Twickler/R-arrest


Onderwerpen ‐ Ontbinding van een overeenkomst zonder verzuim
Artikelen ‐ art. 6:265 BW

Feiten

De verweerder in deze zaak huurt van de eiser een gedeelte van een marktterrein en exploiteert daarop een snackbar. De eiser vordert ontbinding van de huurovereenkomst, waarbij hij stelt dat de verweerder structureel een onhygiënische toestand in en rond zijn op het gehuurde geplaatste snackbar in stand houdt en ook in andere opzichten tekortschiet in de uitvoering van de overeenkomst.

Rechtsvraag

Kunnen deze tekortkomingen de ontbinding met haar gevolgen rechtvaardigen?

Overweging

“(…) Voor het op voorhand maken van een onderscheid van in een overeenkomst opgenomen beding en een verdeling van de stelplicht en bewijslast als door de Rechtbank is aangenomen, biedt art. 6:265 lid 1 echter geen grond. Volgens deze bepaling geeft immers iedere tekortkoming van een partij in de nakoming van een van haar verbintenissen in beginsel aan de wederpartij de bevoegdheid om de overeenkomst geheel of gedeeltelijk te ontbinden (…).”

Rechtsregel

Iedere tekortkoming is grond voor ontbinding, ook wanneer de tekortkoming een beding van de overeenkomst betreft dat niet de kern van de overeengekomen prestatie betreft. Een en ander neemt niet weg dat een geringe ernst van de tekortkoming niet rechtvaardigt dat een overeenkomst wordt ontbonden.

Relevante artikelen

Art. 6:265 BW:

1. Iedere tekortkoming van een partij in de nakoming van een van haar verbintenissen geeft aan de wederpartij de bevoegdheid om de overeenkomst geheel of gedeeltelijk te ontbinden, tenzij de tekortkoming, gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis, deze ontbinding met haar gevolgen niet rechtvaardigt.

2. Voor zover nakoming niet blijvend of tijdelijk onmogelijk is, ontstaat de bevoegdheid tot ontbinding pas, wanneer de schuldenaar in verzuim is.

Andere relevante jurisprudentie