Felix/Aruba-arrest


Onderwerpen ‐ Onbevoegde vertegenwoordiging, overheid
Artikelen ‐ Artikel 3:61 BW

De feiten

Felix neemt de huur van een oud gebouw op de luchthaven, Reina Beatrix, over zodat hij de afhandeling van kleine vliegtuigen op zich kan gaan nemen. Nadat Felix de stilzwijgende goedkeuring van de luchthavenmeester heeft gekregen begint hij met de verbouwing van het gebouw. Na een tijdje geeft de minister van Verkeer echter te kennen dat de afhandeling van luchtvaartuigen alleen nog door Air Aruba N.V. mag worden uitgevoerd. Nu Felix wegens het besluit van de minister zijn plan niet meer kan doorvoeren eist hij van de staat Aruba een vergoeding voor het geleden verlies en de gederfde winst. De staat Aruba stelt dat zij nooit aan Felix een toezegging hebben gedaan en dat de stilzwijgende toestemming van de luchthavenmeester niet geldig is, nu de luchthavenmeester helemaal niet bevoegd was om dergelijke toezeggingen te doen.

Rechtsvraag

Is de staat Aruba gebonden wegens de pseudo-vertegenwoordiging van de luchthavenmeester en dienen zij derhalve schadevergoeding aan Felix te betalen?

Overweging

De rechtbank wijst de hele vordering aan Felix toe. Het hof wijst de vordering ook toe maar stelt dat enkel het geleden verlies vergoed dient te worden. De Hoge Raad stelt dat indien er sprake is van onderhandelingen tussen een onbevoegde overheidsfunctionaris en een derde, waarin de derde in de onjuiste veronderstelling verkeert, omdat hij denkt dat de overheidsfunctionaris bevoegd is om de overheid te binden, er bepaalde omstandigheden kunnen zijn waardoor de onjuiste veronderstelling voor rekening van de overheid dient te komen. Deze omstandigheden kunnen het gedrag van het wel bevoegde overheidsorgaan zijn, de positie van de overheidsfunctionaris binnen de overheid, de gedragingen van de overheidsfunctionaris, de onoverzichtelijkheid van de organisatie van de overheid en eventuele nalatigheid van de overheid om de derde op de onbevoegdheid van de overheidsfunctionaris te wijzen. De Hoge Raad wijst de zaak terug naar het hof, zodat deze met de in dit arrest geformuleerde omstandigheden de zaak opnieuw kan beoordelen.

Rechtsregel

De vraag of een overheid gebonden door een pseudo-vertegenwoordiger kan worden gebonden, kan bevestigend worden beantwoord indien er bepaalde omstandigheden voor de onjuiste veronderstelling bij de derde hebben gezorgd. Deze omstandigheden zijn: het gedrag van het wel bevoegde overheidsorgaan, de positie van de overheidsfunctionaris binnen de overheid en zijn gedragingen, de onoverzichtelijkheid van de organisatie van de overheid en eventuele nalatigheid van de overheid om de derde op de onbevoegdheid van de overheidsfunctionaris te wijzen.

Relevante artikelen

Art. 3:61 BW:
Lid 2: Is een rechtshandeling in naam van een ander verricht, dan kan tegen de wederpartij, indien zij op grond van een verklaring of gedraging van die ander heeft aangenomen en onder de gegeven omstandigheden redelijkerwijze mocht aannemen dat een toereikende volmacht was verleend, op de onjuistheid van deze veronderstelling geen beroep worden gedaan.

Andere relevante jurisprudentie