Refah Partisi-arrest


Onderwerpen ‐ Vrijheid van vereniging, democratie
Artikelen ‐ Artikel 11 EVRM

De feiten

Refah Partisi is een politieke partij in Turkije met vertegenwoordigers in zowel de lokale als nationale parlementen. Op nationaal niveau werd een procedure gestart om de Refah Partisi te ontbinden omdat het ideeën in strijd met de seculaire staat zou uitdragen. Refah Partisi ging hiertegen in bezwaar en de zaak eindigt voor het Turkse Constitutionele Hof. Het Constitutionel Hof oordeelde dat politieke partijen, ondanks dat zij een grotere bewegingsvrijheid hebben, niet boven de wet staan en op basis van handelingen en uitspraken van partijleiders en partijleden wordt Refah Partisi verboden. Refah Partisi dient een klacht in bij het EHRM.

Rechtsvraag

Is het verbod van Refah Partisi in strijd met artikel 11 EVRM dat de vrijheid van vereniging waarborgt.

Overweging

Het Hof stelt als eerste dat artikel 11 EVRM in dit geval van toepassing is en dat het verbod van Refah Partisi een inbreuk vormt op de vrijheid van vereniging. Het Hof vervolgt met een analyse van de rechtmatigheid van de inbreuk.

Het Hof overweegt als eerste dat het verbod van Refah Partisi in overeenstemming met de wet is. Ook is het beschermen van openbare veiligheid, het beschermen van de openbare orde en het beschermen van de rechten en vrijheden van anderen een legitiem doel voor beperking onder artikel 11 lid 2 EVRM.

De derde voorwaarde voor een legitieme beperking van artikel 11 is dat het verbod noodzakelijk moet zijn in een democratische samenleving. Het Hof begint met het benadrukken van de relatie tussen de vrijheid van vereniging en de vrijheid van meningsuiting, en wijst op eerdere uitspraken waarin het belang van politieke partijen en een divers politiek veld wordt benadrukt. Zonder vrijheid van meningsuiting en vrijheid van vereniging is politieke oppositie niet mogelijk.

Het Hof overweegt dat voor Turkije secularisatie een zeer belangrijk uitgangspunt is dat raakt aan het hart van de staat. De staat mag dan ook maatregelen nemen die de seculaire staat beschermen ook al wordt daarbij de vrijheid van godsdienst enigszins beperkt.

Beperking van de vrijheid van vereniging van politieke partijen moet dan ook restrictief getoetst worden. De noodzakelijkheidstest van artikel 11 lid 2 EVRM brengt in dit geval dan ook een kleine margin of appreciation mee. Enkel de statuten en het partijprogramma van een politieke partij kunnen niet voldoende grond zijn voor het vaststellen van de doelen van die partij. Uit de geschiedenis is niet gebleken dat totalitaire partijen hun doelen kenbaar maakten in de statuten. Daarom moeten de statuten en het partijprogramma vergeleken worden met de handelingen van de partijleiders and de standpunten die zij innemen in het debat. Deze standpunten en uitspraken moeten in hun totaliteit bekeken worden in het bepalen of de ontbinding van een politieke partij gerechtvaardigd is.

Van een staat kan niet verlangd worden dat gewacht wordt met ontbinden tot de politieke partij de macht gegrepen heeft en concrete stappen onderneemt om zijn overtuiging door te voeren in de maatschappij. Of het ontbinden van een politieke partij wegens ondermijning van de democratie een ‘pressing social need’ is, moet getoetst worden aan de hand van drie punten:

-plausibel bewijs dat het risico bestaat en voldoende dreigend en direct is

-handelingen en statements van partijleden die representatief zijn voor de partij als geheel

-handelingen en statements van partijleden geven een beeld van de voor hen ideale samenleving die niet te rijmen is met het idee van democratie

Het Hof concludeert dat het beleid van de Refah Partisi een beperking van de rechten van anderen op zou leveren, en meer nog, dat het programma dat idealiter geïmplementeerd zou worden een dreiging voor de democratie vormt. Door in te grijpen op het moment dat de dreiging direct werd door de partij te verbieden heeft de staat gehandeld binnen de margin of appreciation. Het verbod van Refah Partisi is een gerechtvaardigde beperking van de vrijheid van vereniging.

Rechtsregel

Beperking van artikel 11 EVRM moet aan zwaardere voorwaarden voldoen wanneer het gaat om politieke partijen, de margin of appreciation is in die gevallen dan ook klein. Een staat hoeft echter niet te wachten met het beperken van de vrijheid tot de partij de macht genomen heeft, een directe en actuele dreiging is voldoende.

Andere relevante jurisprudentie

Hof Datum Vindplaats Naam Onderwerp
EHRM 06/05/2003 AB 2003, 211 Betuwelijn (Kleyn ea tegen ... Onpartijdigheid, dubbelrol ... +
HR 17/03/1953 NJ 1953, 389 APV Nuth Beperking grondrecht +
HR 10/11/1992 NJ 1993, 197 APV Den Bosch Beperking vrijheid van meni... +
HR 15/04/1994 NJ 1994, 608 Valkenhorst Beperking van het recht om ... +
EHRM 10/11/2005 44774/98 Leyla Sahin tegen Turkije Vrijheid van godsdienst +
HR 28/11/1950 NJ 1951, 117 APV Tilburg Beperking openbarings- en v... +
EHRM 28/09/1995 NJ 1995, 667 Procola Onpartijdigheid, Raad van S... +
HR 26/04/1996 NJ 1996, 728 Rasti Rostelli Privaatrechtelijk handelen ... +
HR 30/03/1984 NJ 1985, 350 Turkse werkneemster (Suiker... Vrijheid van godsdienst, ho... +
KB 05/06/1986 Stb. 1986, 337 Vloekverbod Ermelo Grondrechten +
EHRM 26/04/1979 NJ 1980, 146 Sunday Times Beperking grondrechten +
ABRvS 28/08/1995 AB 1996, 204 Sluiting drugspand Grondrechten +
EHRM 21/06/1988 NJ 1991, 641 Ärzte für das Leben Vrijheid van vereniging, po... +
EHRM 26/02/2002 28525/95 Unabhangige Initiative Info... Vrijheid van meningsuiting +
EHRM 26/04/1979 NJ 1980, 146 Sunday Times t. UK Vrijheid van meningsuiting,... +
HR 12/12/2003 AB 2004, 93 Aidstest II Horizontale werking grondre... +
EHRM 11/07/2002 28957/95 Christine Goodwin t. Vereni... Private life, margin of app... +
EHRM 28/10/1998 23452/94 Osman t. Verenigd Koninkrijk Positieve verplichtingen +
HR 30/05/1986 NJ 1986, 688 NS/FNV (Spoorwegstaking) Een ieder verbindende bepal... +
HR 13/03/1960 BNB 1960/222 AOW gewetensbezwaren Vrijheid van godsdienst, be... +
EHRM 07/12/1976 5493/72 Handyside t. Verenigd Konin... Vrijheid van meningsuiting +
HR 18/06/1993 NJ 1994, 347 Verplichte aidstest Horizontale werking grondre... +
Rb 17/07/2006 LJN: AY4017 Partij voor Naastenliefde, ... Ontbinding en verbod van ee... +
Rb 18/11/1998 NJ 1999, 377 CP’86 Ontbinding en verbod van ee... +