Mulder q.q./CLBN-arrest


Onderwerpen ‐ Verrekening in faillissement
Artikelen ‐ art. 3:246 BW, art. 3:81 BW, art. 57 Fw, art. 182 Fw

De feiten
Mulder treedt op als curator van het failliete Connection Technology BV. CT had haar bestaande en toekomstige vorderingen verpand aan de Credit Lyonnais Bank Nederland. Na faillissement deelt CLBN haar pandrecht mee aan de debiteuren van de verpande vorderingen. Er ontstaat een geschil tussen CLBN en de curator met betrekking tot de vorderingen die zijn voldaan op de rekening-courant van CT vóór de mededeling door CLBN. Deze rekening was namelijk van de Credit Lyonnais Bank, die wilde verrekenen. De curator vond dat de pandrechten waren vervallen nu de vordering voldaan was.

Rechtsvraag

Vallen de door de debiteuren betaalde bedragen in de periode na het faillissement, maar voor de mededeling, in de boedel? Of komen ze de pandhouder toe?


Overweging

De HR overweegt dat vóór de mededeling de vorderingen geind kunnen worden door de curator (3:246 lid 1 BW). Het pandrecht vervalt doordat de vorderingen zijn voldaan (3:82 BW), er komt nadrukkelijk geen pandrecht te rusten op het geinde.
Echter, de rol van de ex-pandhouder is niet uitgespeeld: zij kan opkomen in het faillissement en zich met voorrang verhalen op de opbrengst van de vordering. Indien de gelden zijn gestort op een rekening-courant bij de bank die pandhouder was, mag de bank verrekenen met het saldo wat de pandgever op die rekening heeft staan.

Rechtsregel

Een bank die behalve financieel dienstverlener tevens pandhouder is/was, mag ook betalingen verrekenen die gedaan zijn rond een faillissement, ook wanneer deze betalingen hebben plaatsgevonden voordat de bank aan debiteuren zijn pandrecht heeft meegedeeld. Wel moet de bank bijdragen in de algemene faillissementskosten (182 lid 1 Fw).

Relevante artikelen
Artikel 3:246 BW
Lid 1. Rust het pandrecht op een vordering, dan is de pandhouder bevoegd in en buiten rechte nakoming daarvan te eisen en betalingen in ontvangst te nemen. Deze bevoegdheden blijven bij de pandgever, zolang het pandrecht niet aan de schuldenaar van de vordering is medegedeeld.

Artikel 3:81 BW
lid 2. Beperkte rechten gaan teniet door:
(a) het tenietgaan van het recht waaruit het beperkte recht is afgeleid.

Artikel 57 lid 1 Fw

Pand- en hypotheekhouders kunnen hun recht uitoefenen, alsof er geen faillissement was.


Artikel 182 lid 1 Fw
De algemene faillissementskosten worden omgeslagen over ieder deel van de boedel, met uitzondering van hetgeen na een executie overeenkomstig artikel 57 of artikel 60, derde lid, tweede zin, toekomt aan de pand- of hypotheekhouders, aan de schuldeisers met retentierecht en aan de beperkt gerechtigden, huurders en pachters wier recht door de executie is vervallen of verloren gegaan, maar met inbegrip van hetgeen krachtens een zodanige executie aan de curator is uitgekeerd ten behoeve van een schuldeiser die boven een of meer van voormelde personen bevoorrecht was.

Andere relevante jurisprudentie