Sint Bavo-arrest


Onderwerpen ‐ Intrekken subsidie, rechtszekerheidsbeginsel, zorgvuldigheidsbeginsel
Artikelen ‐ n.v.t.

De feiten

De gereformeerde gemeente van Haarlem is in 1969 overeengekomen met de Provinciale Staten van Noord-Holland dat zij jaarlijks 10% van de restauratiekosten van de Sint Bavo kerk in Haarlem voor hun rekening zouden nemen. De overige kosten werden verdeeld tussen het Rijk en de Gemeente Haarlem. rovinciale Staten zou in 1973 voor het eerst betalen. Provinciale Staten hebben in 1976 besloten niet langer bij te dragen aan de restauratiekosten. Hiertegen is de hervormde gemeente in rechte opgekomen, wat geleid heeft tot een procedure bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Rechtsvraag

Handelen Provinciale Staten rechtmatig door terug te komen op hun subsidietoezegging uit 1969?

Overweging

Provinciale Staten stellen zich op het standpunt dat de wijziging in het subsidiebeleid gerechtvaardigd kan worden door een toenemende subsidieaanvraag en de plaatsing van de Sint Bavo kerk op de monumentenlijst. Volgens Provinciale Staten is het verlenen van subsidies aan monumenten geen taak van Provinciale Staten.

De Afdeling stelt dat Provinciale Staten vrij zijn hun beleid te wijzigen aangezien zij beleidsvrijheid hebben. Dat betekent dat een beroep op gewekte verwachtingen in het algemeen niet zal slagen indien die verwachtingen hun grondslag vinden in het tot dan toe gevoerde beleid.

De Afdeling overweegt vervolgens dat die hoofdregel niet geldt voor het geval, waarin onder de vigeur van het vroegere beleid een concrete toezegging is gedaan. Het rechtszekerheidsbeginsel brengt met zich dat de belanghebbende er in het bijzonder op mag rekenen dat een zodanige toezegging gestand wordt gedaan indien het de medewerking aan een project betreft dat een lange termijn van uitvoering vergt en de toezegging niet onder de voorwaarde dat het beleid ongewijzigd blijft, is gedaan.

Slechts niet voorzienbare, zwaarwegende wijzigingen in de omstandigheden zouden dan voor een terugkomen op de gedane toezegging een rechtvaardiging kunnen opleveren. De omstandigheid dat later besloten is tot het voeren van een ander beleid biedt op zichzelf daartoe niet voldoende grond.

Bovendien dienen aan de zorgvuldigheid waarmee een besluit tot het intrekken van een toezegging moet worden genomen, hoge eisen te worden gesteld. Hierbij valt onder meer te denken aan het onderzoeken en zo mogelijk beproeven van mogelijkheden om de bezwaarlijke gevolgen van de intrekking te ondervangen of te verzachten.

De Afdeling concludeert dat in dit geval de beleidswijziging op zichzelf de intrekking van gedane subsidietoezegging niet kan rechtvaardigen.

Rechtsregel

Toegezegde subsidies kunnen enkel gewijzigd worden op grond van niet voorzienbare, zwaarwegende wijzigingen in de omstandigheden.

Relevante artikelen

n.v.t.

Andere relevante jurisprudentie