JB 2008, 267-arrest


Onderwerpen ‐ Gemeentelijke verordenende bevoegdheid
Artikelen ‐ Artikel 121 Gemeentewet

De feiten

De burgemeester weigert een evenementenvergunning te verstrekken aan een circus omdat hij het houden en gebruiken van wilde dieren in een circus strijdig acht met het dierenwelzijn

Rechtsvraag

Ter beoordeling van de rechtbank ligt voor de vraag of verweerder terecht heeft kunnen besluiten de door eiseres 1 aangevraagde evenementenvergunning te weigeren op grond van artikel 2.2.2, tweede lid, aanhef en onder e Apv (dierenwelzijn), omdat eiseres bij haar circusvoorstellingen gebruik maakt van dieren. Komt artikel 2.2.2, tweede lid, aanhef en onder de Apv verbindende kracht toe?

Overweging

Artikel 108, eerste lid, Gemeentewet geeft het gemeentebestuur de bevoegdheid tot regeling en bestuur inzake de huishouding van de gemeente. Dit betekent dat artikel 2.2.2, tweede lid, aanhef en onder e Apv, het openbare belang moet betreffen en niet mag treden in de bijzondere belangen van de ingezetenen. In het voorliggende geval betreft het de weigeringsgrond 'dierenwelzijn' bij de verlening van een evenementenvergunning. Naar het oordeel van de rechtbank is het dierenwelzijn bij evenementen een openbaar belang dat binnen de gemeentelijke verordenende bevoegdheid valt.

Naar het oordeel van de rechtbank kan niet aangenomen worden dat er een aanvullende regelgevende bevoegdheid op gemeentelijk niveau bestaat, indien de bij wet gedelegeerde regelgever bewust nalaat, en gezien het woord 'kunnen' in artikel 65 Gwwd ook mag nalaten, om een regeling op te stellen ten gunste van zelfregulering. Artikel 2.2.2, tweede lid, aanhef en onder e Apv is dan ook in strijd met een hogere wettelijke regeling.

Dit betekent dat verweerder artikel 2.2.2, tweede lid, aanhef en onder e Apv niet ten grondslag heeft kunnen leggen aan zijn weigering om eiseres 1 een evenementenvergunning te verlenen. Het beroep is derhalve gegrond en het bestreden besluit moet worden vernietigd

Rechtsregel
De rechtbank oordeelt dat er, ten behoeve van het dierenwelzijn, geen aanvullende bevoegdheid op gemeentelijke niveau bestaat voor het geven van regels voor circusvoorstellingen. De weigering kon daarom niet geschieden op grondslag van een regel over dierenwelzijn in de APV (Algemene Plaatselijke Verordening)

Relevante artikelen

Artikel 121 Gemeentewet :
De bevoegdheid tot het maken van gemeentelijke verordeningen blijft ten aanzien van het onderwerp waarin door wetten, algemene maatregelen van bestuur of provinciale verordeningen is voorzien, gehandhaafd, voor zover de verordeningen met die wetten, algemene maatregelen van bestuur en provinciale verordeningen niet in strijd zijn.

Artikel 2.2.2 Apv, getiteld 'Evenement', luidt sinds 27 september 2006 als volgt:
1. Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een evenement te organiseren.
2. De vergunning kan worden geweigerd in het belang van:
a. de openbare orde;
b. het voorkomen of beperken van overlast;
c. de verkeersveiligheid of de veiligheid van personen of goederen;
d. de zedelijkheid of gezondheid;
e. het welzijn van dieren.
3. Het bepaalde in lid 2, aanhef en onder e. is niet van toepassing voor zover in het daarin
geregelde onderwerp wordt voorzien door de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren, in het bijzonder indien krachtens het bepaalde bij art. 65 van deze wet wordt voorzien in regels
betrekking hebbende op het welzijn van bij een evenement betrokken dieren.

Andere relevante jurisprudentie