Woonsubsidie stichting mozaïek wonen-arrest


Onderwerpen ‐ Hoorplicht, afwijzing aanvraag beschikking
Artikelen ‐ Artikel 4:7 lid 1 Awb

De feiten

De minister voor Wonen, Wijken en Integratie kan ten behoeve van de realisatie van zorginfrastructuur subsidie verlenen voor de noodzakelijke kosten van een aantal faciliteiten.

De Woningstichting Bodegraven heeft bij brief van 14 november 2001 subsidie aangevraagd voor de zorginfrastructuur ‘Verzorgingsplaatsen Rijngaarde’.

De minister heeft bij besluit van 14 juni 2002 aan de Woningstichting Bodegraven subsidie verleend voor het project ten bedrage van € 453.781,00. In het besluit is vermeld dat geen subsidie wordt verstrekt voor a. multifunctionele ruimte, omdat deze niet duidelijk is aangegeven op de tekeningen, en b. onroerende voorziening alarmopvolging, omdat uit de begroting niet blijkt dat het onroerende voorzieningen betreft.
Bij besluit van 27 januari 2006 heeft de Minister voor Wonen, Wijken en Integratie de bij besluit van 14 juni 2002 aan de Woningstichting Bodegraven (Stichting Mozaiek Wonen) verleende subsidie ten bedrage van € 519.823,40 (lees: € 453.781) vastgesteld op € 191.176,00 en van Mozaïek Wonen € 149.159,75 teruggevorderd.

Rechtsvraag

Mocht de Minister bij besluit de subsidie terugvorderen? En zo ja, is dit op rechtvaardige wijze gebeurd?

Overweging

Rechtbank
Het betoog van Mozaiek Wonen dat zij in strijd met art. 4:7 Awb ten onrechte niet gehoord is voorafgaande aan het besluit van 27 januari 2006 slaagt niet. Mozaïek Wonen heeft gesteld noch aannemelijk gemaakt, en dit blijkt ook niet uit het besluit van 27 januari 2006, dat dit besluit steunt op gegevens over feiten en belangen die Mozaïek Wonen betreffen en die afwijken van de gegevens die zij ter zake zelf aan de minister heeft verstrekt.

ABRvS
Uit het stelsel van titel 4.2 van de Awb volgt dat bezwaren tegen het besluit tot subsidieverlening in deze procedure, die uitsluitend de subsidievaststelling betreft, niet kunnen worden ingebracht. De Afdeling zal daarom op het hoger beroep van Mozaïek Wonen voor zover dit is gericht tegen het besluit van 14 juni 2002, niet ingaan. De rechtbank heeft verder met juistheid vastgesteld dat in dit besluit is vermeld dat geen subsidie is verleend voor de multifunctionele ruimte, omdat deze niet duidelijk op de tekeningen is aangegeven.

Met betrekking tot het vertrouwensbeginsel:
De rechtbank heeft voorts met juistheid overwogen dat zo de gestelde toezegging door [juridisch medewerkster] zou zijn gedaan, Mozaïek Wonen daaraan geen gerechtvaardigde verwachtingen mocht ontlenen, omdat die toezegging in dat geval niet was gedaan door een tot beslissen bevoegd orgaan en Mozaïek Wonen dit kon weten.

Rechtsregel

Ingevolge artikel 4:7, eerste lid, van de Awb stelt een bestuursorgaan, voordat hij een aanvraag tot het geven van een beschikking geheel of gedeeltelijk afwijst, de aanvrager in de gelegenheid zijn zienswijze naar voren te brengen indien
a. de afwijzing zou steunen op gegevens over feiten en belangen die de aanvrager betreffen, en
b. die gegevens afwijken van gegevens die de aanvrager ter zake zelf heeft verstrekt.
Een beroep op het vertrouwensbeginsel kan slechts slagen, indien een tot beslissen bevoegd orgaan ten aanzien van een aanvrager uitdrukkelijk, ondubbelzinnig en ongeclausuleerd toezeggingen heeft gedaan die bij de aanvrager gerechtvaardigde verwachtingen hebben gewekt.

Relevante artikelen

Art. 4:7 Awb
1. Voordat een bestuursorgaan een aanvraag tot het geven van een beschikking geheel of gedeeltelijk afwijst, stelt het de aanvrager in de gelegenheid zijn zienswijze naar voren te brengen indien:
a. de afwijzing zou steunen op gegevens over feiten en belangen die de aanvrager betreffen, en
b. die gegevens afwijken van gegevens die de aanvrager ter zake zelf heeft verstrekt.

Andere relevante jurisprudentie