Annema/Staat-arrest


Onderwerpen ‐ Waarschuwingsplicht, aansprakelijkheid
Artikelen ‐ n.v.t.

Feiten

Op 9 september kwam Annema in de gemeente Harderwijk met de door haar bestuurde auto tegen een boom en raakte daarbij ernstig gewond. Ter plaats van het ongeval was geen openbare straatverlichting. De wegdekmarkering ontbrak, omdat op dezelfde dag in opdracht van de Staat een nieuwe laag split op het wegdek was aangebracht. Het wegdek was daarbij besproeid met bitumen, afgestrooid met split en afgewalst met een bandenwals. Er was daarna niet direct geveegd. Aan de voor Annema rechterzijde van de rijbaan lag een door het verkeer opgereden rand split met een dikte van enkele centimeters.

Ten tijde van het ongeval waren, vóór het begin van de splitlaat, de volgende borden aangebracht:
- op 254 meter afstand bord 80 (werk in uitvoering), geplaatst op waarschuwingshekken;
- op 148 meter afstand bord 85 (opspattende stenen) met daaronder bord 40 (onderling inhaalverbod voor motorvoertuigen op meer dan twee wielen);
- op 73 meter afstand bord 80 (werk in uitvoering) met daaronder bord 1 (aanduiding maximumsnelheid 50 kilometer per uur);
- op 24 meter afstand bord 85 (opspattende stenen).

De borden waaraan weerszijden van de weg geplaatst, ze waren van retroflecterend materiaal, doch niet verlicht.

Annema vordert van de Staat vergoeding van de door als gevolg van het ongeval geleden schade. Zij heeft daartoe gesteld, kort samengevat: dat het ongeval is ontstaan doordat Annema met haar auto in de dikke laag split aan de rechterzijde van de weg is gekomen, waardoor de auto in een slip is geraakt en tegen een boom tot stilstand is gekomen; dat de Staat een onrechtmatige daad heeft begaan, omdat voor de gevaarssituatie ter plaatse niet was gewaarschuwd, terwijl ook op geen enkele wijze anderszins maatregelen ter voorkoming van ongevallen waren genomen.

Rechtsvraag

Heeft de Staat voldaan aan zijn waarschuwingsplicht?

Overwegingen

De Rechtbank heeft de vordering afgewezen, daartoe overwegende, samengevat weergegeven: dat de door de Staat getroffen veiligheidsmaatregelen op zichzelf beschouwd voldoende waren; dat door Annema geen bijzondere omstandigheden zijn gesteld waarom de getroffen maatregelen in dit geval niet voldoende waren; dat de omstandigheid dat ter plaatse nog andere ongevallen gebeurd zouden zijn, in dit verband niets zegt; dat met de waarschuwingsborden voor opspattende stenen voldoende was gewaarschuwd voor het specifieke gevaar waarmee Annema werd geconfronteerd, namelijk slipgevaar; dat de Staat derhalve jegens Annema geen onrechtmatige daad heeft gepleegd.
Ter motivering van haar oordeel dat Annema met de waarschuwingsborden voor opspattende stenen voldoende voor slipgevaar was gewaarschuwd, heeft de Rechtbank overwogen:
'Het is een feit van algemene bekendheid dat daarmee ook op slipgevaar wordt gewezen. Gedaagde behoefde daarom niet nog eens een afzonderlijk bord met een waarschuwing voor slipgevaar aan te brengen.'

