Huls/NLP-arrest


Onderwerpen ‐ Verzekering, verzwijging
Artikelen ‐ Artikel 251 WvK

De feiten

Verzekeringnemer Huls heeft door bemiddeling van een assurantietussenpersoon een verzekeringsovereenkomst afgesloten ter dekking van WA- en cascoschade met betrekking tot zijn vliegtuig. De assurantietussenpersoon heeft daarbij geen gebruik gemaakt van het vragenformulier dat de verzekeraar hanteert en waarin de vraag wordt gesteld of degene die als vlieger zal optreden, over een vliegbrevet beschikt. De verzekeringnemer beschikte niet over een vliegbrevet, doch de assurantietussenpersoon heeft dit feit, waarmee zij bekend was, niet aan de verzekeraar medegedeeld bij de totstandkoming van de verzekeringsovereenkomst. Nadat verzekeringnemer tijdens een lesvlucht met het vliegtuig betrokken was geraakt bij een vliegtuigongeluk, beriep de verzekeraar De Nederlandse Luchtvaartpool zich op verzwijging.

Rechtsvraag

Kan de verzekeraar zich beroepen op verzwijging?

Overweging

De Rechtbank en het Hof achten beide het beroep op verzwijging gegrond.
De Hoge Raad wijs het beroep op verzwijging af en vernietigt het arrest van het Hof. Zie rechtsregel.

Rechtsregel

De verzekeringnemer is in beginsel verplicht vóór het sluiten van de overeenkomst aan de verzekeraar alle feiten mede te delen die hij kent of behoort te kennen en waarvan, naar hij weet of behoort te begrijpen, de beslissing van de verzekeraar afhangt dan wel kan afhangen of, en zo ja op welke voorwaarden, deze de verzekering zal willen sluiten. Deze informatieplicht van de verzekeringnemer is bij de beoordeling van een beroep op verzwijging in de zin van art. 251K echter beperkt indien de verzekering is gesloten aan de hand van een door de verzekeraar gehanteerde vragenlijst; in dat geval kan, zoals ook wordt bepaald in art. 7.17.1.4 lid 6 van het ontwerp tot vaststelling van titel 7.17 BW, de verzekeraar zich niet erop beroepen dat vragen niet zijn beantwoord. Dit is slechts anders indien is gehandeld met het opzet de verzekeraar te misleiden. In de onderhavige zaak is de dwaling van de verzekeraar omtrent de vraag of degene die als vlieger zou optreden al een vliegbrevet had, zowel veroorzaakt doordat de door de verzekeringnemer ingeschakelde assurantietussenpersoon heeft verzuimd de verzekeraar daarover in te lichten als doordat de verzekeraar zelf hierover geen navraag heeft gedaan, hoewel het hier ging om voor haar essentiële informatie waarnaar in haar — in dit geval echter niet gebruikte — vragenlijst uitdrukkelijk is geïnformeerd doch waarover door de tussenpersoon geen mededeling was gedaan. In een zodanig geval moet worden aangenomen dat de dwaling naar de in het verkeer geldende opvattingen voor rekening van de verzekeraar dient te blijven, tenzij de verzekeringnemer resp. de door deze ingeschakelde assurantietussenpersoon heeft gehandeld met het opzet de verzekeraar te misleiden.

Relevante artikelen

Art. 251 Wetboek van Koophandel:
Alle verkeerde of onwaarachtige opgave, of alle verzwijging van aan den verzekerde bekende omstandigheden, hoezeer te goeder trouw aan diens zijde hebbende plaats gehad, welke van dien aard zijn, dat de overeenkomst niet, of niet onder dezelfde voorwaarden zoude zijn gesloten, indien de verzekeraar van den waren staat der zaak had kennis gedragen, maakt de verzekering vernietigbaar.