Woonark onroerend? -arrest


Onderwerpen ‐ Onroerende zaken, duurzaam met de grond verenigd
Artikelen ‐ Artikel 3:3 BW

De feiten

Belanghebbende is eigenaar en gebruiker van een grondkavel van 16m2, een waterkavel van 251 m2 en een woonark. De woonark heeft een inhoud van 650 m3 en bestaat uit een drijvende betonnen constructie met een houten opbouw. De woonark ligt vast door middel van twee metalen beugels die elk zijn bevestigd rond een meerpaal. Deze palen zijn vast verankerd in de bodem van de waterkavel waarop de woonark zich bevindt. De woonark is aangesloten op de gemeentelijke riolering en op nutsvoorzieningen.
Bij beschikking is de waarde van de onroerende zaak vastgesteld. Belanghebbende heeft tegen deze beschikking bezwaar gemaakt en de beschikking is bij uitspraak gehandhaafd.

Rechtsvraag

Maakt de woonark deel uit van een samenstel van gebouwde en ongebouwde eigendommen in de zin van artikel 16 aanhef en letter d Wet WOZ en kan deze betrokken worden in de heffing van onroerendezaakbelastingen? Is er een duurzame verbinding met de grond?

Overweging

De Rechtbank heeft het tegen de uitspraak ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Het Hof heeft geoordeeld dat er sprake is van een onroerende zaak. De woonark is verenigd met de grond, aangezien deze door middel van beugels is verbonden met in de bodem verankerde meerpalen.
De Hoge Raad volgt deze uitspraak niet. Volgens de Hoge Raad gaat het hier om een zaak die blijkens zijn constructie bestemd is om te drijven en drijft, er sprake is van een schip (art. 8:1 BW). Een schip is in het algemeen een roerende zaak, maar een verbinding tussen een schip en de onder dat schip gelegen bodem die toelaat dat het schip met de waterstand mee beweegt, kan niet leiden tot het oordeel dat het schip met de bodem is verenigd in de zin van art. 3:3 lid 1 BW. In dit geval is er sprake van een dergelijke verbinding, zodat de woonark niet met de onder die ark gelegen bodem is verenigd. Er dient onderzocht te worden of de woonark is verbonden met de oever op een dusdanige wijze dat sprake is van een vereniging met die grond in de zin van art. 3:3 lid 1 BW. De vereniging kan niet enkel worden aangenomen op grond van een verbinding door middel van kabels en de aansluiting op nutsleidingen en riolering. Indien na onderzoek blijkt dat de woonark op dusdanige wijze is verbonden met de oever moet ook onderzocht worden of de vereniging met de oever duurzaam is. Daarbij mogen omgevingsfactoren niet worden meegewogen, hetgeen het Hof wel heeft gedaan. Het Hof had een duurzame verbinding afgeleid uit onder meer de volgende omstandigheden: de plaatsing van de woonark was enkel mogelijk door het tijdelijk doorbreken van de dijk, de ark is gelegen aan een grondkavel (parkeerplaats) van belanghebbende en op een waterkavel van belanghebbende, de ark is gelegen in een woonwijk, gelegen tussen lage bruggen en kan daardoor niet in zijn geheel worden weggesleept naar een andere locatie, en de entree op het bovendenk van de ark heeft een specifieke aansluiting op de wandelpromenade aan de wal.

Rechtsregel

Bij de beoordeling van de vraag of een zaak roerend dan wel onroerend is, moet er gekeken worden naar de aard en inrichting van de installatie, omgevingsfactoren mogen niet meewegen.

Relevante artikelen

Art. 3:3 BW:
Lid 1: Onroerend zijn de grond, de nog niet gewonnen delfstoffen, de met de grond verneigde beplantingen, alsmede de gebouwen en werken die duurzaam met de grond zijn verenigd, hetzij rechtstreeks, hetzij door vereniging met andere gebouwen of werken.

Andere relevante jurisprudentie