Het Hof heeft het vonnis van de Rechtbank bekrachtigd, daarbij in rov. 4 tot uitgangspunt nemende hetgeen de Hoge Raad in zijn arrest van 20 maart 1992, NJ 1993, 547, heeft overwogen met betrekking tot de verplichting van de beheerder van een openbare weg om ervoor te zorgen dat de toestand van de weg de veiligheid van personen en zaken niet in gevaar brengt.
Het Hof heeft enerzijds, met Annema, geoordeeld 'dat een weg die met een laag split wordt bestrooid in het algemeen, en in het bijzonder voordat er is geveegd, een potentieel gevaar oplevert voor personen en zaken' (rov. 6). Anderzijds heeft het Hof evenwel, met de Staat, geoordeeld (rov. 7) dat 'in dit geval de veiligheid van personen en zaken voldoende werd gewaarborgd door de getroffen beveiligingsmaatregelen, ook wanneer aan die maatregelen strenge eisen worden gesteld wegens de omstandigheid dat niet alle verkeersdeelnemers steeds de nodige voorzichtigheid en oplettendheid betrachten'.
Ter motivering van laatstgenoemd oordeel verenigde het Hof zich met de hiervoor samengevatte en geciteerde overwegingen van de Rechtbank. Voorts nam het daarbij nog in aanmerking 'dat Annema vóór het ongeval een flinke afstand (165 meter) op het met split bestrooide wegdek heeft afgelegd en dat, zelfs afgezien van geplaatste verkeersborden, de risico's van het rijden op een weg met een dergelijk wegdek bekend mogen worden verondersteld'. Tenslotte overwoog het Hof in dit verband dat aan de genoegzaamheid van de getroffen beveiligingsmaatregelen niet afdoet dat deze met andere maatregelen, zoals door Annema genoemd (slipgevaarsborden model 82, kegels, bebakeningslinten, reflecterende bebakeningsborden en knipperlichten), hadden kunnen worden uitgebreid.

De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof, want is het eens met het middel dat opkomt tegen het oordeel dat er sprake is van een feit van algemeen bekendheid:
Onderdeel 2.2 — onderdeel 2.1 bevat geen klacht — keert zich tegen 's Hofs van de Rechtbank overgenomen oordeel dat het een feit van algemene bekendheid is dat met de waarschuwingsborden voor opspattende stenen (model 85) ook op slipgevaar wordt gewezen.
Het bestreden oordeel moet klaarblijkelijk aldus worden begrepen dat het naar 's Hofs oordeel van algemene bekendheid is dat in een situatie waarin het gevaar van opspattende stenen bestaat, steeds ook het gevaar van slippen over losliggende stenen bestaat, zodat het voor eerstvermeld gevaar waarschuwende borden tevens (voldoende) voor slipgevaar waarschuwt. Daargelaten of het inderdaad juist is dat in bedoelde situatie steeds of in de regel slipgevaar bestaat, valt in elk geval niet in te zien dat dit zo algemeen bekend is dat de bestuurder van een auto bij het zien van een bord dat voor opspattende stenen waarschuwt op de wijze waarop bord 85 (oud) respectievelijk bord J 20 (nieuw) dit doet, terstond dient te beseffen dat hij ook voor slipgevaar wordt gewaarschuwd. Het onderdeel klaagt dan ook terecht over onbegrijpelijkheid van het bestreden oordeel.

De A-G oordeelde echter anders: Bij het bord 'opspattende stenen' is men weliswaar in de eerste plaats geneigd te denken aan gevaar voor de voorruit of de lak van een auto. Maar het ligt toch ook voor de hand dat de banden van een auto minder grip op de weg hebben indien deze is bestrooid met losse steentjes; een ongewenste manoeuvre als gevolg daarvan kan evenzeer met slippen worden aangeduid als het wegglijden in een plas water of over ijzel of sneeuw. En hetzelfde geldt, lijkt mij, indien de manoeuvre wordt veroorzaakt, niet door losse steentjes op het wegdek, maar door een opeenhoping daarvan onmiddellijk naast het wegdek in de berm.

