Erven van Hese/Koninklijke Schelde Groep -arrest


Onderwerpen ‐ Verjaringstermijn, schadevergoeding
Artikelen ‐ Artikel 3:310 BW en artikel 6:2 BW

De feiten

Een man krijgt 30 jaar nadat hij bij een werkgever heeft gewerkt, kanker als gevolg van het inademen van asbest en overlijdt hieraan. Zijn erfgenamen stellen zijn voormalige werkgever, de Koninklijke Schelde Groep, aansprakelijk voor het ontstaan van de ziekte en het overlijden van de man en vorderen een schadevergoeding. De werkgever stelt dat de vordering tot vergoeding van de schade is verjaart, nu er 30 jaren zijn verstreken vanaf de dag dat de man de asbest inademde.

Rechtsvraag

Komen de erfgenamen in aanmerking voor schadevergoeding ondanks de verjaringstermijn of moet deze termijn strikt worden gehanteerd?

Overweging

De Hoge Raad stelt dat de termijn begint te lopen vanaf de dag dat de man de asbest inademt. De verjaringstermijn van dertig jaar kan echter op grond van de redelijkheid en billijkheid buiten toepassing blijven indien de schade al die jaren verborgen is gebleven en pas na 30 jaar daadwerkelijk is ontstaan en derhalve toen pas geconstateerd kon worden. Overige punten waar de rechter naar kan kijken om tot zijn oordeel te komen zijn: de aard van de schade, of er een verzekering is, de mate van schuld en of binnen redelijke termijn na het ontdekken van de schade is overgegaan tot een vordering. De Hoge Raad komt op grond van deze punten en het feit dat de schade pas na 30 jaar geconstateerd kon worden, tot het oordeel dat in casu de toepassing van de verjaringstermijn op grond van de redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn.

Rechtsregel

Toepassing van de verjaringstermijn bij een vordering tot schadevergoeding kan onder sommige omstandigheden op grond van de redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zijn.

Relevante artikelen

Art. 3:310 BW:
Lid 2: Is de schade een gevolg van verontreiniging van lucht, water of bodem, van de verwezenlijking van een gevaar als bedoeld in artikel 175 van Boek 6 dan wel van beweging van de bodem als bedoeld in artikel 177, eerste lid, onder b, van Boek 6, dan verjaart de rechtsvordering tot vergoeding van schade, in afwijking van het aan het slot van lid 1 bepaalde, in ieder geval door verloop van dertig jaren na de gebeurtenis waardoor de schade is veroorzaakt.

Art. 6:2 BW:
Lid 2: Een tussen hen krachtens wet, gewoonte of rechtshandeling geldende regel is niet van toepassing, voor zover dit in de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn.

Andere relevante jurisprudentie