Van Dalfsen/Gemeente Kampen-arrest


Onderwerpen ‐ Non-conformiteit, onderzoeks- en mededelingsplicht
Artikelen ‐ n.v.t.

De feiten

Van Dalfsen heeft van de Gemeente een pand daterend uit 1500 gekocht waarin Van Dalfsen een restaurant wilde vestigen. Er komt echter vast te staan dat de belastbaarheid van de vloer van de eerste verdieping in de staat waarin deze zich bevond, niet geschikt is voor het gebruik dan Van Dalfsen daarvan wil maken. Van Dalfsen heeft zich op de non-conformiteit beroepen en weigert mee te werken aan de eigendomsoverdracht. De Gemeente heeft de koopovereenkomst ontbonden en het pand voor een lagere prijs aan een derde verkocht. De Gemeente vordert nu schadevergoeding van Van Dalfsen.

Rechtsvraag

Bezat het pand de eigenschappen die Van Dalfsen op grond van de koopovereenkomst mocht verwachten?

Overweging

Het Hof heeft het beroep op non-conformiteit verworpen en oordeelde dat op Van Dalfsen een bijzondere onderzoeksplicht rustte ter zake van de belastbaarheid van de vloer terwijl zij echter ook van oordeel was dat de Gemeente de sterkteberekening waarover zij voor het aangaan van de koopovereenkomst reeds beschikte aan Van Dalfsen kenbaar had moeten maken.

De Hoge Raad verwerpt het door Van Dalfsen ingestelde cassatieberoep. Op zichzelf is juist het dat in het algemeen aan een koper, ook een onvoorzichtige koper, niet zal kunnen worden tegengeworpen dat hij onvoldoende onderzoek heeft gedaan naar de eigenschappen van het gekochte, wanneer de verkoper dienaangaande naar de in het verkeer geldende opvattingen een mededelingsplicht had maar heeft nagelaten de koper op de hoogte te stellen van bij de verkoper bekende feitelijke gegevens die relevant zijn voor de beantwoording van de vraag welke eigenschappen de koper met het oog op de beoogde bestemming van het gekochte mocht verwachten.

Het hof heeft dit uitgangspunt echter niet miskend en de motivering van zijn beslissing voldoet aan de daaraan te stellen eisen. Het hof heeft immers aan zijn oordeel dat het bedoelde uitgangspunt in het onderhavige geval uitzondering lijdt de bijzondere omstandigheden van dit geval ten grondslag gelegd. Een en ander komt erop neer dat naar het oordeel van het hof de Gemeente weliswaar de sterkteberekening uit 1991 bij de afdeling Bouw- en Woningtoezicht had moeten opvragen en aan Van Dalfsen had moeten geven, maar dat in het licht van hetgeen de Gemeente overigens aan Van Dalfsen heeft medegedeeld en hetgeen bij Van Dalfsen al bekend was omtrent de beperkte belastbaarheid van de vloer van de eerste verdieping, in het onderhavige geval de Gemeente desondanks zich erop mag beroepen dat Van Dalfsen ook zelf enig verder onderzoek had behoren te doen. Het hof heeft geen blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting met dat oordeel en evenmin met de daaraan in rov. 4.6 verbonden — in cassatie verder niet bestreden — conclusie dat de Gemeente terecht heeft aangevoerd dat Van Dalfsen wist dat onzekerheid bestond over de constructieve geschiktheid van de bestaande situatie voor de beoogde functie van het pand en ten behoeve van de verbouwing zelf onderzoek had moeten doen en dat daarom de bedoelde onzekerheid in de koopovereenkomst van december 2002, toen voor onderzoek ruimschoots gelegenheid was geweest, is verdisconteerd. Een en ander is toereikend gemotiveerd en niet onbegrijpelijk.

Rechtsregel

In het algemeen zal aan een koper, ook een onvoorzichtige koper, niet kunnen worden tegengeworpen dat hij onvoldoende onderzoek heeft gedaan naar de eigenschappen van het gekochte, wanneer de koper dienaangaande naar de in het verkeer geldende opvattingen een mededelingsplicht had doch heeft nagelaten de koper op de hoogte te stellen van bij de verkoper bekende feitelijke gegevens die relevant zijn voor de beantwoording van de vraag welke eigenschappen de koper met het oog op de beoogde bestemming van het gekochte mocht verwachten.

Andere relevante jurisprudentie