Bloedvergiftiging-arrest


Onderwerpen ‐ causaliteit, redelijke toerekening
Artikelen ‐ art. 287 Sr

Feiten

Door een messteek van verdachte, toegebracht in de rug van slachtoffer X, loopt het slachtoffer een klaplong en een bloeding in de borstholte op. Na 5 dagen ziekenhuis wordt hij daaruit ontslagen, om 6 dagen later weer te worden opgenomen, waarna hij overlijdt. Oorzaak van overlijden: algeheel orgaanfalen bij een ernstige bloedvergiftiging.

Het Hof kan het causale verband tussen verdachtes handelen en de dood van het slachtoffer niet met zekerheid vaststellen, zodat die dood niet redelijkerwijs als het gevolg van de tenlastegelegde gedraging aan de verdachte kan worden toegerekend. Volgens deskundige A kan niet met zekerheid worden vastgesteld dat de infectie (de bloedvergiftiging) is veroorzaakt door de messteek. Volgens deskundige B is het in theorie mogelijk dat het slachtoffer de infectie heeft opgelopen tussen beide ziekenhuisopnames. Gelet hierop blijft volgens het Hof de mogelijkheid bestaan (hoe klein en onwaarschijnlijk ook), dat het slachtoffer, anders dan door de messteek, de infectie heeft opgelopen.

Rechtsvraag

Is er sprake van causaal verband tussen de messteek en het overlijden van het slachtoffer?

Overweging

Het feit dat de infectie de directe doodsoorzaak is, sluit niet uit dat er een zodanig verband is geweest tussen de messteek en de daardoor noodzakelijke medische behandelingen enerzijds en de infectie anderzijds, dat de dood van het slachtoffer redelijkerwijs als gevolg van het toebrengen van de messteek aan verdachte kan worden toegerekend. 's Hofs overweging over de mogelijkheid, "hoe klein en onwaarschijnlijk ook", kan bezwaarlijk anders worden verstaan dan dat ook een hoogst onwaarschijnlijke mogelijkheid dat een andere omstandigheid (dan de messteek en de medische behandelingen) heeft geleid tot het overlijden, aan een bewezenverklaring in de weg staat. Dat oordeel geeft blijk van miskenning van de aan te leggen maatstaf: een hoogst onwaarschijnlijke mogelijkheid van een alternatieve gang van zaken staat aan bewezenverklaring van het causaal verband niet in de weg.

Rechtsregel

De beantwoording van de vraag of er causaal verband bestaat tussen de door verdachte aan X toegebrachte messteek en de dood van X, dient te geschieden aan de hand van de maatstaf of die dood redelijkerwijs als gevolg van het toebrengen van die messteek aan verdachte kan worden toegerekend.

Relevante artikel

Artikel 287 Wetboek van Strafrecht:

‘Hij die opzettelijk een ander van het leven berooft, wordt, als schuldig aan doodslag, gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vijftien jaren of geldboete van de vijfde categorie.’

Andere relevante jurisprudentie