Nimox-arrest


Onderwerpen ‐ Dividenduitkering, faillissement, onrechtmatige daad
Artikelen ‐ Art. 6:162 BW

De feiten

Nimox BV was enig aandeelhouder van Auditrade BV. Nimox besluit tijdens de ava van Auditrade tot een dividenduitkering van meer dan 1 miljoen gulden. Dit bedrag werd omgezet naar een lening aan Auditrade. Acht maanden later is Auditrade failliet. Nimox heeft door de dividenduitkering en uitleenconstructie een concurrente vordering in het faillissement, in plaats van een achtergestelde vordering op andere schuldeisers.
De curator probeert het dividendbesluit te vernietigen, wat niet lukt omdat aan alle formele voorwaarden is voldaan. Tevens spreekt hij Nimox als aandeelhouder aan op grond van onrechtmatige daad. Zij zou andere schuldeisers onrechtmatig hebben benadeeld door in te stemmen met de dividenduitkering.

Rechtsvraag

Kan een besluit tot dividenduitkering onrechtmatig zijn, ondanks dat het niet vernietigbaar is?

Overweging

De Hoge Raad overwoog:
3.3.1. (...) Ook indien van de geldigheid van het besluit als zodanig moet worden uitgegaan bij gebreke van vernietiging bij rechterlijk vonnis op de voet van art. 2:11 BW, volgt hieruit niet dat uitvoering van het besluit tegenover derden zoals schuldeisers van de vennootschap niet onrechtmatig kan zijn, noch dat het door uitoefening van het stemrecht bewerkstelligen van de totstandkoming van het besluit tegenover derden niet onrechtmatig kan zijn. (...)
3.3.3. (...) De rechtbank heeft (...) vooropgesteld dat het besluit niet slechts "een intern-vennootschappelijke rechtshandeling" is geweest, maar "tevens een externe rechtshandeling, bestaande in de toekenning aan Nimox van een vordering op Auditrade", en dat het "als externe handeling bezien" een onrechtmatige daad kan opleveren. In het vervolgens door de rechtbank overwogene ligt besloten dat zij het besluit als "externe rechtshandeling" als een onrechtmatige daad heeft beschouwd.
Kort gezegd is het dividendbesluit intern gezien geldig. Echter heeft dit besluit ook externe gevolgen. T.o.v. externe schuldeisers kan een dividendbesluit onrechtmatig zijn.

Rechtsregel

Een besluit tot dividenduitkering door de aandeelhouders kan onrechtmatig zijn tegenover andere crediteuren, indien de aandeelhouders er ernstig rekening mee hadden moeten houden dat door de uitkering een tekort bij de vennootschap zou ontstaan.
Na invoering van de Wet vereenvoudiging en flexibilisering bv-recht is voor de besloten vennootschap het artikel 2:216 van toepassing. Hierdoor dient voor elke uitkering aan de aandeelhouders allereerst een zgn. ‘uitkeringstoets’ te worden gedaan voordat tot een uitkering mag worden overgegaan.

Relevante artikelen

Artikel 6:162 BW
:
Lid 1 : Hij die jegens een ander een onrechtmatige daad pleegt, welke hem kan worden toegerekend, is verplicht de schade die de ander dientengevolge lijdt, te vergoeden.

Lid 2: Als onrechtmatige daad worden aangemerkt een inbreuk op een recht en een doen of nalaten in strijd met een wettelijke plicht of met hetgeen volgens ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt, een en ander behoudens de aanwezigheid van een rechtvaardigingsgrond.

Lid 3: Een onrechtmatige daad kan aan de dader worden toegerekend, indien zij te wijten is aan zijn schuld of aan een oorzaak welke krachtens de wet of de in het verkeer geldende opvattingen voor zijn rekening komt.

Andere relevante jurisprudentie