Waterwingebied-arrest


Onderwerpen ‐ Causaal verband, redelijke toerekening
Artikelen ‐ n.v.t.

De feiten

Een chauffeur, werkzaam voor het transportbedrijf Doorenbos, is in een waterwingebied met een vrachtwagen met twee olietanks tegen een boom gereden. Een van de tanks is losgeraakt waardoor een lekkage ontstond en honderden liters gasolie over de weg zijn gestroomd. Aangezien het ongeval plaatsvond in een waterwingebied waar een pompstation van de Intercommunale staat, heeft de Intercommunale maatregelen getroffen om te voorkomen dat de olie het grondwater zou verontreinigen. De kosten van deze opruimingsmaatregelen wil de Intercommunale verhalen op Doorenbos. Doorenbos erkent aansprakelijk te zijn voor het ongeval, maar betwist het causaal verband tussen het ongeval en de geleden schade. Doorenbos stelt zich op het standpunt dat hij de geleden schade niet behoeft te vergoeden omdat de chauffeur niet hoefde te weten dat hij door een waterwingebied reed waardoor een ongeval veel ernstigere gevolgen zou hebben dan elders.

Rechtsvraag

Kan er een causaal verband worden aangenomen voor de totale geleden schade?

Overweging

De rechtbank volgt het standpunt van Doorenboss.
Het Hof acht Doorenbos wel aansprakelijk voor de gehele schade.
De Hoge Raad verwerpt het beroep en houdt het arrest van het Hof in stand;
de gronden, welke het Hof voor het wel aannemen van een zodanig verband heeft aangevoerd, hierop neerkomen, dat in Nederland de grond o.m. fungeert als opslagplaats voor water voor de drinkwatervoorziening, en dat dan ook, in geval van een massaal uitstromen van olie over de grond door het verongelukken van een vrachtautocombinatie waarmee olietanks worden vervoerd, schade ter zake van de waterwinning hier te lande niet een zo uitzonderlijke vorm van schade t.g.v. een dergelijk ongeluk is, noch in een zo verwijderd verband daarmee staat, dat die schade naar redelijkheid niet — als veroorzaakt door dat ongeluk — ten laste zou mogen worden gebracht van degeen, die krachtens de wet aansprakelijkheid voor de gevolgen van het ongeluk draagt;
dat het Hof, door aldus te beslissen, niet blijk heeft gegeven van een onjuiste rechtsopvatting, terwijl de aan zijn beslissing ten grondslag liggende beoordeling van de omstandigheden, als zijnde van feitelijke aard, niet voor toetsing in cassatie vatbaar is;
dat het Hof, uitgaande van de eerder genoemde gronden voor zijn beslissing, geen aandacht behoefde te besteden aan de vraag of de bestuurder van de vrachtautocombinatie wist of behoorde te weten, dat zich ter plaatse van het ongeval een waterwingebied bevond;

Rechtsregel

De door het Hof vastgestelde feiten zijn voldoende voor het aannemen van zodanig verband tussen het verongelukken van de vrachtautocombinatie van de eiser tot cassatie (door een fout van de bestuurder) en de door de maatregelen van verweerster voorkomen schade aan de waterwinning als door art. 1401 BW wordt vereist voor het bestaan van een verbintenis tot vergoeding van schade veroorzaakt door een onrechtmatige daad.

Andere relevante jurisprudentie