Schildersbedrijf Endlicht/Bouwmachines (Gammele steiger)-arrest


Onderwerpen ‐ Ingebrekestelling
Artikelen ‐ Artikel 6:82 BW

De feiten

Bouwmachines heeft zich jegens Endlich verplicht tijdens de drie verschillende fasen van schilderwerk deugdelijke steigers aan Endlicht ter beschikking te stellen. Endlich heeft de overeenkomst met betrekking tot de laatste fase laten ontbinden (buitengerechtelijk) en steigers door een ander bedrijf laten plaatsen, omdat de steigers tijdens de eerste twee fasen allerlei gebrek vertoonde die acuut ingrijpen vergeden, terwijl Bouwmachines niet bereikbaar was of laks reageerde. Endlich verzoekt dat de buitengerechtelijke ontbinding voor recht wordt verklaard en schadevergoeding. Bouwmachines vordert betaling van de huurprijs van de steigers voor de laatste fase.

Rechtsvraag

Heeft Endlich Bouwmachines ingebrekegesteld?

Overweging

De rechtbank wijst de vordering van Bouwmachines toe en Endlich moet dus betalen aan Bouwmachines.
Het Hof wijst de vordering van Endlich ook af en wijst de verodering van Bouwmachines toe. Ook voor de buitengerechtelijke ontbinding is vereist dat Bouwmachines in verzuim is en hiervoor is in beginsel een ingebrekestelling op de voet van art. 6:82 lid 1 BW vereist. Het Hof is van oordeel dat Bouwmachines niet in verzuim is geraakt nu Endlich haar niet in gebreke heeft gesteld.
De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof. Zie rechtsregel.

Rechtsregel

Een ingebrekestelling heeft niet de functie om 'het verzuim vast te stellen', doch om de schuldenaar nog een laatste termijn voor nakoming te geven en aldus nader te bepalen tot welk tijdstip nakoming nog mogelijk is zonder dat van een tekortkoming sprake is, bij gebreke van welke nakoming de schuldenaar vanaf dat tijdstip in verzuim is. Dit brengt mee dat, voorzover vanwege de spoedeisendheid van het herstel een schriftelijke ingebrekestelling met termijnstelling in overeenstemming met art. 6:82 lid 1 BW niet mogelijk of niet zinvol is, de schuldeiser wel het in de betrokken situatie redelijkerwijs mogelijke zal moeten doen om de schuldenaar in de gelegenheid te stellen om het gebrek in de geleverde prestatie (en in voorkomend geval de erdoor veroorzaakte schade) te herstellen. Indien evenwel de schuldenaar door hem niet bereikt kan worden of, bereikt zijnde, niet in staat is of zich niet bereid toont om met de noodzakelijke spoed afdoende maatregelen te nemen, brengen de maatstaven van redelijkheid en billijkheid mee dat ten aanzien van de bedoelde, spoedeisende herstelwerkzaamheden verzuim intreedt zonder dat een ingebrekestelling heeft plaatsgevonden. De schuldeiser zal de kosten van het langs andere weg (doen) herstellen van het gebrek dus op de voet van art. 6:74 lid 1 als schade op de schuldenaar kunnen verhalen. Voor het intreden van verzuim zal in een dergelijke situatie ook niet nodig zijn dat een schriftelijke mededeling als bedoeld in art. 6:82 lid 2 aan de schuldenaar is toegezonden, nu de eis van toezending van een dergelijke mededeling niet te verenigen valt met de spoed waarmee in zo'n situatie maatregelen moeten worden genomen, en de toezending in zo'n situatie ook geen nut zal hebben.

Relevante artikelen

Art. 6:82 BW
Lid 1: Het verzuim treedt in, wanneer de schuldenaar in gebreke wordt gesteld bij een schriftelijke aanmaning waarbij hem een redelijke termijn voor de nakoming wordt gesteld, en nakoming binnen deze termijn uitblijft.
Lid 2: Indien de schuldenaar tijdelijk niet kan nakomen of uit zijn houding blijkt dat aanmaning nutteloos zou zijn, kan de ingebrekestelling plaatsvinden door een schriftelijke mededeling waaruit blijkt dat hij voor het uitblijven van de nakoming aansprakelijk wordt gesteld.

Andere relevante jurisprudentie