Van Elmbt/Feierabend-arrest


Onderwerpen ‐ Nietigheid, misbruik van omstandigheden
Artikelen ‐ Artikel 3:44 BW

De feiten

Eind 1957 heeft mw. Feierabend 8000 gulden geleend van Van Elmbt. Dit omdat zij in geldnood zat en met dit geld wilde voorkomen dat zij haar huis moest verkopen. Door het geld te lenen verkrijgt Van Elmbt een hypotheekrecht op het woonhuis en winkelpand van mw. Feierabend. Een aanvullende bepaling in de overeenkomst bepaald verder dat mocht het onroerende pand worden verkocht, Van Elmbt het recht heeft om het onroerend goed te kopen voor 46.000 gulden. Uiteindelijk dreigt er publieke verkoop van het huis en Van Elmbt wil gebruik maken van zijn optierecht. Mw. Feierabend weigert mee te werken en stelt een tegenvordering in tot vernietiging van de bepaling van het optierecht wegens misbruik van omstandigheden. Ze voert hiertoe aan dat er sprake is van een te lage prijs (46.000 gulden), want ze had een bod van 96.000 gulden gekregen en dat zij overspannen was op het moment van sluiten van de overeenkomst.

Rechtsvraag

Wat zijn de vereisten voor een beroep op misbruik van omstandigheden? Is financiële benadeling vereist?

Overweging

De Rechtbank vind dat er geen sprake is van misbruik van misbruik van omstandigheid, want de bedongen prijs is niet onevenredig laag, zodat door die overeenkomst aan mw. Feierabend zo evident nadeel wordt berokkend, dat ieders rechtvaardigheidsgevoel daartegen in opstand komt. Ook het beroep dat mw. Feierabend overspannen was op het moment van tekenen wordt afgewezen, aangezien niet is vastgesteld dat Van Elmbt wist of moest weten dat mw. Feierabend niet in staat was haar wil op een goede manier te vormen.
Bij de behandeling bij het Hof zijn er getuigenverklaringen over de geestelijke toestand van mw. Feierabend ten tijde van het sluiten van de overeenkomst en deze maken volgens het Hof duidelijk dat mw. Feierabend zich in een geestelijke labiele toestand bevond waarvan Van Elmbt op de hoogte was. Door haar toch de overeenkomst te laten tekenen, heeft hij misbruik van de situatie gemaakt. Het Hof wist de eis van Van Elmbt af en het verzoek om vernietiging van de overeenkomst van mw. Feierabend toe.
In cassatie voert Van Elmbt aan dat er niet voldaan is aan de vereisten voor een beroep op misbruik van omstandigheden want er is geen sprake geweest van financiële benadeling van mw. Feierabend. De Hoge Raad overweegt dat voor nietigheid van een overeenkomst wegens misbruik van omstandigheden geenszins noodzakelijk een bepaalde mate of een bepaalde vorm van benadeling aanwezig behoeft te zijn, doch met betrekking tot elke overeenkomst afzonderlijk de benadeling van een der partijen slechts een van de factoren vormt, die naast alle andere bijzonderheden welke bij het aangaan van die overeenkomst een rol hebben gespeeld zoals de aard der omstandigheden waarvan gebruik is gemaakt, de wijze waarop dit is geschied en de verhouding tussen partijen – bepalen of de overeenkomst is aangegaan uit een oorzaak welke strijdt met de goede zeden.
In dit geval was geen sprake van financiële benadeling, maar dit neemt niet weg dat er toch sprake is van een benadeling van mw. Feierabend.

Rechtsregel

Voor nietigheid van een overeenkomst wegens misbruik van omstandigheden geenszins noodzakelijk een bepaalde mate of een bepaalde vorm van benadeling aanwezig behoeft te zijn, doch met betrekking tot elke overeenkomst afzonderlijk de benadeling van een der partijen slechts een van de factoren vormt, die naast alle andere bijzonderheden welke bij het aangaan van die overeenkomst een rol hebben gespeeld zoals de aard der omstandigheden waarvan gebruik is gemaakt, de wijze waarop dit is geschied en de verhouding tussen partijen – bepalen of de overeenkomst is aangegaan uit een oorzaak welke strijdt met de goede zeden.

Relevante artikelen

Art. 3:44 BW:
Lid 1: Een rechtshandeling is vernietigbaar, wanneer zij door bedreiging, door bedrog of door misbruik van omstandigheden is tot stand gekomen.
Lid 4: Misbruik van omstandigheden is aanwezig, wanneer iemand die weet of moet begrijpen dat een ander door bijzondere omstandigheden, zoals noodtoestand, afhankelijkheid, lichtzinnigheid, abnormale geestestoestand of onervarenheid, bewogen wordt tot het verrichten van een rechtshandeling, het tot stand komen van die rechtshandeling bevordert, ofschoon hetgeen hij weet of moet begrijpen hem daarvan zou behoren te weerhouden.

Andere relevante jurisprudentie