Sluis BV-arrest


Onderwerpen ‐ dividenduitkering, enquêteprocedure
Artikelen ‐ art. 2:216 BW, art. 2:345 BW

Feiten

Het ging in deze zaak om een familievennootschap waarvan de statuten een uitvoerige reserveringsregeling bevatten die inhield dat weinig dividend kon worden uitgekeerd. Een voorstel tot statutenwijziging om tot meer uitkeringsmogelijkheden te komen, haalde niet vereiste gekwalificeerde meerderheid. Vervolgens gingen de minderheidsaandeelhouders een enquêteprocedure starten. De Ondernemingskamer wees het verzoek af op de grond dat een dergelijk geschil buiten het bereik van de enquêteprocedure viel.

Rechtsvraag

1.Valt de algemene vergadering van aandeelhouders ook binnen het bereik van een enquêteprocedure?

2.Kan het structureel reserveren van winsten een gegronde reden vormen om aan een juist beleid te twijfelen?

Overweging

"(…) Voor zover de bestreden beschikking moet worden verstaan in die zin dat de afwijzing van het verzoek mede berust op de opvatting dat gedragingen als door verzoekers aan de vennootschap verweten, nimmer wanbeleid in de zin van de wet kunnen opleveren, treft het onderdeel evenzeer doel. Daargelaten of zich het geval voordoet bedoeld in art. 2:343 lid 1 BW, kan van gegronde redenen om aan een juist beleid te twijfelen (...) onder omstandigheden niet alleen sprake zijn indien de vennootschap gedurende een aantal jaren, zonder dat het belang van de vennootschap zulks rechtvaardigt, geen of een in verhouding tot de winst slechts gering dividend uitkeert, doch tevens indien de vennootschap op grond van een statutaire bepaling gedurende een reeks van jaren de door haar gemaakte winsten niet of slechts in geringe mate bij wege van dividend aan de aandeelhouders uitkeert zonder dat zulks (nog langer) door het vennootschappelijke belang gerechtvaardigd wordt, en zij niet aan wijziging van die statutaire bepaling wenst mede te werken (…)."

Rechtsregel

1.Een enquêteprocedure kan ook betrekking hebben op gedragingen van andere organen dan het bestuur en de raad van commissarissen, zoals het gedrag van de algemene vergadering van aandeelhouders. De gedragingen van alle organen van een rechtspersoon kunnen relevant zijn voor de vraag of sprake is van een gegronde reden om aan een juist beleid te twijfelen c.q. wanbeleid.

2.Van wanbeleid kan sprake zijn wanneer de BV zonder dat haar belang dat rechtvaardigt, gedurende een aantal jaren geen of verhoudingsgewijs gering dividend uitkeert.

Relevante artikelen

Art. 2:216 lid 1 BW:

De algemene vergadering is bevoegd tot bestemming van de winst die door de vaststelling van de jaarrekening is bepaald en tot vaststelling van uitkeringen, voor zover het eigen vermogen groter is dan de reserves die krachtens de wet of de statuten moeten worden aangehouden. De statuten kunnen de bevoegdheden, bedoeld in de eerste zin, beperken of toekennen aan een ander orgaan.

Art. 2:345 BW:

1. Op schriftelijk verzoek van degenen die krachtens de artikelen 346 en 347 daartoe bevoegd zijn, kan de ondernemingskamer van het gerechtshof Amsterdam een of meer personen benoemen tot het instellen van een onderzoek naar het beleid en de gang van zaken van een rechtspersoon, hetzij in de gehele omvang daarvan, hetzij met betrekking tot een gedeelte of een bepaald tijdvak. Onder het beleid en de gang van zaken van een rechtspersoon zijn mede begrepen het beleid en de gang van zaken van een commanditaire vennootschap of een vennootschap onder firma waarvan de rechtspersoon volledig aansprakelijke vennoot is.

2. De advocaat-generaal bij het ressortsparket kan om redenen van openbaar belang een verzoek doen tot het instellen van een onderzoek als bedoeld in het eerste lid. Hij kan ter voorbereiding van een verzoek een of meer deskundige personen belasten met het inwinnen van inlichtingen over het beleid en de gang van zaken van de rechtspersoon. De rechtspersoon is verplicht de gevraagde inlichtingen te verschaffen en desgevraagd ook inzage in zijn boeken en bescheiden te geven aan de deskundigen.

Andere relevante jurisprudentie