Nuclear Weapons (Advisory Opinion)-arrest


Onderwerpen ‐ Gebruik van geweld, zelfverdediging
Artikelen ‐ art. 2(4) en 51 VN Handvest

De feiten

Reeds in 1993 had de Wereld Gezondheidsorganisatie een vraag gesteld over het gebruik van nucleaire wapens aan het Hof. Het Hof verklaarde de Wereld Gezondheidsorganisatie niet-ontvankelijk omdat nucleaire wapens niet binnen het werkterrein van de organisatie vielen. Vanwege de enorme impact die nucleaire wapens kunnen hebben besloot de Algemene Vergadering van de VN de kwestie op zich te nemen en opnieuw een vraag te stellen.

Rechtsvraag

Is het gebruik van of dreigen met het gebruik van nucleaire wapens toegestaan onder internationaal recht?

Overweging

Bij het beantwoorden van de vraag moet in het achterhoofd gehouden worden, aldus het Hof, dat de eigenschappen die karakteristiek zijn voor nucleaire wapens deze potentieel rampzalig maken. De vernietigende kracht van nucleaire wapens kan niet worden ingeperkt door ruimte of tijd. Ze hebben de potentie om de hele beschaving te vernietigen en het ecosysteem op aarde.

Het systeem van regels voor gebruik van geweld dat is neergelegd in het VN handvest refereert niet aan specifieke wapens. Deze bepalingen hebben betrekking op al het gebruik van geweld. Het VN handvest verbiedt, noch staat het gebruik van enig specifiek wapen toe, inclusief nucleaire wapens. Een wapen dat niet toegestaan is onder internationaal recht wordt niet opeens legaal wanneer het rechtmatig gebruikt wordt onder het VN handvest.

Het gebruik van geweld als zelfverdediging is niet onbeperkt, het moet proportioneel en noodzakelijk zijn om geweld te gebruiken. Hoewel het onder omstandigheden proportioneel kan zijn om nucleaire wapens in te zetten moet daarbij rekening gehouden worden hoe de gevolgen daarvan beoordeeld worden in het licht van internationaal humanitair recht. Artikel 51 VN handvest verbiedt het gebruik van nucleaire wapens dus niet. Ook in andere verdragen vindt het Hof geen verbod op het gebruik van nucleaire wapens.

Het Hof bekijkt daarna of er in het internationaal gewoonterecht een verbod is op het gebruik van nucleaire wapens. Internationaal gewoonterecht bestaat uit twee delen, statenpraktijk en opnio iuris. Het Hof stelt dat geen regel van internationaal gewoonterecht bestaat die het gebruik van nucleaire wapens verbiedt. Een dergelijke regel wordt tegengewerkt door de spanning tussen een ontwikkelende opinio iuris aan de ene kant en de waarde die staten hechten aan het afschrikkende effect van nucleaire wapens aan de andere kant.

Rechtsregel

Internationaal recht bevat noch een verbod nog een goedkeuring van het gebruik van nucleaire wapens.

Andere relevante jurisprudentie