Hollander's Kuikenbroederij-arrest


Onderwerpen ‐ Zaaksvorming, vruchten
Artikelen ‐ 5:16 BW, 3:9 BW, 3:97 lid 2 BW

Feiten

Hollander’s Kuikenbroederij krijgt in 1978 een krediet in de vorm van een rekeningcourant van de Rabobank Domburg. Daartoe draagt zij al haar tegenwoordige en toekomstige pluimvee aan de Rabobank in eigendom over via levering CP, dit tot zekerheid van terugbetaling van het krediet aan de Rabobank. Euribrid, de leverancier van de eieren, heeft onder eigendomsvoorbehoud de eieren aan Hollander’s Kuikenbroederij geleverd. Hollander’s Kuikenbroederij broedde de eieren op machinale wijze uit en liet de eieren vervolgens tegen betaling opfokken tot leghennen. In 1985 gaat Hollander’s Kuikenbroederij failliet. Met toestemming van de curator eist de Rabobank in het bedrijf de aangetroffen kippen in haar eigendom op. Euribrid en zeven leveranciers van voer hebben openstaande vorderingen op Hollander’s Kuikenbroederij voor een bedrag van ongeveer 6,5 miljoen gulden. Zij bundelen hun krachten in de Stichting Crediteurenbelangen Hollander’s Kuikenbroederij. Zij dragen al hun vorderingen over aan deze stichting. De Stichting sleept de Rabobank voor de rechtbank en eist betaling van de openstaande vorderingen op Hollander’s Kuikenbroederij. Euribrid vordert de kuikens op, maar Hollander’s Kuikenbroederij stelt dat de kuikens ten opzichte van de eieren nieuwe zaken zijn en zodoende niet onder het eigendomsvoorbehoud vallen.

Rechtsvraag

Is er sprake van zaaksvorming en zo ja, wie is dan eigenaar van de nieuwe zaken?

Overweging

“(…) Onderdeel 2.3 klaagt voorts, samengevat weergegeven dat uit ‘s Hofs oordeel niet blijkt waarom en hoe Euribrid, aan wie de eieren ingevolge het eigendomsvoorbehoud toebehoorden, de eigendom van de kuikens heeft verloren. Ook deze klacht faalt. Het gaat in het onderhavige geval om broedeieren die door Euribrid aan Hollander’s Kuikenbroederij zijn afgeleverd. Voor de ontwikkeling van de zich daarin bevindende embryo’s tot kuikens was een broedproces nodig. Door de aflevering van de eieren heeft Euribrid Hollander’s Kuikenbroederij in staat gesteld de eieren bedrijfsmatig, in een gemechaniseerd proces, te doen uitbroeden. Het Hof heeft kennelijk aangenomen dat de behandeling van de eieren door Hollander’s Kuikenbroederij als een vorming voor zichzelf van nieuwe zaken, te weten de kuikens, moet worden aangemerkt en dat Hollander’s Kuikenbroederij daardoor eigenaar van de kuikens is geworden. Dit oordeel geeft niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting. Het is ook niet onbegrijpelijk in het licht van de gedingstukken waaruit naar voren komt dat voor het kunstmatig uitbroeden van eieren gedurende een periode van omstreeks drie weken een reeks van handelingen is vereist, te weten — onder meer — door de eieren in een of meer broedinstallaties te plaatsen, en daarin het natuurlijke broedproces na te bootsen door de eieren regelmatig van positie te veranderen en voorts door zorgvuldig de juiste temperatuur en vochtigheidsgraad in de broedinstallatie te bewaren (…).”

Rechtsregel

Bij het planmatig en doelbewust inzetten van natuurkrachten om tot een nieuwe vorm te komen, is er sprake van zaaksvorming. Dwingend recht verzet zich tegen een ‘verlengd’ eigendomsvoorbehoud op toekomstige zaken.

Relevante artikelen

Artikel 3:9 lid 1 BW:

Natuurlijke vruchten zijn zaken die volgens verkeersopvatting als vruchten van andere zaken worden aangemerkt.

Artikel 5:16 BW:

Lid 1:

Indien iemand uit een of meer roerende zaken een nieuwe zaak vormt, wordt deze eigendom van de eigenaar van de oorspronkelijke zaken. Behoorden deze toe aan verschillende eigenaars, dan zijn de vorige twee artikelen van overeenkomstige toepassing.

Lid 2:

Indien iemand voor zichzelf een zaak vormt of doet vormen uit of mede uit een of meer hem niet toebehorende roerende zaken, wordt hij eigenaar van de nieuwe zaak, tenzij de kosten van de vorming dit wegens hun geringe omvang niet rechtvaardigen.

Lid 3.:

Bij het verwerken van stoffen tot een nieuwe stof of het kweken van planten zijn de vorige leden van overeenkomstige toepassing.

Artikel 3:97 lid 2 BW:

Een levering bij voorbaat van een toekomstig goed werkt niet tegen iemand die het goed ingevolge een eerdere levering bij voorbaat heeft verkregen. Betreft het een roerende zaak, dan werkt zij jegens deze vanaf het tijdstip dat de zaak in handen van de verkrijger is gekomen.

Andere relevante jurisprudentie