Annotator Brunner is het eens met het oordeel van de Hoge Raad: De Hoge Raad oordeelt, m.i. terecht, dat de wegbeheerder door te waarschuwen voor opspattende stenen, nog niet heeft gewaarschuwd tegen het specifieke gevaar van slippen verbonden aan het rijden in de splitlaag. Het plaatsen van een bord slipgevaar voor net geasfalteerde stukken wegdek, is mijns inziens niet nodig voor ervaren automobilisten. Die weten dat aan de kant van de weg, nadat die geasfalteerd is, een splitlaag ontstaat en dat het rijden in die splitlaag gevaar voor slippen meebrengt, vooral als zij hard rijden. In zoverre hadden Rechtbank en Hof m.i. gelijk. Maar niet alle automobilisten weten dat, bijvoorbeeld omdat zij dat niet eerder hebben meegemaakt, terwijl hun op dat gevaar ook niet bij het rijonderricht is gewezen. De weg moet ook veilig zijn voor minder ervaren automobilisten die niet mogen worden geconfronteerd met gevaren waarop zij niet verdacht zijn. Daarbij moet de wegbeheerder bovendien ‘in aanmerking nemen dat niet alle verkeersdeelnemers steeds de nodige voorzichtigheid en oplettendheid zullen betrachten’. Zo HR 20 maart 1992, NJ 1993, 547 (bussluis), aansluitend bij HR 5 nov. 1965, NJ 1966, 136 (kelderluik) waarin de Hoge Raad in algemene termen oordeelde dat veiligheidsmaatregelen moeten zijn afgestemd op de mogelijkheid dat de vereiste oplettendheid en voorzichtigheid niet zullen worden betracht. Of nu altijd een bord slipgevaar bij pas geasfalteerde weggedeelten moet worden geplaatst is daarmee nog niet uitgemaakt. Juist de onervaren automobilist zal geneigd zijn alleen dat deel van de weg te berijden waar geen of weinig los split meer ligt. Bovendien is van belang of hij, geconfronteerd met een net geasfalteerd stuk wegdek met waarschuwingsborden en een snelheidslimiet, ook bij het aanhouden van de toegelaten maximumsnelheid, een merkelijk risico loopt in de splitlaag te slippen. Leert de ervaring dat dat slipgevaar alleen bestaat, indien de toegestane snelheid aanmerkelijk wordt overschreden, dan heeft de automobilist eigen schuld, zoals in het bussluisarrest werd beslist, maar is daarmee nog niet gezegd dat de wegbeheerder zijn veiligheidsmaatregelen niet ook had moeten afstemmen op onervaren automobilisten die de maximumsnelheid overtreden.
Van belang lijkt dus hoe hard de eiseres had gereden, toen zij in de splitlaag slipte.

