Coffeeshop de Poort-arrest


Onderwerpen ‐ Belanghebbende begrip
Artikelen ‐ Artikel 1:2 lid 1 Awb, artikel 1:3 Awb, artikel 8:81 Awb

De feiten

Verzoekers hebben in de gemeente Enkhuizen een coffeeshop geëxploiteerd. Deze is op last van de burgemeester van de gemeente Enkhuizen (verweerder) gesloten op 6 maart 2006. Bij brief van 18 december 2006 hebben verzoekers de verweerder verzocht om handhavend op te treden tegen de exploitatie van de coffeeshop ‘De Poort’, Verlaat 3-5 te Enkhuizen. Bij brief van 15 januari 2007, verzonden op 17 januari 2007, heeft verweerder afwijzend beslist op dit verzoek. Tegen dit besluit hebben verzoekers bij brief van 5 februari 2007 bezwaar gemaakt. Bij brief van 5 februari 2007 hebben verzoekers de voorzieningenrechter van de rechtbank verzocht om toepassing te geven aan artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

Rechtsvraag

Vallen de verzoekers in casu onder belanghebbendebegrip in de zin van de Awb?

Overweging

De voorzieningenrechter zal allereerst beoordelen of verzoekers als belanghebbende kunnen worden aangemerkt bij een verzoek handhavend op te treden tegen de exploitatie van coffeeshop ‘De Poort’.

Ingevolge artikel 1:2, eerste lid, van de Awb wordt onder belanghebbende verstaan: degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken.
Ingevolge artikel 1:3, eerste lid, van de Awb wordt onder een besluit verstaan: een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan, inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling.
Ingevolge het derde lid van dit artikel wordt onder aanvraag verstaan: een verzoek van een belanghebbende, een besluit te nemen.

De voorzieningenrechter is van oordeel dat verzoekers geen belang hebben bij een verzoek handhavend op te treden tegen ‘De Poort’. Verzoekers zijn niet als concurrent van [belanghebbende partij] aan te merken. Vast staat immers dat de coffeeshop van verzoekers sinds maart 2006 is gesloten. Desgevraagd hebben verzoekers aangegeven dat zij sindsdien niet meer actief zijn op de markt voor softdrugs. Ook overigens is niet gebleken dat zij bedrijfsactiviteiten ontplooien die in overwegende mate met die van ‘De Poort’ samenvallen. Dat zij in de procedure tot het verkrijgen van een gedoogverklaring wedijveren met [belanghebbende partij] om zo alsnog op de markt voor soft drugs actief te kunnen zijn, maakt dit niet anders. Dat gegeven maakt ze immers niet tot concurrenten of potentiële concurrenten. Gesteld noch gebleken is van enige andere grond waarop verzoekers een eigen, concreet, actueel en voldoende objectief bepaald belang hebben.

Nu verzoekers geen belanghebbende zijn, is hun verzoek om handhaving van 18 december 2006 geen aanvraag in de zin van artikel 1:3, derde lid, van de Awb. De afwijzing van hun verzoek is derhalve geen besluit in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Awb. Het bezwaar van verzoekers zal niet-ontvankelijk verklaard dienen te worden. Onder deze omstandigheden zal het verzoek om een voorlopige voorziening worden afgewezen.

Rechtsregel

Ingevolge artikel 8:81 van de Awb kan, indien tegen een besluit, voorafgaand aan een mogelijk beroep bij de rechtbank, bezwaar is gemaakt, de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen, indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist. Voor zover het geschil in de bodemprocedure wordt beoordeeld heeft het oordeel daaromtrent een voorlopig karakter en is dat niet bindend voor de beslissing in die procedure. De betrokken belangen moeten eigen, concreet, actueel en voldoende objectief bepaalbaar zijn.

Relevante artikelen

Art. 1:2 Awb
1. Onder belanghebbende wordt verstaan: degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken.

Art. 1:3 Awb
1. Onder besluit wordt verstaan: een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan, inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling.
2. Onder beschikking wordt verstaan: een besluit dat niet van algemene strekking is, met inbegrip van de afwijzing van een aanvraag daarvan.
3. Onder aanvraag wordt verstaan: een verzoek van een belanghebbende, een besluit te nemen.
4. Onder beleidsregel wordt verstaan: een bij besluit vastgestelde algemene regel, niet zijnde een algemeen verbindend voorschrift, omtrent de afweging van belangen, de vaststelling van feiten of de uitleg van wettelijke voorschriften bij het gebruik van een bevoegdheid van een bestuursorgaan.

Art. 8:81 Awb
1. Indien tegen een besluit bij de rechtbank beroep is ingesteld dan wel, voorafgaand aan een mogelijk beroep bij de rechtbank, bezwaar is gemaakt of administratief beroep is ingesteld, kan de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.

Andere relevante jurisprudentie