Verbod persconferentie-arrest


Onderwerpen ‐ Bevoegdheidsgrondslag beperking artikelen Grondwet
Artikelen ‐ Artikel 7 lid 3 Gw, artikel 9 Gw, artikel 175 Gemeentewet

De feiten

De burgemeester van Dordrecht had het Vlaams Blok en de Centrumpartij ‟86 verboden een persconferentie te houden omtrent een tentoonstelling in het Anne Frank huis. De verbod, gebaseerd op het toenmalige art. 219 Gemeentewet (thans art. 175 Gemeentewet) was gegeven o.g.v. de vrees voor ernstige orde-verstoring door tegenstanders (‘hostile audience’) waartegen ook de inzet van de politie niet opgewassen zou zijn.

Rechtsvraag

Vormt art. 175 Gemeentewet een voldoende specifieke grondslag voor de burgemeester om de toepassing van de arrt. 7 lid 3 en 9 Gw in te perken?

Overweging

De Afdeling overwoog dat niet uitgesloten was dat er verband bestond tussen de te openbare gedachten en gevoelens enerzijds en de gevreesde ordeverstoring anderzijds, maar dat dit niet dwong tot de conclusie dat de maatregel getroffen was wegens de inhoud van de meningsuiting. Daarom was het verbod niet in strijd met art. 7 lid 3 Gw.

Voor zover de persconferentie moet worden aangemerkt als een vergadering in de zin van art. 9 lid 1 GW overweegt de Afdeling dat in het tweede lid van dit artikel wordt bepaald dat de wet regels kan stellen, onder meer ter bestrijdingen ter voorkoming van wanordelijkheden. Deze bepaling laat de wetgever de mogelijkheid om in de door hem gestelde regelen aan een bestuursorgaan de bevoegdheid te geven in een concreet geval een beslissing te nemen over geoorloofdheid van een vergadering. Art. 9 lid 2 Gw laat derhalve ook de mogelijkheid dat de burgemeester o.g.v. art.219 Gemeentewet een bijeenkomst in een niet voor het publiek openstaand gebouw verbiedt.

De vrees voor onwettig gedrag van derden tegenover deelnemers aan de persconferentie op zich is onvoldoende om de persconferentie o.g.v. art. 175 Gemeentewet te verbieden. Echter gezien de bijkomende omstandigheden was het besluit o.g.v. art. 175 Gemeentewet gerechtvaardigd.

Rechtsregel

Art. 7 lid 3 Gw laat toe dat de burgemeester o.g.v. art. 175 Gemeentewet bij onmiddellijk dringend gevaar voor ordeverstoringen gebruikmaking van een middel tot openbaring van gedachten en gevoelens verbiedt, maar niet o.g.v. de inhoud daarvan.

Art. 9 lid 2 Gw kan beperkt worden door de wet in formele zin, maar laat de mogelijkheid van delegatie open.

Relevante artikelen

Art. 7 GW
3. Voor het openbaren van gedachten of gevoelens door andere dan in de voorgaande leden genoemde middelen heeft niemand voorafgaand verlof nodig wegens de inhoud daarvan, behoudens ieders verantwoordelijkheid volgens de wet. De wet kan het geven van vertoningen toegankelijk voor personen jonger dan zestien jaar regelen ter bescherming van de goede zeden.

Art. 9 GW
1. Het recht tot vergadering en betoging wordt erkend, behoudens ieders verantwoordelijkheid volgens de wet.
2. De wet kan regels stellen ter bescherming van de gezondheid, in het belang van het verkeer en ter bestrijding of voorkoming van wanordelijkheden.

Art. 175 Gemeentewet
1. In geval van oproerige beweging, van andere ernstige wanordelijkheden of van rampen, dan wel van ernstige vrees voor het ontstaan daarvan, is de burgemeester bevoegd alle bevelen te geven die hij ter handhaving van de openbare orde of ter beperking van gevaar nodig acht. Daarbij kan van andere dan bij de Grondwet gestelde voorschriften worden afgeweken.
2. De burgemeester laat tot maatregelen van geweld niet overgaan dan na het doen van de nodige waarschuwing.

Andere relevante jurisprudentie