Utrechts tippelverbod-arrest


Onderwerpen ‐ Toetsing APV aan verdrag
Artikelen ‐ Artikel 94 Gw, artikel 94 Gw en artikel 12 IVBPR

De feiten

De gemeente Utrecht heeft een APV opgesteld die het uitlokken van ontucht op publieke plaatsen verbiedt. Ambtenaren kunnen uitvoering geven aan deze APV door bepaalde personen de opdracht te geven zich op bepaalde tijdstippen niet op bepaalde plekken te begeven. In casu komt dit erop neer dat een het een tippelaarster wordt verboden om zich tussen bepaalde tijdstippen (09.00u en 04.00u) in haar eigen straat te begeven. Uiteraard gaat de tippelaarster hiertegen in beroep. Ze baseert zich hierbij op art. 12 lid 3 IVBPR waarin de bewegingsvrijheid wordt gewaarborgd.

Rechtsvraag

Kan er direct beroep worden gedaan op art. 12 lid 3 IVBPR?

Overweging

De Hoge Raad oordeelt dat art. 12 van het IVBPR beperkt kan worden, maar slechts in de gevallen dat dit nodig is met oog op de openbare orde, veiligheid en gezondheid. In casu is dit niet het geval en is de beperking van de tippelaarster veel te verregaand (het tijdstip, en haar eigen straat). De Hoge Raad stelt de APV van Utrecht buiten werking wegens strijd met het IVPBR.

Rechtsregel

Op bepalingen uit verdragen die eenieder verbindend zijn kan direct een beroep worden gedaan bij de nationale rechter.

Relevante artikelen

art. 94 en 94 Grondwet, art. 12 IVBPR

Andere relevante jurisprudentie