Andere relevante jurisprudentie

Hof Datum Vindplaats Naam Onderwerp
HR 02/05/2000 NJ 2001, 300 Jansen/Jansen (Verhuizende ... Onrechtmatige daad, ongeluk... +
HR 06/10/1995 NJ 1998, 190 Disloque (Turnster) (Turnon... Onrechtmatige daad, veiligh... +
HR 07/04/2006 NJ 2006, 244 Der Bildtpollen-Miedema (De... Onrechtmatige daad, 'hetgee... +
HR 07/05/2004 NJ 2006, 281 Duwbak Linda Relativiteitsvereiste, onre... +
HR 08/01/1982 NJ 1982, 614 Dorphuis Kamerik Aansprakelijkheid, zorgvuld... +
HR 09/12/1994 NJ 1996, 403 Werink/Hudepohl (Zwiepende ... Onrechtmatige daad, mate va... +
HR 11/11/1983 NJ 1984, 331 Meppelse Ree (Lanting/DLG) Onrechtmatige daad, verwijt... +
HR 17/11/1967 NJ 1968, 42 Pos/Van den Bosch Onrechtmatige daad, aanzett... +
HR 22/11/1974 NJ 1975, 149 Struikelende bakker Onrechtmatige daad, waarsch... +
HR 23/02/2007 NJ 2008, 492 De Groot/Io Vivat (Zeilonge... Onrechtmatige daad, relativ... +
HR 27/05/1988 NJ 1989, 29 Veenbroei Onrechtmatige daad, waarsch... +
HR 11/07/2003 NJ 2005, 103 Van Zuylen/Rabobank Schaijk... Onrechtmatige daad, zorgpli... +
HR 19/01/2007 NJ 2007, 62 Samenloop in het verdelings... Onrechtmatige daad, verdeli... +
HR 08/12/1989 NJ 1990, 778 Lars Rurode Eigen schuld, onrechtmatige... +
HR 05/12/1965 NJ 1966, 163 Kelderluik Onrechtmatige daad, gevaarz... +
HR 22/04/1994 NJ 1994, 624 Taxusstruik Onrechtmatige daad, zorgvul... +
HR 28/05/2004 NJ 2005, 105 Jetblast Onrechtmatige daad, veiligh... +
HR 31/01/1919 NJ 1919, 161 Lindenbaum/Cohen Onrechtmatige daad, onrecht... +
HR 12/11/2004 NJ 2005, 138 Sneeuwbal Aansprakelijkheid ouders vo... +
HR 17/01/1958 NJ 1961, 568 Beukers/Dorenbos (Tandarts) Onrechtmatige daad, onbevoe... +
HR 21/12/2001 NJ 2002, 75 Delfland/De Stoeterij Onrechtmatige daad, aanspra... +
HR 31/05/1985 NJ 1986, 690 Boon/Prenger onrechtmatige daad, fout ou... +
Hof 15/11/2005 JA 2006, 33 Val in woonkamer vanwege op... Onrechtmatige daad +
HR 08/09/2000 NJ 2000, 734 Baby Joost Schadevergoeding/smartengeld +
HR 20/06/2003 NJ 2005, 189 Staat/Harrida Égalité-beginsel, rechtmati... +
HR 07/04/2006 NJ 2006, 244 Der Bildtpollen/Miedema Onrechtmatige daad +
HR 10/06/1910 W 9038 Zutphense Juffrouw Onrechtmatige daad +
HR 29/01/1993 NJ 1994, 172 Vermobo/Van Rijswijk Natrekking, ongerechtvaardi... +
HR 20/03/1992 NJ 1993, 547 Diemen/Reptax (Bussluis) Onrechtmatige daad gemeente... +
HR 11/03/2014 NJ 2003, 718, Witmarsumer Merke onrechtmatige daad, sport e... +
HR 25/09/1981 NJ 1982, 315 Breda/Nijs Onrechtmatige daad, inbreuk... +
HR 11/12/1987 NJ 1988, 393 Bushalte Ongelukkige samenloop van o... +
HR 14/08/1950 NJ 1951, 17 Röntgenstralen Onrechtmatige daad, exonera... +
HR 11/06/2013 NJ 1997, 175 Ziekenhuis de Heel/Korver Gevaarzetting, Kelderluikfa... +
HR 28/03/2003 NJ 2003, 719 Broere/Kegel (Schaatsongeval) onrechtmatige daad, sport e... +
HR 19/10/2001 NJ 2001, 663 PTT Post/Baas onrechtmatige daad, werkgev... +
HR 10/12/1999 NJ 2000, 211 Fransen/Pasteurziekenhuis onrechtmatige daad, werkgev... +
HR 04/10/2002 NJ 2004, 175 Laudy/Fairplay; het Broodme... onrechtmatige daad, werkge... +
HR 11/03/2014 NJ 2004, 176 Dusarduyn/ Du Puy onrechtmatige daad, werkgev... +
HR 01/07/1993 NJ 1993, 687 Power/Ardross onrechtmatige daad, werkgev... +
HR 30/03/2007 NJ 2008, 64 Pesti/Noord Hollandsche onrechtmatige daad, opzet e... +
HR 10/12/1999 NJ 2000, 211 Van Riemstdijk/Autop onrechtmatige daad, werkge... +
HR 11/11/2005 NJ 2008, 460 Bayar/Wijnen onrechtmatige daad, werkgev... +
HR 07/12/2007 NJ 2007, 643 Tahmasebi/Shell onrechtmatige daad, werkgev... +
HR 10/12/1999 NJ 2000, 211 Tarioui/Vendrig onrechtmatige daad, werkgev... +
HR 13/07/2007 NJ 2008, 464 Van Veghel / Hendriks Bouwb... onrechtmatige daad, werkgev... +
HR 03/04/1992 NJ 1992, 411 Van Waning/Van der Vliet Bestuurdersaansprakelijkhei... +
HR 25/09/1981 NJ 1982, 443 Osby Aansprakelijkheid moederven... +
HR 02/05/1997 NJ 1997, 740 Kip/Rabobank Winterswijk Afgeleide schade bij een aa... +
Rb 19/03/2014 RAV 2014/67 X/Stichting Singelveste All... Onrechtmatige daad +
HR 13/01/1995 NJ 1997, 175 De Heel/Korver Onrechtmatige daad +
HR 30/09/1994 NJ 1996, 196 Staat/Shell Onrechtmatigheid, relativit... +
Hof Ar... 08/11/2011 LJN BU7821, JA ... Val van klimmuur Onrechtmatige daad +
HR 23/11/2012 NJ 2013, 302 Villa Mundo Bestuurdersaansprakelijkhei... +
HR 31/01/1997 NJ 1998, 704 De Globe/Groningen Schadevergoeding bij onbevo... +
HR 29/05/1998 NJ 1999, 98 Mooijman/Netjes Buitencontractuele aansprak... +
HR 20/01/2012 NJ 2012, 59 Wierts/Visseren (leistenen ... Tekortkoming in de nakoming... +
HR 17/01/1958 NJ 1961, 568 Tandarts (Beukers/Dorenbos) Onrechtmatige daad, relativ... +