Intrekking dwangsom Nunspeet-arrest


Onderwerpen ‐ Vertrouwensbeginsel
Artikelen ‐ n.v.t.

De feiten

Een campingeigenaar heeft een uitbreiding ingemeten op zijn perceel, in aanwezigheid en met instemming van een ambtenaar van bouw- en woningtoezicht. Nadien bleek de uitbreiding de grenzen van het bestemmingsplan te overschrijden. Een derde partij had B&W uitdrukkelijk verzocht op te treden tegen de illegale situatie.

Rechtsvraag

Wordt de campingeigenaar beschermd door het vertrouwensbeginsel?

Overweging

Er is een beginselplicht tot handhaven en het kan een keuze zijn van een bestuursorgaan om niet over te gaan tot handhaving. Is een bestuursorgaan op de hoogte van de overtreding, maar wordt er geen actie ondernomen, dan is er sprake van passief gedogen. Het toepassen van bestuursdwang is een bevoegdheid, geen absolute verplichting. Een gemeente heeft dus de mogelijkheid om het belang van de handhaving af te wegen tegenover andere belangen. Enkel in geval van bijzondere omstandigheden kan van handhavend optreden worden afgezien.

In casu heeft een derde B&W uitdrukkelijk verzocht om op te treden, zodat alleen in bijzondere omstandigheden van handhavend optreden kon worden afgezien. Een dergelijk bijzonder geval deed zich hier niet voor, aldus de Afdeling. Hieruit blijkt dat tegenover het vertrouwen van een overtreder de belangen van derden moeten worden afgewogen, in het bijzonder als die derden uitdrukkelijk om handhaving hebben verzocht.

Rechtsregel

Het vertrouwensbeginsel reikt niet zover dat gerechtvaardigde verwachtingen altijd moeten worden nagekomen. De mate van de bescherming die het vertrouwensbeginsel biedt hangt mede af van het algemeen belang en de belangen van derden. Zeker indien deze uitdrukkelijk om handhaving hebben verzocht. Aan het niet honoreren van het gewekte vertrouwen kan worden tegemoetgekomen door het aanbieden van nadeelcompensatie.

Andere relevante jurisprudentie