Kuijpers/Wijnveen-arrest


Onderwerpen ‐ Schijn van volmacht
Artikelen ‐ 3:61 BW

De feiten

De vennootschappen Kuijpers BV en Wijnveen BV onderhandelen over de bouw en levering van een 25-tons bulkoplegger voor een bedrag van een kleine twee ton (veel voor weinig). Kuijpers BV betwist dat er een overeenkomst tussen partijen tot stand is gekomen, omdat de wilsovereenstemming namens haar is bereikt door een werknemer die de onderhandelingen voerde, maar die - zoals ook uit het handelsregister blijkt - tot de voorliggende vertegenwoordiging van de vennootschap niet bevoegd was. Het hof verwerpt het verweer van Kuijpers B.V. Het is van oordeel dat door toedoen van Kuijpers B.V. Wijnveen B.V. mocht aannemen dat Kuijpers B.V. voor het sluiten van de overeenkomst een toereikende volmacht aan de werknemer heeft verstrekt. Het hof heeft de volgende omstandigheden relevant geoordeeld: de besprekingen vonden plaats op het bedrijf van Kuijpers BV met instemming van de (bevoegde) directeur, de directeur heeft enige tijd de besprekingen bijgewoond tijdens welke besprekingen overeenstemming over de prijs en de levertijd is bereikt en na ontvangst van de opdrachtbevestiging door Wijnveen B.V. heeft de directeur niet onmiddellijk doen weten dat Kuijpers BV zich niet gebonden acht aan de overeenkomst.

Rechtsvraag

Is er een toereikende volmacht verstrekt?

Overweging

3.4 ‘’Het Hof heeft vooropgesteld dat, wanneer enkel zou worden gelet op de in het handelsregister opgenomen volmacht, Steijvers niet bevoegd zou zijn de overeenkomst te sluiten, maar dat dit niet wegneemt dat desondanks Wijnveen BV mocht aannemen dat hem voor het sluiten van deze overeenkomst een toereikende volmacht was verleend. Het Hof heeft daarbij in aanmerking genomen dat de besprekingen op het bedrijf van Kuijpers BV en met instemming van Kuijpers, de bevoegde directeur van Kuijpers BV, werden gevoerd door Steijvers, dat Kuijpers enige tijd de besprekingen heeft bijgewoond, en dat in deze besprekingen ook over prijs en levertijd overeenstemming is bereikt (rov. 5.4). Door in het licht van deze omstandigheden aan te nemen dat, nu Kuijpers na ontvangst van de opdrachtbevestiging niet onmiddellijk heeft doen weten zich niet gebonden te achten, door toedoen van Kuijpers BV de schijn is gewekt dat Steijvers in haar naam de overeenkomst heeft gesloten, heeft het Hof niet blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting. De schijn van vertegenwoordigingsbevoegdheid kan immers, afhankelijk van de verdere omstandigheden van het geval, ook door een niet-doen worden gewekt, waarbij het niet ter zake doet of een gedeelte van de omstandigheden waarop de schijn van bevoegdheid berust, zich heeft voorgedaan na de totstandkoming van de overeenkomst. Voor het overige berust 's Hofs oordeel op een waardering van omstandigheden van feitelijke aard, die in cassatie niet verder op juistheid kan worden getoetst. Het is niet onbegrijpelijk en behoefde geen nadere motivering. Opmerking verdient hierbij nog dat onderdeel 3f feitelijke grondslag mist, voor zover het uitgaat van een uitdrukkelijke afspraak omtrent het ondertekend terugzenden van de opdrachtbevestiging, nu immers volgens 's Hofs vaststelling de opdrachtbevestiging slechts een verzoek inhield deze ondertekend te retourneren, en de gestelde afspraak naar het kennelijke en niet onbegrijpelijke oordeel van het Hof niet inhield dat slechts een overeenkomst zou tot stand komen indien de opdrachtbevestiging ondertekend zou zijn teruggezonden.’’

Rechtsregel

De Hoge Raad maakt (nogmaals) duidelijk dat het wekken van gerechtvaardigd vertrouwen ten aanzien van de schijn van vertegenwoordigingsbevoegdheid ook door een niet doen van de vertegenwoordigde kan worden gewekt (art. 3:61 lid 2 BW spreekt van 'door een verklaring of gedraging' van de vertegenwoordigde). De Hoge Raad geeft aan dat ook omstandigheden na de totstandkoming van de overeenkomst (het niet-reageren op de opdrachtbevestiging) relevant zijn bij het oordeel of de wederpartij redelijkerwijs mocht aannemen dat een toereikende volmacht was verleend. Op de vertegenwoordigde rust een zekere plicht te voorkomen dat de wederpartij mag gaan denken dat de vertegenwoordiger van eerstgenoemde bevoegd is een rechtshandeling aan te gaan.

Relevant artikel

Artikel 3:61 BW

Lid 1. Een volmacht kan uitdrukkelijk of stilzwijgend worden verleend.

Lid 2. Is een rechtshandeling in naam van een ander verricht, dan kan tegen de wederpartij, indien zij op grond van een verklaring of gedraging van die ander heeft aangenomen en onder de gegeven omstandigheden redelijkerwijze mocht aannemen dat een toereikende volmacht was verleend, op de onjuistheid van deze veronderstelling geen beroep worden gedaan.

Lid 3. Indien een volgens wet of gebruik openbaar gemaakte volmacht beperkingen bevat, die zo ongebruikelijk zijn dat de wederpartij ze daarin niet behoefde te verwachten, kunnen deze haar niet worden tegengeworpen, tenzij zij ze kende.

Andere relevante jurisprudentie