Kroeggeweld-arrest


Onderwerpen ‐ Causaal verband
Artikelen ‐ 141 Sr; 306 Sr

De feiten

Verdachte heeft samen met bezoekers van Club Q deelgenomen aan een gevecht waarbij een persoon (het slachtoffer in deze zaak) werd geraakt op zijn slaap. Het slachtoffer is hieraan overleden (artikel 306 sub 2 Sr). Gelet op de verklaringen van getuigen en de rapportages en verklaringen van de deskundigen kan worden afgeleid dat het fatale letsel van het slachtoffer is ontstaan nadat hij met een vuist tegen zijn hoofd is geslagen op de dansvloer in Club Q op 18 april 2010. Verdachte is vrijgesproken voor het primair tenlastegelegde (medeplegen zware mishandeling) en het subsidiair tenlastegelegde (openlijke geweldpleging) voor zover het de in art. 141 lid 2 Sr genoemde strafverzwarende omstandigheid betreft.

Het Hof oordeelt dat als het niet volledig kan worden uitgesloten dat latere handelingen van derden mede hebben geleid tot dat letsel, dit in de weg staat bij een bewezenverklaring van causaal verband. Hof heeft maatstaf ter zake van causaal verband tussen geweld en letsel miskend.

Rechtsvraag

Bestaat er causaal verband tussen het door de verdachte (en zijn mededader) uitgeoefende geweld en het letsel van het slachtoffer?

Overweging

Het slaan van het slachtoffer kan worden aangemerkt als geweld, maar er kan niet worden vastgesteld door wie dit is gedaan en of dit door een groep is gepleegd. Er kan dus niet worden bewezen dat in vereniging geweld is gebruikt tegen het slachtoffer. Naar het oordeel van de rechtbank staat ook niet vast dat verdachte degene is geweest die het slachtoffer een klap heeft gegeven.
Op grond van het voorgaande zal de rechtbank verdachte vrijspreken van het plegen van openlijk geweld tegen het slachtoffer. Nu er naar het oordeel van de rechtbank geen sprake is geweest van openlijke geweldpleging, komt zij niet toe aan de vraag of is overleden ten gevolge van openlijke geweldpleging.

Rechtsregel

De beantwoording van de vraag of er causaal verband bestaat tussen het door de verdachte (en zijn mededader, in geval van het primair tenlastegelegde) uitgeoefende geweld en het letsel, dient te geschieden aan de hand van de maatstaf of dat letsel redelijkerwijs als gevolg van het uitoefenen van dat geweld aan de verdachte en zijn mededader, onderscheidenlijk aan de verdachte kan worden toegerekend. Het oordeel van het Hof dat aan een bewezenverklaring van dat causaal verband in de weg staat dat niet geheel kan worden uitgesloten dat latere handelingen van derden mede hebben geleid tot dat letsel, geeft blijk van miskenning van de hier aan te leggen maatstaf.

Relevante artikelen

Art. 141 lid 2 & art. 306 sub 2 van het Wetboek van Strafrecht.

Andere relevante jurisprudentie