Adoui en Cornuaille-arrest


Onderwerpen ‐ Vrij verkeer van personen
Artikelen ‐ Artikel 45 VWEU, artikel 52 VWEU

De feiten

Adoui en Cornuaille hebben de Franse nationaliteit en hebben in België een verblijfsvergunning aangevraagd, die werd geweigerd. Grond voor die weigering was het gedrag van de aanvragers, dat met de openbare orde in strijd zou zijn omdat verzoekers als barjuffrouwen in een bar van bedenkelijk zedelijk allooi dienst deden. In de rechtszaak die volgt zijn prejudiciële vragen gesteld aan het Hof van Justitie.

Rechtsvraag

Mag een lidstaat, gezien de in artikel 45 en 52 VWEU gemaakte voorbehouden, een onderdaan van een andere lidstaat van zijn grondgebied verwijderen of hem de toegang tot dat grondgebied weigeren op grond van activiteiten die, indien bedreven door eigen onderdanen, geen aanleiding tot repressieve maatregelen geven?

Overweging

Het Hof overweegt dat de artikel 45 en 52 VWEU gemaakte voorbehouden ertoe leiden dat de lidstaten, om de in die bepalingen genoemde redenen, en wel met name om redenen van openbare orde, maatregelen kunnen nemen waartoe ten aanzien van eigen onderdanen niet kan worden overgegaan, in dier voege dat zij laatstgenoemden niet van het nationale grondgebied kunnen verwijderen, noch ook de toegang tot dat grondgebied kunnen ontzeggen. Dit verschil in behandeling moet worden aanvaard, de overheid van een lidstaat die tot zulke maatregelen overgaat mag echter aan de uitoefening van haar bevoegdheden geen beoordelingen van bepaalde gedragingen ten grondslag leggen die op een willekeurig onderscheid ten nadele van de onderdanen van andere lidstaten zouden neerkomen.

Het Hof overweegt verder dat een nationaal overheidsorgaan de openbare orde alleen mag inroepen wanneer er sprake is van een werkelijke, voldoende ernstige bedreiging, die een wezenlijk belang van de maatschappij raakt ofschoon het gemeenschapsrecht niet medebrengt dat de lidstaten bij de beoordeling van mogelijkerwijs met het openbaar belang strijdig te achten gedragingen een uniforme waardenschaal hanteren, dient te worden vastgesteld dat een gedraging, op het grondgebied van een lidstaat door een onderdaan van een andere lidstaat begaan, niet kant worden geacht te zijn van de ter rechtvaardiging van beperkingen van toegang of verblijf nodige ernst, wanneer eerstgenoemde lidstaat wegens diezelfde gedragingen, door eigen onderdanen begaan, geen repressieve maatregelen neemt, noch ook andere daadwerkelijke, op bestrijding van zulke gedragingen gerichte maatregelen.

Het Hof komt tot de conclusie dat een lidstaat krachtens het in artikel 45 en 52 gemaakte voorbehoud van openbare orde, een onderdaan van een andere lidstaat niet van zijn grondgebied mag verwijderen, noch ook hem de toegang tot dat grondgebied mag ontzeggen wegens gedragingen die, indien door de onderdanen van eerstgenoemde lidstaat begaan, geen aanleiding geven tot repressieve maatregelen, noch ook tot andere daadwerkelijke, op bestrijding van zulke gedragingen gerichte maatregelen.

Het Hof wijst er verder nog op dat maatregelen van openbare orde of openbare veiligheid uitsluitend op het persoonlijk gedrag van de betrokkenen dienen te berusten.

Rechtsregel

Wanneer de openbare orde of openbare veiligheid gebruikt wordt als rechtvaardiging voor het weigeren van personen op het grondgebied van een staat, mag enkel het persoonlijk gedrag van deze personen in aanmerking genomen worden.

Relevante artikelen

Artikel 45 VWEU
1. Het verkeer van werknemers binnen de Unie is vrij.
2. Dit houdt de afschaffing in van elke discriminatie op grond van de nationaliteit tussen de werknemers der lidstaten, wat betreft de werkgelegenheid, de beloning en de overige arbeidsvoorwaarden.
3. Het houdt behoudens de uit hoofde van openbare orde, openbare veiligheid en volksgezondheid gerechtvaardigde beperkingen het recht in om,
a) in te gaan op een feitelijk aanbod tot tewerkstelling;
b) zich te dien einde vrij te verplaatsen binnen het grondgebied der lidstaten;
c) in een der lidstaten te verblijven teneinde daar een beroep uit te oefenen overeenkomstig de
wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen welke voor de tewerkstelling van nationale werknemers gelden;
d) op het grondgebied van een lidstaat verblijf te houden, na er een betrekking te hebben vervuld,
overeenkomstig de voorwaarden die zullen worden opgenomen in door de Commissie vast te stellen verordeningen.
4. De bepalingen van dit artikel zijn niet van toepassing op de betrekkingen in overheidsdienst

Artikel 52 VWEU
1. De voorschriften van dit hoofdstuk en de maatregelen uit hoofde daarvan genomen doen niet af aan de toepasselijkheid van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen waarbij een bijzondere regeling is vastgesteld voor vreemdelingen welke bepalingen uit hoofde van de openbare orde, de openbare veiligheid en de volksgezondheid gerechtvaardigd zijn.
2. Het Europees Parlement en de Raad stellen volgens de gewone wetgevingsprocedure richtlijnen vast voor de coördinatie van voornoemde wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen.

Andere relevante jurisprudentie