Aortaperforatie-arrest


Onderwerpen ‐ causaliteit
Artikelen ‐ art. 302 lid 2

Feiten

Verdachte heeft tijdens een ruzie in een café een andere man met een heel scherp zakmes in zijn buik gestoken. Hierdoor heeft de man perforaties opgelopen in zijn maagwand en in de aorta. In het ziekenhuis worden de perforaties in de maagwand gehecht, maar die in de aorta worden over het hoofd gezien. Het slachtoffer komt te overlijden ten gevolge van de inwendige bloedingen. Verdachte wordt veroordeeld voor het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel, met de dood ten gevolge. De advocaat van verdachte voerde aan dat het slachtoffer niet was overleden ten gevolge van de messteek, maar doordat in het ziekenhuis de aortaperforatie over het hoofd hadden gezien.

De rechtsvraag

Ontbreekt het causale verband tussen de messteek en de dood van het slachtoffer?

Overweging

Voor de vaststelling van het causaal verband tussen de messteek van verdachte en de dood van het slachtoffers, moet worden bepaald of de dood redelijkerwijs als gevolg van die gedragingen aan de dader kan worden toegerekend. De Hoge Raad werkt met het causaliteitscriterium: de redelijke toerekening. Ongeacht de nalatigheid van de arts, heeft de messteek de dood tot gevolg gehad. De Hoge Raad acht voldoende causaal verband tussen de messteek en de dood van het slachtoffer.

Rechtsregel

Voor de causaliteit was beslissend dat de dood een redelijkerwijs toe te rekenen gevolg was van de messteek die op zichzelf al tot de dood zou hebben geleid.

Relevante artikelen

Art. 302 lid 2 Sr:
1.Hij die aan een ander opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toebrengt, wordt, als schuldig aan zware mishandeling, gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste acht jaren of geldboete van de vijfde categorie.
2.Indien het feit de dood ten gevolge heeft, wordt de schuldige gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste tien jaren of geldboete van de vijfde categorie.

Andere relevante jurisprudentie