Runescape-arrest


Onderwerpen ‐ Interpratie 'goed', diefstal
Artikelen ‐ 310 Sr, 80quinquies Sr

De feiten

Verdachte en medeverdachte hebben tijdens het fietsen een 13-jarige jongen, die naar huis fietste, gedwongen om mee te gaan naar de woning van medeverdachte. Daar hebben zij het slachtoffer onder bedreiging van messen en door hem te mishandelen, gedwongen om zich aan te melden met zijn account in het spel Runescape, om hier vervolgens virtuele objecten, een masker en amulet, achter te laten (het zogenaamde: droppen) in de spelomgeving. Hierdoor werd het voor verdachte mogelijk om deze virtuele objecten over te zetten naar zijn eigen Runescape-account.

Rechtsvraag

Kan een virtueel object als een ‘goed’ worden beschouwd? Met als gevolg dat het afhandig maken van een virtueel object uit een online spel (Runescape) kan worden beschouwd als diefstal ex. art. 310 Sr?

Overweging

De Hoge Raad overweegt dat het afhandig maken van een virtueel object uit een spel inderdaad als diefstal kan worden beschouwd. Met name sinds het ‘Elektriciteitsarrest’ uit 1921 is de gedachte verlaten dat, wil een goed onder de reikwijdte van art. 310 Sr vallen, voldaan moet zijn aan de eis van stoffelijkheid. Om als ‘enig goed’ gekwalificeerd te worden dient aan enkele vereisten te zijn voldaan: a) een zelfstandig bestaan, b) de overdraagbaarheid door menselijk toedoen, c) een zekere vermogenswaarde en d) de mogelijkheid van toe-eigening. In 1982 werd door het ‘Giraal geld’-arrest nog een tweetal criteria toegevoegd: e) de functie in het maatschappelijk verkeer en f) een redelijke wetsuitleg.

Ten eerste voerde de verdediging aan dat het gaat om een visuele illusie, die slechts bestaat uit bits en bytes en dat er geen sprake is van een ‘goed’. Volgens de Hoge Raad kunnen deze virtuele objecten toch als goederen worden beschouwd omdat de objecten door de aangever door inspanning en tijdsinvestering zijn verworven, een reële waarde hadden en het bezit ervan voor zowel het slachtoffer als de verdachte en zijn mededader uiterst begerenswaardig was. Dus vertegenwoordigen de virtuele objecten een zekere waarde. Daarnaast had het slachtoffer door in te loggen op zijn Runescape-account de feitelijke en exclusieve heerschappij over het virtuele masker en amulet, dat door toedoen van verdachte en zijn medeverdachte uit de beschikkingsmacht van het slachtoffer zijn geraakt. Hierdoor zijn het amulet en masker in de beschikkingsmacht van verdachte terechtgekomen en is het slachtoffer getroffen in het ongestoord genot van de beschikkingsmacht die hij bij uitsluiting van een ander over die virtuele objecten had. Met andere woorden de virtuele objecten waren individualiseerbaar en voor bezit vatbaar, maar tevens is voldaan aan de overige voorwaarden voor diefstal.

Ten tweede voerde de verdediging nog aan dat het ging om gegevens in de zin van art. 80quinquies Sr. De Hoge Raad overweegt echter dat ondanks dat een object ook de eigenschappen van gegevens heeft, dit niet wil zeggen dat het object niet meer gekwalificeerd kan worden als een ‘goed’ in de zin van art. 310 Sr. Op basis van voorgaande redenatie mochten, volgens de Hoge Raad, de virtuele objecten als goed worden aangemerkt.

Tot slot voerde de verdediging aan dat het stelen van virtueel bezit juist het doel is van het spel Runescape, zodat er geen sprake is van ‘wederrechtelijke toe-eigening’. Relevant is, volgens de Hoge Raad, dat de verwerving van de goederen zoals deze in casu heeft plaatsgevonden niet gedekt wordt door de spelregels van Runescape. Het wegnemen heeft plaatsgevonden buiten het spel om , waardoor er geen sprake is van virtuele handelingen, maar van feitelijke handelingen die hun weerslag hebben op de virtuele wereld (van Runescape).

Rechtsregel

Virtuele objecten kunnen als ‘goed’ in de zin van art. 310 Sr worden gekwalificeerd en zijn dan ook vatbaar voor diefstal.

Relevante artikelen

Art. 310 Sr:
Hij die enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort wegneemt, met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, wordt, als schuldig aan diefstal, gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren of geldboete van de vierde categorie.

Art. 80quinquies Sr:
Onder gegevens wordt verstaan iedere weergave van feiten, begrippen of instructies, op een overeengekomen wijze, geschikt voor overdracht, interpretatie of verwerking door personen of geautomatiseerde werken.

Andere relevante jurisprudentie