Burgman/Aviolanda-arrest


Onderwerpen ‐ Nietigheid, strijd met de openbare orde/goede zeden
Artikelen ‐ Artikel 3:40 BW

De feiten

Aviolanda, een fabriek voor vliegtuigonderdelen, kwam in 1947 met Burgman overeen om 250.000 aluminium kammen te leveren. Dit was Aviolanda echter niet toegestaan, omdat destijds het Bedrijfsvergunningenbesluit verbood zonder vergunningen goederen te produceren die niet tot de normale in dat bedrijf voortgebrachte of bewerkte goederen behoren. Aviolanda levert de kammen niet waarna Brugman nakoming vordert. Aviolanda beroept zich op overmacht en Brugman stelt niet te hebben geweten dat Aviolanda geen vergunning had om de kammen te mogen produceren.

Rechtsvraag

Wanneer is sprake van een nietige overeenkomst wegens strijd met de goede zeden of openbare orde?

Overweging

Het Hof oordeelt dat dat hier sprake is van een overeenkomst met een ongeoorloofde inhoud en strekking en daarom nietig is. Het maakt niet uit dat dat Burgman niet op de hoogte was van de ongeoorloofde inhoud en strekking.
De Hoge Raad volgt de opvatting van het Hof niet en oordeelt dat deze onjuist is. Een overeenkomst heeft alleen een verboden strekking wanneer beide partijen de bedoeling hebben gehad of zich bewust waren dat nakoming in strijd is met een wettelijk verbod. Is er geen sprake van deze wetenschap of bedoeling, dan kan de partij die aangesproken wordt tot nakoming een beroep doen op overmacht.
Een rechtshandeling is op grond van art. 3:40 BW nietig wanneer zij door inhoud of strekking in strijd is met de goede zeden of openbare orde of wanneer zij in strijd is met een dwingende wetsbepaling. Onder inhoud moet worden verstaan datgene wat partijen hebben afgesproken. Het vervaardigen van de kammen door Aviolanda is op zichzelf niet in strijd met de openbare orde, maar het feit dat daardoor een vergunningsregeling wordt overtreden maakt dat het wel. Om de nietigheid van art. 3:40 BW te kunnen inroepen, is echter wel vereist dat beide partijen wisten of konden weten dat de rechtshandeling in strijd is met de openbare orde. Het Hof dient te onderzoeken of Brugman hier echt niet van op de hoogte was. De overeenkomst kan geldig zijn ook al is door het verbod nakoming niet mogelijk, en kan dan recht op ontbinding of schadevergoeding geven.

Rechtsregel

Voor de nietigheid van art. 3:40 lid 1 BW is vereist, dat beide partijen wisten of konden weten dat de rechtshandeling een dergelijke inhoud of strekking had.

Relevante artikelen

Art. 3:40 BW:
Lid 1: Een rechtshandeling die door inhoud of strekking in strijd is met de goede zeden of de openbare orde is nietig.

Andere relevante jurisprudentie