van Rooij/van der Sluijs-arrest


Onderwerpen ‐ Kwalificatie van de rechtsverhouding. ambtshalve aanvulling rechtsgronden
Artikelen ‐ Art. 25 Rv

Feiten

Er is een overeenkomst tussen van Rooij en van der Sluijs. Middels deze overeenkomst is van Rooij een pand in bruikleen gegeven. Uiteindelijk dagvaardt van der Sluijs van Rooij, stellende dat de laatste wanprestatie heeft gepleegd. Hij wil dan ook dat van Rooij het pand ontruimt en schadevergoeding. Van Rooij stelt echter dat de overeenkomst te kwalificeren is als een huurovereenkomst, met de bijkomende bescherming, en geen overeenkomst van bruikleen.

Rechtsvraag

Is er hier sprake van een huurovereenkomst?

Overweging

Het is mogelijk dat de personen de overeenkomst verkeerd kwalificeren. Dit ontslaat de Hoge Raad niet van de verplichting voortvloeiend uit art. 25 Rv om te testen of de aan de vordering ten grondslag liggende feiten de vordering in kwestie kunnen dragen. Een juiste kwalificatie van de rechtsverhouding tussen partijen maakt niet dat de rechter niet kan onderzoeken of de feitelijke situatie toch de vordering kan dragen. Dit is enkel anders indien de vordering enkel gebaseerd is op de onjuiste rechtsverhouding, gesteld door een of beide partijen.

Rechtsregel

Een juiste kwalificatie van de rechtsverhouding tussen partijen maakt niet dat de rechter niet kan onderzoeken of de feitelijke situatie toch de vordering kan dragen.

Relevante artikelen

Art. 25 Rv.

De rechter vult ambtshalve de rechtsgronden aan.

Andere relevante jurisprudentie