Vermobo/Van Rijswijk-arrest


Onderwerpen ‐ Contractuele relatie, ongerechtvaardigde verrijking
Artikelen ‐ n.v.t.

De feiten

Op of omstreeks 14 april 1986 heeft Van Rijswijk jr. aan Vermobo opdracht gegeven tot het bouwen van een varkensstal op een perceel grond, voor een aanneemsom van f. 85 000. Het perceel waarop de stal is gebouwd, is eigendom van Van Rijswijk. Deze neemt de stal tegen betaling over van Van Rijswijk jr. Van Rijswijk jr. biedt voor de betaling van de onbetaald gebleven aanneemsom echter geen verhaal.
In het onderhavige geding vordert Vermobo van Van Rijswijk betaling van voormelde aanneemsom met rente en kosten, op grond van a) ongerechtvaardigde verrijking, dan wel b) onrechtmatig handelen van Van Rijswijk doordien hij heeft geprofiteerd van door Van Rijswijk jr. gepleegde wanprestatie, dan wel c) door Van Rijswijk zelf gepleegde wanprestatie aangezien hij volgens Vermobo eveneens als contractspartij had te gelden.
De rechtbank heeft de vordering van Vermobo toegewezen op de grond dat Van Rijswijk, die als grondeigenaar toestemming tot de bouw heeft gegeven, in een contractuele relatie met Vermobo is gekomen en deswege gehouden is een vergoeding aan Vermobo te betalen. Het hof heeft geen van de door Vermobo aangevoerde gronden deugdelijk geoordeeld en haar vordering afgewezen.

Rechtsvraag

1. Bestaat er een contractuele relatie tussen Van Rijswijk en Vermobo?
2. Is er sprake van ongerechtvaardigde verrijking door Van Rijkswijk?

Overweging

Ten aanzien van 1.
Het antwoord op de vraag of Van Rijswijk naast Van Rijswijk jr. bij het sluiten van de aannemingsovereenkomst als wederpartij van Vermobo is opgetreden, afhangt van hetgeen hij en Vermobo jegens elkaar hebben verklaard en over en weer uit elkaars verklaringen en gedragingen hebben afgeleid en hebben mogen afleiden. Ook indien sprake was van een door toestemming tot bouwen ontstane contractuele verhouding tussen Van Rijswijk en Vermobo, dan zou deze enkele toestemming niet meebrengen dat de inhoud van deze verhouding gelijk zou zijn aan die van de tussen Van Rijswijk jr. en Vermobo gesloten aannemingsovereenkomst.

Ten aanzien van 2.
De vraag of grond bestaat voor een vordering uit ongerechtvaardigde verrijking moet worden beoordeeld met inachtneming van de omstandigheden van het geval (r.o. 3.5).
De schadevergoedingsverplichting op grond van artikel 6:212 BW ontstaat op en wordt berekend naar het moment waarop de verrijking plaatsvindt.
Uit artikel 6:212 BW tweede en derde lid vloeit voort dat een vermindering van de verrijking buiten beschouwing blijft, indien de vermindering plaatsvond in de periode waarin de verrijkte redelijkerwijze met een verplichting tot schadevergoeding rekening behoorde te houden. Door niet onder ogen te zien of Van Rijswijk ten tijde van de voldoening van dat bedrag rekening behoorde te houden met een verplichting tot schadevergoeding, heeft het hof dan ook hetzij blijk gegeven van een blijkens het voorgaande onjuiste rechtsopvatting, hetzij zijn oordeel onvoldoende gemotiveerd doordat het onvoldoende inzicht heeft gegeven in zijn gedachtegang waarom, ook ingeval voormelde vraag bevestigend zou moeten worden beantwoord, niettemin de vordering op grond van ongerechtvaardigde verrijking niet kon worden toegewezen.

Rechtsregel

Of een derde kan worden aangemerkt als wederpartij hangt af van hetgeen de derde en de partijen jegens elkaar hebben verklaard en over en weer uit elkaars verklaringen en gedragingen hebben afgeleid en hebben mogen afleiden.
De vraag of grond bestaat voor een vordering uit ongerechtvaardigde verrijking moet worden beoordeeld met inachtneming van de omstandigheden van het geval. De verplichting tot schadevergoeding die is verbonden aan de verrijking, ontstaat op en wordt berekend naar het moment waarop de verrijking plaatsvindt.

