Bas-C (Hermsen q.q./De Bont)-arrest


Onderwerpen ‐ Storting op aandelen bij een vennootschap in oprichting
Artikelen ‐ art. 178 BW, art. 180 BW

Feiten

De Bont wil zijn eenmanszaak onderbrengen in een BV. Vervolgens gaat De Bont handelen als een BV in oprichting, maar hij bindt zichzelf persoonlijk. Hij levert vervolgens goederen aan Océ. Het geld wat hij daarvoor ontvangt, blijft in de vennootschap. Bij oprichting van de BV bekrachtigt hij alle rechtshandelingen en wil het ingebrachte geld gebruiken voor storting op aandelen. Wanneer de vennootschap failliet gaat, wordt De Bont door de curator gedagvaard, omdat hij niet aan zijn stortingsplicht heeft voldaan.

Rechtsvraag

Mag storting op aandelen plaatsvinden via gelden die de vennootschap binnen komen uit een op naam van de vennootschap in oprichting aangegane overeenkomst?

Overweging

“(…) Wat betreft de vervolgens door [verweerder] gevolgde handelwijze kan niet van volstorting van de aandelen worden gesproken indien het bedrag dat daarvoor door de oprichter wordt bestemd, niet door of namens deze daadwerkelijk aan de B.V. ter beschikking is gesteld. [verweerder] heeft niet aan deze voorwaarde voldaan. Aangezien de tussen Bas-C B.V. i.o. en Océ Nederland B.V. gesloten overeenkomst niet is uitgesloten van de hiervoor in 3.1(v) bedoelde bekrachtiging van "alle rechtshandelingen (...) die voor de oprichting der vennootschap namens de - toen nog op te richten - vennootschap zijn verricht door de oprichter(s) der vennootschap (...)", werd Bas-C B.V. immers partij bij die overeenkomst, zodat zij ook rechthebbende werd op het in verband daarmee door de wederpartij aan Bas-C B.V. i.o. overgeboekte bedrag. Deze bekrachtiging had mede tot gevolg dat daarmee kwam vast te staan dat het bedrag van ƒ 40.000,-- dat [verweerder] als stortingskapitaal had aangewezen, door hem aan het vermogen van Bas-C B.V. is onttrokken en derhalve niet daadwerkelijk door hem aan de vennootschap ter beschikking is gesteld. Uit hetgeen hiervoor is weergegeven, blijkt immers dat de volstorting van de aandelen heeft plaatsgevonden met gebruikmaking van middelen die tot het vermogen van de vennootschap moeten worden gerekend. Omdat het bedrag van de storting is verkregen door het eerst aan het (toekomstig) vermogen van Bas-C B.V. te onttrekken, is niet voldaan aan het bepaalde in art. 2:178 lid 2 (…).”

Rechtsregel

Er heeft geen rechtsgeldige storting plaatsgevonden als het gestorte bedrag is voortgevloeid uit een op naam van de BV in oprichting aangegane overeenkomst tot het verrichten van werkzaamheden en de overeenkomst door de BV wordt bekrachtigd. De Bont mocht die gelden dus niet uit de kas van de vennootschap halen en ze zelf weer als oprichter storten op de aandelen. Hij had dit echter wel kunnen doen voor de oprichting van de vennootschap. Tevens kan er voor De Bont als bestuurder hoofdelijke aansprakelijkheid volgen op grond van art. 2:180 lid 2 BW.

Relevante artikelen

Art. 2:178 BW:

1. De statuten vermelden het nominale bedrag van de aandelen. Zijn er aandelen van verschillende soort, dan vermelden de statuten het nominale bedrag van elke soort. Indien de statuten bepalen dat er een maatschappelijk kapitaal is, dan wordt het bedrag daarvan vermeld. De akte van oprichting vermeldt het bedrag van het geplaatste kapitaal en het gestorte deel daarvan. Zijn er aandelen van verschillende soort, dan worden de bedragen van het geplaatste en het gestorte kapitaal uitgesplitst per soort. De akte vermeldt voorts van ieder die bij de oprichting aandelen neemt de in artikel 196 lid 2 onder b en c bedoelde gegevens met het aantal en de soort van de door hem genomen aandelen en het daarop gestorte bedrag.

2. Het bedrag van het maatschappelijke en het geplaatste kapitaal en het gestorte deel daarvan, alsmede het nominale bedrag van de aandelen kunnen luiden in een vreemde geldeenheid. Een vennootschap die is ontstaan voor 1 januari 2002 kan het bedrag van het maatschappelijke kapitaal en het nominale bedrag van de aandelen in gulden vermelden tot ten hoogste twee cijfers achter de komma.

Art. 2:180 lid 2 BW:

De bestuurders zijn naast de vennootschap hoofdelijk aansprakelijk voor elke tijdens hun bestuur verrichte rechtshandeling waardoor de vennootschap wordt verbonden in het tijdvak voordat de opgave ter eerste inschrijving in het handelsregister, vergezeld van de neer te leggen afschriften, is geschied.

Andere relevante jurisprudentie