Bosman-arrest


Onderwerpen ‐ Vrij verkeer van personen, werknemers
Artikelen ‐ Artikel 45 VWEU

De feiten

Het geschil ging over transfermogelijkheden van voetballers, in casu de heer Bosman. Op Europees en Internationaal niveau zijn door verschillende organisaties verschillende transferregelingen opgesteld. Vraag die in een prejudiciële procedure aan het Hof van Justitie van de EU gesteld werd was de volgende:

Rechtsvraag

Moet artikel 45 VWEU aldus worden uitgelegd, dat zij verbiedt dat een voetbalclub een geldsom eist en int wanneer één van haar spelers wiens contract verstrijkt, in dienst wordt genomen door een andere club?

Overweging

Het Hof overweegt met betrekking tot artikel 45 VWEU dat de bezwaren die tegen de toepassing van artikel 45 op sportactiviteiten als die van beroepsvoetballers van de hand zijn gewezen. Het verwijst ook terug naar het arrest Walrave waarin voor recht werd verklaard dat dit artikel niet alleen geldt voor het optreden van de overheid, maar ook voor bepalingen van andere aard, strekkende tot collectieve regeling van arbeid in loondienst.

Vervolgens overweegt het Hof dat het eerder heeft geoordeeld dat de opheffing tussen de lidstaten van belemmeringen voor het vrije verkeer van personen in gevaar zou worden gebracht, indien de opheffing van door de staten gestelde belemmeringen kon worden ontkracht door belemmeringen voortvloeiend uit handelingen krachtens hun eigen rechtsbevoegdheid verricht door niet onder het publiekrecht vallende verenigingen of lichamen.

Het Hof wijst er verder op dat de arbeidsvoorwaarden in de verschillende lidstaten nu eens door wettelijke of bestuursrechtelijke bepalingen, dan weer door overeenkomsten en andere rechtshandelingen van privaatrechtelijke aard worden beheerst. Een beperking van de werkingssfeer van artikel 45 tot het overheidsoptreden zou derhalve ongelijkheid in de toepassing van dit artikel doen ontstaan. Dit klemt temeer in een geval als in het hoofdgeding aan de orde is de transferregels worden vastgesteld door instanties of volgens technieken die van lidstaat tot lidstaat verschillen.

Volgens het Hof moet worden geconcludeerd dat artikel 45 VWEU van toepassing is op door sportverenigingen als de KBVB, de UEFA of de FIFA vastgestelde regels betreffende de voorwaarden waaronder beroepssporters een activiteit in loondienst kunnen verrichten

Bepalingen die een onderdaan van een lidstaat beletten of ervan weerhouden zijn land van herkomst te verlaten om zijn recht van vrij verkeer uit te oefenen, leveren derhalve belemmeringen van die vrijheid op, zelfs wanneer zij onafhankelijk van de nationaliteit van de betrokken werknemers van toepassing zijn.

Deze regels kunnen het vrije verkeer van spelers die hun activiteit in een andere lidstaat willen verrichten, beperken door hen te beletten of hen ervan te weerhouden hun club te verlaten, zelfs na het verstrijken van de arbeidsovereenkomst die hen aan die club bindt.
Door te bepalen dat een beroepsvoetballer slechts voor een in een andere lidstaat gevestigde club kan gaan spelen indien deze club aan zijn oude club een transfervergoeding betaalt, waarvan het bedrag tussen de twee clubs wordt overeengekomen of wordt bepaald volgens de reglementen van de sportverenigingen, beperken die regels het vrije verkeer van werknemers.

Rechtsregel

De transferregels leveren derhalve door artikel 45 VWEU in beginsel verboden belemmeringen van het vrije verkeer van werknemers op. Dit zou slechts anders zijn, indien die regels een rechtmatig, met het Verdrag verenigbaar doel zouden nastreven en hun rechtvaardiging zouden vinden in dwingende redenen van algemeen belang. In een dergelijk geval zou de toepassing van die regels evenwel ook geschikt moeten zijn om de verwezenlijking van het betrokken doel te waarborgen en zou zij niet verder mogen gaan dan nodig is voor het bereiken van dat doel

Relevante artikelen

Artikel 45 VWEU
1. Het verkeer van werknemers binnen de Unie is vrij.
2. Dit houdt de afschaffing in van elke discriminatie op grond van de nationaliteit tussen de werknemers der lidstaten, wat betreft de werkgelegenheid, de beloning en de overige arbeidsvoorwaarden.
3. Het houdt behoudens de uit hoofde van openbare orde, openbare veiligheid en volksgezondheid gerechtvaardigde beperkingen het recht in om,
a) in te gaan op een feitelijk aanbod tot tewerkstelling;
b) zich te dien einde vrij te verplaatsen binnen het grondgebied der lidstaten;
c) in een der lidstaten te verblijven teneinde daar een beroep uit te oefenen overeenkomstig de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen welke voor de tewerkstelling van nationale werknemers gelden;
d) op het grondgebied van een lidstaat verblijf te houden, na er een betrekking te hebben vervuld,
overeenkomstig de voorwaarden die zullen worden opgenomen in door de Commissie vast te stellen verordeningen.
4. De bepalingen van dit artikel zijn niet van toepassing op de betrekkingen in overheidsdienst.

Andere relevante jurisprudentie