Regiopolitie/Hovax-arrest


Onderwerpen ‐ Volmacht
Artikelen ‐ Art. 3:61 lid 2 BW

Feiten

Hovax is de eigenaar van een pand. De Regiopolitie werd als gegadigde opgegeven voor de huur van dit pand. Hovax biedt de Gemeente Nijmegen aan voor huur. Uiteindelijk werd de huurovereenkomst aan de Regiopolitie toegezonden, voor ondertekening. De Rijksgebouwendienst constateert een aantal cruciale technische tekortkomingen, waarop de Regiopolitie te kennen geeft het pand niet te willen huren. Hovax vordert betaling en schadevergoeding van de Regiopolitie. Volgens Hovax was de huurovereenkomst al tot stand gekomen, ondanks het feit dat de persoon die de onderhandelingen voerde onbevoegd bleek te zijn. Hovax had namelijk bij het aangaan van de overeenkomst aangenomen dat deze persoon wel degelijk bevoegd was. De Regiopolitie heeft aan het wekken van deze schijn meegewerkt. De Regiopolitie voert aan dat de persoon in kwestie niet bevoegd was en dat hij enkel voorbereidende besprekingen mocht voeren.

Rechtsvraag

Kon de wederpartij vertrouwen op het bestaan van een afdoende volmacht.

Overweging

Op het moment dat er sprake is van onbevoegde volmacht, geldt dat voor bescherming van de wederpartij de wederpartij in kwestie heeft kunnen vertrouwen op het bestaan van een afdoende volmacht door gedragingen van de 'volmachtgever'. Dit vertrouwen in kwestie kan men afleiden uit verklaringen en/of gedragingen als reactie op het handelen van de gevolmachtigde. Denk hierbij aan het voeren van serieuze onderhandelingen en dergelijke. Deze gedragingen moeten afgeleid worden uit de concrete omstandigheden van het geval. Uit het handelen van de gevolmachtigde moet de wederpartij redelijkerwijs af kunnen leiden dat er sprake was van een volmacht. Dit moet dan ook worden aangenomen, tenzij de volmachtgever anders weet te bewijzen. Bovendien volgt uit dit arrest ook dat de rechter niet ambtshalve de wettelijke schadevergoedingsplicht op basis van 'eigen schuld' (art. 6:101 BW) mag verminderen. Hier is wel een uitzondering op mogelijk, in die gevallen waar het zeer voor de hand ligt dat de schuldenaar in kwestie hier een beroep op zal doen.

Rechtsregel

Op het moment dat er sprake is van onbevoegde volmacht, geldt dat voor bescherming van de wederpartij de wederpartij in kwestie heeft kunnen vertrouwen op het bestaan van een afdoende volmacht door gedragingen van de 'volmachtgever'.

Relevante artikelen

Art. 3:61 lid 2 BW.

Andere relevante jurisprudentie