Morgenbesser-arrest


Onderwerpen ‐ Vrij verkeer van diensten
Artikelen ‐ n.v.t.

De feiten

Morgenbesser, een Frans onderdaan die in Italië woont, heeft op 27 oktober 1999 bij de Raad van de orde van Genua een aanvraag tot inschrijving in het register van praticanti ingediend. Zij beriep zich daartoe op de „maîtrise en droit" (diploma na vier van de vijf jaar rechtenstudie) die zij in 1996 in Frankrijk had
behaald. Na gedurende acht maanden als jurist in een advocatenkantoor te Parijs te hebben gewerkt, is zij in april 1998 gaan werken bij een kantoor van “avvocati” waarvan de leden zijn ingeschreven bij de balie van Genua, en het is in dit kantoor dat zij op het tijdstip van de terechtzitting voor het Hofwerkzaam
was. 

Op 4 november 1999 heeft de Raad van de orde van Genua haar aanvraag afgewezen op grond van Italiaanse wetgeving, volgens hetwelk het bezit van een door een Italiaanse universiteit afgegeven of bekrachtigd diploma een voorwaarde is voor inschrijving in het register van praticanti. In de procedure wordt een prejudiciële vraag gesteld aan het Hof van Justitie van de EU

Rechtsvraag

Staat het EU-recht eraan in de weg dat de autoriteiten van een lidstaat de inschrijving van de houder van een in een andere lidstaat behaald rechtendiploma in het register van personen die de stage volgen die vereist is om tot de balie te worden toegelaten, weigeren op de enkele grond dat het diploma niet door een universiteit van de eerste lidstaat is afgegeven of bekrachtigd?

Overweging

Het Hof overweegt dat de autoriteiten van een lidstaat bij het onderzoek van een aanvraag van een onderdaan van een andere lidstaat om toelating tot uitoefening van een gereglementeerd beroep verplicht rekening te houden met de beroepskwalificatie van de betrokkene door de uit zijn diploma's,
certificaten en andere titels alsmede uit zijn relevante beroepservaring blijkende beroepsbekwaamheid te vergelijken met de door de nationale wettelijke regeling voor de uitoefening van dat beroep vereiste beroepskwalificatie.

Die verplichting geldt voor alle diploma's, certificaten en andere titels alsmede voor de relevante ervaring van de betrokkene, ongeacht of zij in een lidstaat dan wel in een derde land zijn verworven, en verdwijnt niet door de vaststelling van richtlijnen inzake de onderlinge erkenning van diploma's.

Het Hof vervolgt met de overweging dat de uitoefening van het recht van vestiging belemmerd wordt wanneer in de nationale regeling geen rekening wordt gehouden met de kennis en de kwalificaties die de betrokkene in een andere lidstaat heeft verworven. De bevoegde nationale autoriteiten moeten derhalve
nagaan of de aldus opgedane kennis volstaat voor het bewijs dat de ontbrekende kennis is verworven

Het staat aan de bevoegde autoriteit om overeenkomstig de beginselen van EU-recht na te gaan of en in welke mate de kennis die uit het in een andere lidstaat afgegeven diploma blijkt en de in deze andere lidstaat verworven bekwaamheden of beroepservaring, alsmede de ervaring die werd opgedaan in de lidstaat waar de aanvrager zich wenst in te schrijven, moeten worden geacht — zij ten dele — te voldoen aan de voorwaarden die voor de toegang tot de betrokken activiteit gelden.

Wanneer dit vergelijkend onderzoek van de diploma's tot de conclusie leidt dat de uit het buitenlandse diploma blijkende kennis en bekwaamheden overeenkomen met de in de nationale wettelijke regeling gestelde eisen, moet de lidstaat erkennen dat dit diploma aan de in de nationale regeling gestelde voorwaarden voldoet. Wanneer echter blijkt dat deze kennis en bekwaamheden slechts gedeeltelijk overeenkomen, mag de ontvangende lidstaat het bewijs verlangen dat hij de ontbrekende kennis en bekwaamheden heeft verworven.

Daarbij staat het aan de bevoegde nationale autoriteiten om te beoordelen of de in de ontvangende lidstaat door studie of praktische ervaring verworven kennis volstaat voor het bewijs dat de ontbrekende kennis is verworven.

Rechtsregel

Het EU-recht staat eraan in de weg dat de autoriteiten van een lidstaat de inschrijving van de houder van een in een andere lidstaat behaald rechtendiploma in het register van personen die de stage volgen die vereist is om tot de balie te worden toegelaten, weigeren op de enkele grond dat het rechtendiploma niet door een universiteit van de eerste lidstaat is afgegeven, bekrachtigd of als gelijkwaardig erkend.

Andere relevante jurisprudentie