09/1987 NJ 1988, 983 Berg/De Bary Volgorde beperkte rechten +
HR 14/07/2000 NJ 2001/685 Van de Mosselaar/Lagero Voltooiing levering door cu... +
HR 01/05/1987 NJ 1988, 852 LeasePlan Nederland/IBM Levering longa manu, bezits... +
HR 09/09/2011 RvdW 2011/1065 Muller q.q. / Hoogheemraads... Eigendomsverkrijging door b... +
HR 05/02/2010 NJ 2010, 294 Rodewijk/Bouwman Goede trouw bij bezit van e... +
HR 09/09/2011 NJ 2012, 312 Leune Bouw/Hoogheemraadsch.... Verkrijgende verjaring +
HR 21/10/2011 NJ 2011, 494 HR DFM/Mobiel Lease Goede trouw +
HR 20/09/2002 NJ 2004, 171 Van der Wal/Duinstra Houderschap, goede trouw, r... +
HR 07/10/2005 NJ 2006, 351 De Tweedehands Volvo Verkrijging van beschikking... +
HR 21/10/2011 NJ 2011, 494 Autopapieren II Koop auto, onderzoeksplicht... +
HR 07/10/2005 NJ 2006, 351 Coppes/ van de Kolk Verkrijging tweedehands aut... +
HR 18/01/1991 NJ 1992, 667 Centraal Beheer / Gritter Bescherming derde-verkrijge... +
HR 14/01/2011 NJ 2012, 88 De Mesdag Verkoop door lasthebber in ... +