Andere relevante jurisprudentie

Hof Datum Vindplaats Naam Onderwerp
HR 07/03/1969 NJ 1969, 249 Gegaste Uien Gebondenheid aan de overeen... +
HR 10/04/1981 NJ 1981, 532 Hofland/Hennis Aanbod en aanvaarding, adve... +
HR 11/12/1959 NJ 1960, 230 Eelman/Hin Totstandkoming overeenkomst... +
HR 12/09/1989 NJ 1987, 267 Westhoff/Spronsen Ontslagneming, onderzoekspl... +
HR 30/01/1959 NJ 1959, 548 Quint/Te Poel Bronnen van verbintenissen +
HR 27/04/2007 NJ 2007, 262 Bart Smit/Intrahof Matiging boetebeding +
HvJ 04/06/2009 C-243/08 TvC/Pannon Oneerlijke bedingen in cons... +
HR 12/06/1979 NJ 1979, 362 Securicor Geen partij bij totstandkom... +
HR 04/02/2000 NJ 2000, 258 Kinheim/Pelders Wijziging overeenkomst +
Hof 22/01/2008 NJF 2008, 79 Otto overeenkomst; onderzoeksplicht +
HR 08/09/2000 NJ 2000, 734 Baby Joost Schadevergoeding/smartengeld +
HR 02/12/2011 NJ 2011/574 Linthorst/Echoput Gelding van algemene voorwa... +
HR 08/02/2013 LJN BY4600 Van de Steeg/Rabobank Onderzoeksplicht en klachtp... +
HR 21/02/2003 NJ 2004, 567 Weever Stous/Stichting Park... verbintenissenrecht, koopov... +
HR 28/03/2008 NJ 2009, 578 Dexia vernietiging door art. 1:89 BW +
HR 15/04/1994 NJ 1995, 614 Schirmeister/De Heus (Oldti... Beantwoording zaak aan over... +
HR 14/06/2002 NJ 2002, 495 Geldnet/Kwantum Aansprakelijkheid bij hulpp... +
HR 14/06/2002 NJ 2003, 112 Bramer/Hofman Algemene voorwaarden, redel... +
HR 09/01/1998 NJ 1998, 272 Brok/Huberts Aansprakelijkheid bij non-c... +
HR 11/01/2002 NJ 2003, 255 Schwartz/Gnjatovic Ontbinding van een overeenk... +
HR 05/02/2010 NJ 2010, 294 Rodewijk/Bouwman Goede trouw bij bezit van e... +
HR 12/12/1997 NJ 1998/208 Stein/Driessen Beroep op exoneratieclausul... +
HR 25/03/2011 RvdW 2011, 419 Ploum/Smeets en Geelen Tank... Termijn klachtplicht bij no... +
HR 04/02/2000 NJ 2000, 562 Mol/Meijer Garanties, ontbinding +
HR 21/06/1991 NJ 1991, 742 Mattel/Borka Beëindiging duurovereenkoms... +
HR 31/01/1997 NJ 1998, 704 De Globe/Groningen Schadevergoeding bij onbevo... +
HR 20/01/2012 NJ 2012, 60 AgfaPhoto Finance/Foto Noort Samenhang tussen overeenkom... +
HR 20/01/2012 NJ 2012, 59 Wierts/Visseren (leistenen ... Tekortkoming in de nakoming... +
HR 10/08/2012 Nj 2012, 486 Pocorni/Defam Verjaring, samenhang overee... +
HR 27/11/1999 NJ 1999, 380 Van der Meer/Beter Wonen Ontbreken van ingebrekestel... +
HR 05/04/2013 NJ 2013, 214 Lundiform/Mexx Uitleg van commerciële over... +
HR 05/01/2001 NJ 2001, 79 Multi-Vastgoed/Nethou (plaz... Tekortkoming: keuze tussen ... +
HR 23/01/1998 NJ 1999, 97 Jans/Fiat Credit Nederland Verbondenheid overeenkomste... +
HR 13/11/1936 NJ 1937, 433 Moorman/Bureau Materiaalstaat Iustum pretium-leer +
HR 17/09/2010 RvdW 2010, 1051 Van Mierlo/Onder de Groene ... Opschortingsrecht +
HR 19/02/2010 LJN BK7671 ING Bank/Bera Holding Onbevoegde vertegenwoordigi... +
HR 28/10/2011 LJN BQ9854 Gemeente de Ronde Venen/SNU... Opzegging duurovereenkomsten +
HR 09/12/2011 NJ 2013, 273 Schriftelijkheidsvereiste b... Schriftelijkheidseis van ar... +
HR 20/04/2012 LJN BV5555 Van der Vliet & De Waal/Van... Kwalitatieve rechten & verp... +
HR 20/02/1976 NJ 1976, 486 Pseudo-vogelpest Exoneratiebeding, redelijkh... +
HR 17/01/2014 NJ 2014/236 Mevrouw X/Dakdekkersbedrijf Y Opschortingsrecht +